Reportage

Autistisch, depressief, fysiek beperkt? Bij mediabureau Meo mag je meer dan koffiezetten

Beeld Olaf Kraak

Bij mediabureau Meo heeft de helft van de medewerkers een afstand tot de arbeidsmarkt. En dat werkt prima. ‘We zijn gewoon een commercieel bedrijf, hoor.’

Zo op het eerste gezicht lijkt Meo een mediabureau als veel andere. Het zit in een gerenoveerd gebouw, de kale muren en zwarte metalen wenteltrap geven een industriële look. Er hangen planten in gehaakte touwconstructies aan het plafond en achter de grote Mac-schermen zitten jongens en meisjes rustig te werken.

Meo staat voor Media En Ondersteuning. Het bedrijf, met 34 werknemers in Haarlem en Alkmaar, levert dat in de breedste zin van het woord: van online marketing tot administratief personeel, van websites bouwen tot het ontwerpen van magazines. Nog steeds niets bijzonders, eigenlijk.

Het wordt pas bijzonder als je aan de medewerkers vraagt hoe ze bij Meo terecht zijn gekomen. Neem de 26-jarige Joep Smit. Hij heeft autisme en probeerde een aantal keer een opleiding te voltooien. Een lerarenopleiding bijvoorbeeld. Hij grinnikt. “Dat is als autist sowieso niet echt een goed idee.” Smit deed twee jaar de opleiding communicatie en multimedia, werkte in restaurants, maar het lukte allemaal niet. Te veel prikkels. 

“Ik had een Wajong-uitkering aangevraagd en zat al een half jaar thuis, toen ik via het UWV als webdesigner bij Meo terecht kon voor een leer- en werkplek.” Daar bouwde Smit langzaam zijn werkweek op, van drie ochtenden in de week naar vier volle werkdagen. Na het leer- en werktraject mocht hij als online marketeer bij Meo blijven, hij heeft een jaarcontract.

Geen sociale werkplaats

Er zijn wel meer bedrijven in Nederland die mensen met afstand tot de arbeidsmarkt opleiden en een baan geven. Maar bij Meo is minstens de helft van de werknemers zoals Joep. Meer mensen met autisme, maar ook mensen met angststoornissen, depressies of een fysieke beperking. Allemaal hebben ze een afstand tot de arbeidsmarkt. 

Ze komen bij Meo voor een leer- en werktraject. Ze lopen mee met behoud van hun uitkering en kunnen dan elders echt aan het werk, of ze komen in dienst bij Meo. “We zijn geen sociale werkplaats”, benadrukt Joost van der Burght (23) die samen met Edwin Teljeur (46) leidinggeeft aan het bedrijf, als de term aan het begin van het gesprek valt. “We zijn gewoon een commercieel mediabureau.”

Nou ja, gewoon. Teljeur noemt zichzelf een werkgever met een randje. In de praktijk betekent dat dus dat de helft van de werknemers afstand heeft tot de arbeidsmarkt, de andere helft heeft dat niet. Nieuwe medewerkers bouwen langzaam hun uren op en leren een vak, van online marketing en copywriting tot administratie. Voor bepaalde vaardigheden, zoals die op de grafische afdeling, is een leermeester in huis. 

De begeleiding voor nieuwe mensen is wat intensiever dan op de gewone werkvloer, maar ook weer niet zo dat de nieuwelingen bij ieder stapje aan de hand worden genomen. “We hebben een wat groter vangnet, je mag wat vaker een fout maken”, zegt Van der Burght. De werknemers hebben een jobcoach, maar die werkt via een externe partij en loopt niet rond op de werkvloer. “Dat ontregelt de boel.”

Schoffelen

Meo ontstond bij toeval. Teljeur werkte als zelfstandig communicatieadviseur voor stichtingen en werkte samen met iemand in een rolstoel. Voor hij het wist had hij via die collega allerlei mensen met een arbeidsbeperking in zijn netwerk die klussen voor hem deden.

“De mensen zijn de hulpverlening al door”, zegt Teljeur over de werknemers van Meo. “De rouwperiode of de acceptatie van de beperking is al voorbij. Ze zijn klaar om op een bepaalde manier aan het werk te gaan.”

Teljeur wordt gedurende het gesprek steeds activistischer. “Er wordt zo ingewikkeld gedaan over mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat is vaak helemaal nergens voor nodig. Het is zo zonde dat iemand met dat label snel wordt veroordeeld tot koffie zetten of schoffelen. Er zit zoveel talent!” 

Het gaat weleens mis, erkennen de twee. Zonder op details van verschillende voorvallen in te gaan, vanwege de privacy, vertelt Teljeur dat het soms gewoon niet werkt. Dat mensen werken in een kantoor echt niet aankunnen, of niet klantvriendelijk met mensen kunnen omgaan. Dat is dan ook gelijk een groot drama. “Heftige shit”, noemt Teljeur het. “Ze komen hier met een hoge verwachting en dan werkt het niet. Ja, dat levert enorm veel verdriet op.”

De werkwijze van Meo geeft het bedrijf een marketingvoordeel. “We leveren kwaliteit, we werken voor Nyenrode en Dopper, om maar wat te noemen. Als een opdrachtgever dan twee offertes ziet waarvan een van ons, hebben wij wel het voordeel van de twijfel”, zegt Teljeur.

“De motivatie is vooral intrinsiek: de kick van iemand een contract geven die niet meteen zeikt over een leaseauto, maar dankbaar is dat hij aan de slag kan. Dit is de leukste baan die ik ooit gehad heb.”

Banenplan moet arbeidsbeperkten aan werk helpen

Om mensen met een beperking aan werk te helpen, heeft de overheid met werkgevers- en werknemersorganisaties een banenafspraak’gemaakt. Volgens die afspraak moeten er elk jaar meer werkplekken voor arbeidsbeperkten bij komen. Begin 2026 moeten er 125.000 extra banen zijn vergeleken met 2013. Lukt dat niet, dan gaat er een quotumregeling in, met boetes voor bedrijven die banen voor arbeidsbeperkten scheppen.

Lees ook:

Arbeidsbeperkten ondernemen vaker zelf actie op zoek naar werkplek

Na drie jaar stilstand komt het creëren van plaatsen voor arbeidsbeperkten eindelijk op gang. Al helpen ze daar zelf bij.

Zijn deze mensen met een beperking straks klaar voor de arbeidsmarkt? ‘Ik draai het liever om’

Toon Beerens begeleidt op kleine schaal mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden