Autistisch

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Een vrouw van in de vijftig roert onafgebroken rondjes in haar koffie. Haar zus pulkt aan een stompe kaars die niet brandt. "Moeder was behoorlijk op leeftijd", zegt de jongste. "Zoetjesaan ging ze steeds meer achteruit."

"Haar kaarsje was opgebrand", zegt de oudste. Ze staat op, opent een antieke kast en haalt er een stapel foto's uit. "Dit was moeder."

Een dame met permanent en zilverspoeling lacht mij toe. "Moeder was altijd fris en goed gekleed. Haar grijze haar keurig gekapt en ze droeg pastelkleuren; geen beige, zoals de meeste oude dames dragen."

De zussen glimlachen trots. "Ze kreeg hulp, maar ze woonde tot op het laatst nog op zichzelf in deze aanleunwoning. We willen dat moeder hier in haar eigen huis wordt opgebaard."

De oudste schraapt haar keel. "Er is wel een hobbel. Mijn dochter heeft autisme. Ik wil haar in dit afscheid zo goed mogelijk begeleiden."

"Ja, daar moeten we goed aan denken", zegt haar zus.

"Daarom wil ik dat moeder thuisblijft in deze voor mijn dochter vertrouwde omgeving."

"Dat lijkt me een goed idee", zeg ik. "Hoe kunnen we dat het beste doen?"

"Eerst zou ik moeder in haar eigen bed opgebaard willen hebben en dan na twee dagen in de kist, zodat mijn dochter stap voor stap kan wennen. De dag voor de crematie wil ik de kist met elkaar sluiten."

"Dat zal ik regelen."

"En dan wil ik nog iets... Kunt u met mijn dochter en met mij vooraf naar het crematorium gaan, zodat ik haar kan laten zien waar we naartoe gaan?"

Een grote meid van negentien jaar stapt uit de auto. "Dit is de uitvaartverzorger", zegt haar moeder. Het meisje maakt geen contact.

"Als we morgen met oma hiernaartoe gaan, is zij er ook", zegt moeder, wijzend naar mij. "Ze gaat ons vertellen wat we morgen allemaal gaan doen."

"Oma is nu nog thuis", neem ik het gesprek over. "Morgen brengen we haar hier en komen jullie door deze deur naar binnen."

Ik open de deur van het crematorium. Het personeel geeft ons alle ruimte om overal te kijken. "Dan breng ik jullie naar deze familiekamer", ga ik verder. "Daarna wachten jullie hier even en zetten collega's de kist in de aula. Daarna kom ik jullie ophalen om daarheen te gaan."

Ik neem de hele route met ze door. In de aula stelt het meisje haar eerste vraag. "Waar is mijn stoel?" In de voorste rij wijs ik er een aan. Ze gaat zitten. Een kwartier lang wiegt ze zachtjes heen en weer.

"Ik wil voorkomen dat ze morgen hysterisch wordt", fluistert haar moeder. "Als ze plotseling in een vreemde situatie komt, gebeurt dat regelmatig."

"Ik heb zin in appelsap", zegt haar dochter.

Na het glas appelsap zeg ik: "Je weet nu wat we gaan doen."

"Ja, maar ik wil nog een keer kijken."

Nogmaals doen we de hele ronde en daarna wil ze nog een keer en nog een keer. Na vijf rondjes leidt moeder haar met zachte hand terug naar de auto.

Als ik een dag later het huis binnenkom, roept het meisje hard: "Ik ken jou!"

In de aula vliegt ze direct op haar stoel af. "Dit is mijn stoel", gilt ze. Tijdens de afscheidsceremonie wiegt ze rustig op en neer. Alles loopt als gepland.

"Dank voor al het oefenen", zeggen de zussen tussen het condoleren, de koffie en de cake door.

Het meisje passeert met een glas appelsap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden