AUTOBUS

Bijna tien maanden geleden, nadat een zwarte Mercedes Benz in een tunnel onder de Seine tegen een pilaar knalde, verscheen de Spaanse vertegenwoordiger van het automerk op televisie. Hij had een foto bij zich, waarop de geschonden auto in Parijs. De voorkant was als een accordeon in elkaar geschoven, de achterbumper ingedeukt tot aan de achterruit. Het was voor de representant het ultieme bewijs van de veiligheid van zijn merk.

“Kijk”, hoorden de aangeslagen televisiekijkers hem monter zeggen, “het middengedeelte: totaal ongeschonden.” Dat in het nog intacte deel een Britse prinses, haar minnaar en hun chauffeur stierven deed er even niet toe.

In een lijst die het Europese bureau voor de statistiek begin deze maand publiceerde over dodelijke verkeersongelukken brengt Frankrijk het er slecht af. Per miljoen Franse auto's zijn er 343 betrokken bij een fataal ongeval. (Het Europese gemiddelde is 277). Spanje maakt het in de statistieken nog wat bonter met 409 op de miljoen. De levensgevaarlijke Spaanse snelwegen worden alleen overtroffen door die van Griekenland, Portugal en Ierland. Andere onderzoeksfeitjes doken daarna op, bijvoorbeeld dat de Madrilenen en de Basken de beste automobilisten zijn. En dat het oppassen geblazen is op het asfalt van Castilië en Galicië.

Het is niet echt moeilijk om in Spanje een forse hekel aan auto's te krijgen. De ellendige beelden van tientallen ongelukken na ieder weekend zijn het onverslijtbare onderdeel van het maandagjournaal. Enige journalistieke gedragscode is hierbij niet van kracht, getuigen de bloedende koppen, verkoolde armen en het aluminiumfolie over de lichamen.

De steden zelf zijn in deze dagen van overvloedige Spaanse hitte een heuse martelgang, veroorzaakt door de kokende automobilisten, vechtend om iedere parkeerplaats. Verder maakt de goede gewoonte van het snerpend claxonneren om reden van ieder wissewasje de liefde voor het blik nauwelijks groter.

Het vermaledijde 'recht' een auto te bezitten functioneert in Spanje niet anders dan in het noorden. Maar toch, grote afstanden afleggen in Spanje gebeurt bij voorkeur met de . . . bus. Peperdure treinkaartjes verklaren veel over deze voorliefde. Los daarvan gaat de busverbinding altijd sneller. Van Madrid naar Segovia (115 kilometer) duurt het zeker drie uur met de trein, in vergelijking met vijf kwartier in de bus. Een enkeltje vanaf de hoofdstad naar Granada (434 kilometer) kost 26 gulden. Het duurt vierenhalf uur en je krijgt water en film onderweg. Naar Amsterdam kan ook (1735 kilometer): 335 gulden retour, 24 uur onderweg. Alleen het vliegtuig doet het sneller.

Het bizarre is dat zoiets uitputtends als reizen met de bus went, na de honderden uren die ik inmiddels in het land aflegde. Ik zag duizenden houten stieren in de bergen, miljoenen olijfbomen op de rode aarde, een onwaarschijnlijke variëteit aan wegrestaurants en medereizigers. En bovendien alle B-films van de afgelopen vijf jaar.

Het maakt allemaal deel uit van een geoliede infrastructuur, waarin busstations steeds vaker lijken op postmoderne vliegvelden. Het airconditioned Zuidstation van Madrid is een gigantische vertrekhal, waar de omroepster alle vertrekkende en aankomende bussen aankondigt. De verste bestemming is Warschau, 260 gulden voor een enkeltje. Café's, banken en reisondernemingen houden er kantoor.

De busmaatschappijen die in het Zuidstation het netwerk van alle mogelijke bestemmingen onderhouden zijn privé-ondernemingen, keurig verdeeld achter glazen loketten. Met de ontbarmhartig dalende prijzen van vliegtickets hebben ze het niet eenvoudig, en zetten ze hun slecht betaalde buschauffeurs ook in voor allehande rotklusjes, zoals het schoonmaken van het materieel. Anderzijds ontdekten de Spaanse busbedrijven dat in hun antiek aandoende manier van vervoer nog immer veel meer geld zit dan elders in Europa wordt gedacht. Het grootste succes boekte wellicht de Asturische onderneming Alsa. Negenhonderd school-, zaken- en toeristische bussen rijden voor het bedrijf. Taxibusjes van Alsa tuffen tegenwoordig zelfs door Peking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden