Autonomie, daar gaat het om

Hoe diep mag de overheid ingrijpen in het leven van haar burgers zonder hun vrijheid aan te tasten? In zijn nieuwe boek gaat filosoof Rutger Claassen op zoek naar het antwoord. Hij pleit voor een herontdekking van autonomie als politiek ideaal.

Eindelijk is het gedaan met de linkse utopie. Tenminste, volgens Mark Rutte. Toen die in 2010 aan de macht kwam, beloofde hij de 'geluksmachine' die links van de overheid zou hebben gemaakt, tot staan te brengen.

"Retorisch was dat slim", zegt politiek filosoof Rutger Claassen (33), gezeten in een leren fauteuil in zijn woning in Leiden. "Een geluksmachine, dat wil natuurlijk niemand." Maar klopt dat beeld wel? Ziet links de staat als geluksmachine?

Claassen denkt van niet. "Het verschil tussen links en rechts zit hem niet in het feit dat het ene kamp niet en het andere wel meent dat de staat de mensen gelukkig moet maken - geen van beide kampen streeft daarnaar. Partijen als GroenLinks en de PvdA zijn even liberaal als de rechtse partijen.

"Daarmee bedoel ik: vrijheid koesteren ze als hoogste politieke ideaal. Ze tappen allemaal uit dezelfde politiek-filosofische bron, de liberale traditie van de Verlichting. Ze hebben alleen een andere invulling van het begrip vrijheid."

In zijn nieuwe boek 'Het huis van de vrijheid' verduidelijkt Claassen dat aan de hand van het onderscheid tussen negatieve en positieve vrijheid dat de filosoof Isaiah Berlin introduceerde in zijn essay 'Two Concepts of Liberty' uit 1958. "Rechts zit vooral op de lijn van negatieve vrijheid, waarbij het erom gaat dat niemand onze activiteiten in de weg staat. Links denkt meer in termen van positieve vrijheid en benadrukt dat mensen niet zomaar automatisch zelf over hun leven kunnen beschikken. Ze moeten er de mogelijkheden en vaardigheden voor aangereikt krijgen. Pas dan ben je in staat autonoom te zijn."

Vrijheid, aldus Claassen, raakt de kern van het liberalisme. "Lange tijd werd het als iets goeds gezien. Maar het huidige tijdsgevoel is dat we er te ver mee zijn doorgeschoten. Er moeten weer normen en waarden zijn, klinkt het dan, de hufterigheid moet worden gekeerd.

"Maar dan heeft men vrijheid in de louter negatieve vorm in het vizier. Dat vind ik een verschraling. We moeten de autonomie weer als politiek ideaal ontdekken. Autonomie als politiek ideaal houdt namelijk in dat je de autonomie van alle burgers nastreeft. Dat hoeft dus niet te leiden tot egocentrisme. Juist niet."

Isaiah Berlin was zelf niet zo enthousiast over positieve vrijheid als politiek ideaal.
"Klopt. Het oordeel dat iemand niet-autonoom is, zei Berlin, moet altijd door iemand anders geveld worden. Dat zet de deur open naar indoctrinatie en dictatuur. Daarom moest de staat zich er verre van houden, vond Berlin. Maar dat ben ik niet helemaal met hem eens. Waarom zou er geen tussenweg kunnen zijn? Trouwens, het oordeel dat iemand wel autonoom is, wordt ook door iemand anders geveld. Ik geef meteen toe dat autonomie een problematisch begrip is. Maar zo werkt dat nu eenmaal met politieke begrippen. Het zit in hun aard om ter discussie te staan."

Wat houdt het in om autonoom te zijn?
"Autonomie is geen invulling van het goede leven, het is een voorwaarde om daar überhaupt naar te kunnen streven. Letterlijk betekent het: jezelf de wet stellen. Om dat te kunnen, moet je onafhankelijk zijn, vrij van manipulatie en dwang. Verder moet je de innerlijke vermogens bezitten om een eigen levensplan op te kunnen stellen en uit te voeren. Tot slot moet je voldoende opties hebben om uit te kiezen.

"Vooral bij het aankweken van de vaardigheden om je eigen levensweg te kiezen, wordt het terrein politiek gezien glibberig. Hier heeft, naast het individu zelf, de rest van de maatschappij ook een verantwoordelijkheid. Denk aan de opvoeding door ouders. De grenzen zijn niet altijd evident. De overheid kan er wel voor zorgen dat iedereen onderwijs geniet, of voldoende zorg, maar tot hoever moet die overheidsinmenging strekken? Daarop spitsen de politieke tegenstellingen zich toe."

Wat is de grootste misvatting over autonomie?
"Autonomie wordt vaak ten onrechte gelijkgesteld aan emancipatie. Maar je kunt geheel autonoom ervoor kiezen je ondergeschikt te maken aan iets buiten jezelf. Autonomie kan samengaan met het gehoorzamen van anderen. Zolang dit maar uit eigen motivatie gebeurt. En er moet altijd een exit-optie zijn. Je moet altijd de mogelijkheid behouden je lidmaatschap van een gemeenschap op te zeggen en je los te maken."

Kunnen vrouwen autonoom een boerka dragen?
"Dat hangt van de vrouw af die de boerka draagt. Deels zal het onderdrukking zijn, deels niet. Dat moet je per geval bekijken. Daarom ben ik niet voor een algeheel verbod. Ik ben wel voor een verbod op bepaalde plaatsen, maar vanwege een andere reden. Bij een loket in het gemeentehuis moet je interactie kunnen hebben, een boerka verhindert dat."

Toen ik hierheen reed, kon ik maar 120. Ik voelde mij in mijn vrijheid beperkt. Gelukkig kan ik straks gewoon 130.
"De voorstanders van 130 rijden kapen de vrijheid voor hun zaak. Het verruimen van een restrictie wordt hier als dé vrijheid gepresenteerd. Maar als het zo is dat de gezondheid van anderen met deze maatregel in het geding is - en dat blijkt zo te zijn - dan schaad je de basale voorwaarden voor hun autonomie. Als je niet gezond bent, kun je ook niet autonoom leven. Terwijl je prima autonoom kunt leven als je maar 120 rijdt. Daarom is dit geen liberale maatregel."

Tast een verbod op ritueel slachten de autonomie van Joodse of islamitische burgers aan?
Hij zucht: "Die kwestie heb ik expres niet behandeld in mijn boek. Het punt is namelijk dat de morele status van dieren onduidelijk is. Tussen mensen kun je de vrijheid van de een opwegen tegen de ander. Maar in dit geval vergelijk je mensen met dieren. Vanuit mijn theorie van liberalisme is hiervoor geen oplossing."

Met welke kwestie heeft u het meest geworsteld?
"Met kunstsubsidies. Vanuit het autonomie-ideaal zijn kunstsubsidies moeilijk te rechtvaardigen. De vraag is namelijk: kun je autonoom zijn zonder kunst te consumeren? Ik ben geneigd hier ja op te antwoorden. Ik zie cultuur primair als een uitoefening van autonomie, niet als een voorwaarde ervoor.

"Voor velen hoort kunst bij hun invulling van het goede leven. Prima. Maar moet de staat aan hun goede leven bijdragen? Dat is een volstrekt legitieme en serieuze vraag. Ik erger mij aan mensen die tegenstanders van kunstsubsidies afschilderen als kunsthaters. Je kunt een kunstminnend persoon zijn en toch vinden dat het niet aan de overheid is die kunst te financieren."

Helder. U bent dus tegen kunstsubsidies.
"Toch niet. Niet per se. De staat mag ook dingen doen die boven het autonomie-ideaal uitgaan, als een democratische meerderheid van de samenleving dat wil."

De minderheid moet dat dus maar slikken, ook als dat overheidsingrijpen tegen het autonomie-ideaal indruist? Is dat liberaal?
"Ja, inderdaad. Maar de bijdrage die je als overheid aan de kunstsector levert, moet niet te gek worden. Het moet altijd een extraatje blijven. Echt, dan ben je toch nog heel ver verwijderd van het opleggen van een welzijnsideaal. Want een geluksmachine, daar geloof ik niet in."

Rutger Claassen: Het huis van de vrijheid. Een politieke filosofie voor vandaag. Ambo/Anthos, Amsterdam. ISBN: 9789026324093; 304 blz. 22,50 euro.

Twee sporen
Rutger Claassen (1978), universitair docent politieke filosofie aan het Instituut Politieke Wetenschappen van de Universiteit van Leiden, stemt links maar noemt zichzelf liberaal. Hij laat zich niet zo makkelijk in een hokje vangen.

Hij ziet zichzelf als iemand die twee sporen tegelijk bewandelt: het spoor van de publieke filosofie en dat van de specialistische, academische filosofie. Beide wil hij even serieus nemen. In 2004 kwam zijn eerste voor een breed geschreven publiek boek uit, 'Het eeuwig tekort', waarin hij het begrip schaarste onderzoekt. Het boek werd lovend ontvangen.

De universiteit maakt het volgens hem niet makkelijk om zulke boeken naast zijn academische arbeid te schrijven. "Er is een richtingenstrijd gaande, tussen mensen die verdere professionalisering voorstaan, en mensen die zich toeleggen op de bijdrage van filosofie aan de samenleving. Die laatste groep heeft het steeds zwaarder.

"Universiteiten zeggen wel dat ze 'maatschappelijk relevant' willen zijn, maar als je kijkt naar wat echt meetelt, zie je toch vaak een ander verhaal. Er wordt steeds meer waarde gehecht aan publicaties in engelstalige, peer-reviewed vaktijdschriften.

"Dat is voor een deel wel terecht, maar het zou zonde zijn als daardoor de maatschappelijke rol van de filosofie in het gedrang komt. De kunst is om in de wetenschappelijke arena mee te spelen en de daar verworven inzichten dan naar een breed publiek te vertalen."

Van zijn generatie is Claassen, naar eigen zeggen, een van de weinigen die zowel academische als populaire filosofie probeert te bedrijven. "Ik zie wel jonge publieksfilosofen, zoals Rob Wijnberg of Coen Simon, maar die zijn dan weer niet academisch actief.

"Verder zie ik leeftijdsgenoten die helemaal opgeslokt worden door de academie en geen energie of zin meer overhouden om hun ideeën te vertalen naar een breder publiek. Dat vind ik jammer. Het zijn steeds meer twee gescheiden werelden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden