Autistische zoon verstrikt in de jeugdhulpverlening

De school. Het psychologisch testinstituut. De kinderarts. De kinderpsychiater. Bureau Jeugdzorg. De eerste begeleidster van de jeugd-GGZ. De tweede. Diens vervanger. De eerste psychiatrische instelling. De tweede. De crisisafdeling.

In deze opsomming is nog minder dan de helft van het aantal zorgverleners genoemd met wie moeder Lieke Groenewijde te maken krijgt vanaf de periode dat haar zoon Joep, dan bijna 15 jaar, autisme blijkt te hebben. In haar net verschenen boek 'Verstrikt in autisme' beschrijft ze een moedeloos makende rij van hulpverleners die lang niet altijd weten wat ze aanmoeten met Joep.

Neem alleen al het eerste telefoontje bij Bureau Jeugdzorg, waar ze zich afgeblaft voelt en pas binnenkomt na tussenkomst van de huisarts. In de hele zoektocht naar goede hulp voor haar zoon komt eigenlijk maar één hulpverlener voor die langer bij het gezin betrokken is, maar ook deze 'Ad' van de GGZ zal op een gegeven moment vervangen worden. Het relaas van Groenewijde had dan ook net zo goed 'Verstrikt in de jeugdhulpverlening' kunnen heten.

Daarbij moet wel aangetekend dat het haar kant van het verhaal is. En uiteraard maakt Joep het de hulpverleners die hij tegenkomt ook niet gemakkelijk. Bij hem wordt de diagnose pdd-nos gesteld, de restcategorie waarbij wel symptomen van de psychiatrische stoornis aanwezig zijn, maar niet genoeg om aan de strikte definitie van autisme te voldoen.

Bij de zoon van Groenewijde is daarnaast ook sprake van ADHD. Hij wil niet accepteren dat hij een stoornis heeft en is zeer wantrouwig tegenover al die vreemden die hem maar steeds willen zien. Hij barricadeert zijn kamerdeur en wil niet met hen praten. Hoe ouder hij wordt, hoe meer hij een nachtelijk leven gaat leiden met een aantal vrienden die zijn moeder nauwelijks ziet, en die zich steeds meer in rottige situaties begeven, zodat Joep ook door de politie zal worden opgepakt.

Dat dit alles grote consequenties heeft voor Groenewijde, haar man en haar andere zoon, mag duidelijk zijn. Vier jaar lang gaan ze niet op vakantie en de dagelijks stress door de stoornis neemt alleen maar toe.

Zo ver zelfs dat het echtpaar Joep uiteindelijk tegen zijn zin laat opnemen in een psychiatrische instelling. Daar gaat het getouwtrek over de vraag 'waar moet hij naar toe' door. Groenewijde maakt zich constant zorgen of het wel goed gaat met Joep in de instelling. Dat is ook wel te begrijpen wanneer je leest dat ze bijvoorbeeld te horen krijgt: "Een andere jongen moest de separeer in, dus heeft Joep nu zijn kamer." Al snel concludeert ze dat, hoewel Joep niet meer thuis leeft, het hele gezinsleven nog steeds door hem wordt bepaald. Je moet hem loslaten, zo krijgt de moeder van verschillende kanten te horen, en wie haar verhaal leest zou haar dat ook toewensen. Maar, zoals ze zelf aanstipt: dat is niet makkelijk wanneer je zoon regelmatig telefonisch laat weten dat er veel niet goed geregeld is - en je hem vaak nog gelijk moet geven ook.

Groenewijde schrijft het allemaal chronologisch op. Een duidelijke indeling met meer nadruk op de belangrijkste momenten had het verhaal sterker gemaakt. Het boek bevat naast ellende ook een paar mooie scènes, zoals die waarin Joep een bezoek van zijn moeder gebruikt om te klagen, om 's avonds toch nog te bellen en te bedanken voor de bal die zijn ouders hem gaven.

Natuurlijk, het is geen slechte jongen. En ook al is het geen garantie op een betere afloop, je hoopt toch dat jonge kinderen in dit soort situaties sneller een hulpverlener treffen die langer bij hen blijft dan de lengte van een intake-gesprek.

Lieke Groenewijde: Verstrikt in autisme. Uitgeverij De Graaff, Utrecht, 18,95 euro.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden