Authentiek en bevlogen

door George Marlet

Een man uit één stuk, authentiek, bevlogen en sociaal bewogen. Vakbondsbestuurder Herman Bode sprak altijd recht uit het hart – en liet zich daardoor lezen als een open boek.

Bode overleed woensdag op 81-jarige leeftijd. In meerdere opzichten was hij de laatste der mohikanen. De laatste echte arbeider die de bestuurlijke top van de vakbeweging bereikte. De laatste vicevoorzitter van het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV), dat in 1981 met het socialistische NVV fuseerde tot de huidige vakcentrale FNV. En misschien wel de laatste vakbondsbestuurder die wist hoe je – zwetend en rood aangelopen – een zaal vol stakers of boze leden kon opzwepen met een oprecht emotioneel betoog.

„Willen we naar de Dam? Dan gáán we naar de Dam!” Bodes oproep tijdens een vakbondsbijeenkomst in 1980 om op de Dam te gaan demonstreren, is een klassieker geworden. De combinatie van zijn imposante postuur en tremolo-stem met een betoog dat iedereen kon volgen, maakte Bode geloofwaardig. En al helemaal dat hij zelf met niet veel meer dan lagere school vanaf zijn veertiende in Twentse textielfabrieken had gewerkt, als poetser van weefgetouwen.

Na de oorlog liet Bode zich omscholen tot elektrotechnicus. In 1949 sloot hij zich aan bij de katholieke metaalbewerkersbond St. Eloy, waarvan hij een paar jaar later districtsbestuurder werd. Zijn oratorisch talent bleek in 1969, toen hij door een zaal vol boze Werkspoor-werknemers voor verrader werd uitgemaakt. Getergd hield Bode een emotionele toespraak en kreeg de stakers achter zich. Zijn ster rees daarna snel. In 1972 werd Bode hoofdbestuurder van het NKV.

Om uiterlijk vertoon gaf Herman Bode niet veel. Hij zag er met gekreukte kleren en verwarde haardos vaak wat morsig uit. Bode maakte de gloriejaren van de vakbeweging mee, maar ook dat achtereenvolgende kabinetten onder leiding van Van Agt en Lubbers morrelden aan moeizaam verworven rechten, zoals de prijscompensatie en doorbetaling van loon bij ziekte.

In 1985 ging hij als vicevoorzitter van de FNV met pensioen om zich in kerkelijk-sociale organisaties nog meer te wijden aan ’mensen aan de onderkant’. Met spijt zag hij dat de vakbeweging zich uit overlevingsdrang steeds meer ging richten op de belangen van mensen met werk. De Partij van de Arbeid, zijn partij sinds hij eind jaren zestig de Katholieke Volkspartij vaarwel zegde, moest er in 2000 aan geloven.

Bode zegde zijn lidmaatschap van de PvdA op omdat de partij zich niet verzette tegen de annexatie van zijn woonplaats De Meern door Utrecht. „Mensen die me beliegen en bedriegen zijn niet integer meer. Daar kan ik dus ook niks mee”, zei Bode toen in Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden