'Authenticiteit staat voorop, het gaat er om compromisloos te zijn'

Op de opening van de Dansers Studio van choreografe Beppie Blankert, 19 maart jl, kondigde de Amsterdamse wethouder van cultuur Ernst Bakker aan dat per 1 april de Danswerkplaats Amsterdam een artistiek leider heeft. Danser Ger Jager ziet hiermee zijn inspanningen beloont waarmee hij het afgelopen jaar het ene initiatief na het andere van de grond trok om aandacht te eisen voor al die moderne danskunstenaars die stuurloos opereren in een onvoldoende gesubsidieerd circuit.

Januari '93 trad ook voor de danssector het Kunstenplan in werking, niet alleen het landelijke maar ook dat van de gemeente Amsterdam. Na een jaar van verwarring en chaos, angst en onzekerheid, verbeten strijd en onverwachte samenwerking wordt langzaamaan zichtbaar hoe de moderne dans de komende vier jaar gestalte krijgt.

Hoe ingrijpend deze kunstenplanoperatie was voor de dans, werd vooral voelbaar in Amsterdam, het belangrijkste centrum voor moderne dans. De vierjarige subsidiebepaling werkte als een katalysator bij processen die anders wellicht in een rustiger tempo waren verlopen. Nu forceerde deze maatregel keihard tot het verschijnsel winners en losers: zij die stand hielden of opnieuw konden starten, en zij die (voorlopig) afgeschreven werden of net niet aan de bak kwamen.

Wie met ruime middelen doorgaan, zijn Dansgroep Krisztina de Chatel en Truus Bronkhorst, beide in Amsterdam gevestigd en - minus de huisvesting - volledig door het rijk betaald. Negatief geevalueerd werd Dansproduktie. Artistiek leidster Bianca van Dillen gaat nu met een kleine ploeg op dezelfde plek (Planciusgebouw) als Stichting Stamina verder. Ook De Nieuwe Dansgroep van Jaqueline Knoops kwam geschonden uit de strijd: geen meerjarige subsidie waar het op had gehoopt, en verder nergens geld aangevraagd. Een doekje voor het bloeden kwam van de gemeente Amsterdam die besloot de huisvesting voor Knoops studio, alsmede twee jaar huur voor die van Pauline de Groot te garanderen. Een andere geste kwam in de vorm van 50 000 gulden, bestemd voor open professionele trainingen, die daarvoor immers altijd bij Dansproduktie en Knoops' studio plaatsvonden. Een groep die zichzelf - ten dele om niet-financiele redenen - zal opheffen, is het Concern. De leden Helga Langen, Patrice Kennedy, Margie Smit en Arnold Goores gaan ieder hun weegs.

Bijkans potsierlijke taferelen speelden zich verleden jaar af bij de Amsterdamse dans rond het 'dansersplatform', zoals dat toen nog heette. Spil daarin werd choreografe Beppie Blankert die als enige een uitgewerkt plan had opgesteld voor een 'danserspool', een bundeling van dansers en choreografen. Dat resulteerde na veel geharrewar in de door gemeente en rijk bekostigde Dansers Studio. Met eigen middelen werd een loods aan het Entrepotdok gekocht en verbouwd. Wethouder Bakker gaf er het startsein, de eerste produktie is al in de maak.

Vormde het Kunstenplan voor enkelen van de oude generatie een pijnlijk breekpunt, voor de jongere generatie kwam ze evengoed op een verkeerd moment, te vroeg namelijk. Daar richtte de strijd zich niet tegen dreigende afkalving, maar drong nog maar net het besef door dat hard geknokt diende te worden om terrein te veroveren. Een van de mensen die daarbij het voortouw nam, was Ger Jager (36 jaar). Jager heeft ten dele een dansachtergrond. Onlangs speelde hij niemand minder dan Dante in 'Overlust' van Lisa Marcus. Ook danst hij regelmatig bij Coup d'Amour. Ooit studeerde hij in Groningen aan de lerarenopleiding en deed als amateur aan jazz- en moderne dans. Op 24-jarige leeftijd belandde hij alsnog op de toenmalige Moderne Dansopleiding te Amsterdam waar deze mondig ingestelde student als te kritisch werd ervaren en na conflicten van de opleiding werd verwijderd. Hij hing nog wat rond hij Scapino, maar koos voor het 'echte leven' en ging in het bezit van een diploma 'eerste stuurman' varen. Daarna kwam hij als werknemer bij De Balie en De Populier opnieuw in de culturele sector terecht, alvorens weer te gaan dansen. "In het grijze circuit, dus een paar maanden betaalde werk en dan weer werken met behoud van uitkering. Op een moment heb ik besloten daar binnen een jaar een eind aan te maken," zegt hij. Het lukte inderdaad.

Op de roerige vergaderingen over het 'dansersplatform' liet hij ferm van zich horen; naar zijn idee waren die plannen te veel gericht op de 'gevestigde' generatie. Met anderen richtte hij het Informeel Overleg Danskunstenaars (IDO) op. Werkgroepjes werden ingesteld om de nijpende problemen in de individueel ingestelde moderne sector te inventariseren: betaalbare lessen, beschikbare studio/repetitieruimtes, het delen van faciliteiten, het op elkaar afstemmen van de programmering, kortom allerlei prozaische zaken die toch artistiek belemmerend werken als ze niet goed zijn geregeld. Serieuzer werd de aanpak van de Stichting Onafhankelijke Dans (SOD), mede door Jager geinitieerd. In het beleidsplan werden ideeen geopperd voor oplossingen van de gesignaleerde problemen. De doelgroep voor een dergelijke facilitaire bundeling vormen danskunstenaars die zich verzekerd weten van een subsidie op projectbasis, van het landelijk Fonds of van Amsterdam. Vaak gaat het dan om dezelfde kunstenaars: Coup d'Amour, Roebana, Marcus, Post. Ten dele overlapt dat zelfs de groep waar ook Blankert mee in zee gaat.

Maar Jager daalde nog dieper af in de hierarchie van de moderne danssector. Hij solliciteerde als artistiek leider van de nieuwe Danswerkplaats Amsterdam, op instigatie van de gemeente voortgekomen uit Danslab en Perron 2. Hij werd aangenomen. Aan hem nu de taak deze erfenis om te vormen tot een bruisend centrum waar de nieuwe generatie choregrafen zich kan ontplooien. Het enige dat vaststaat is eigenlijk de subsidie: die bedraagt 280 000 per jaar en is in principe voor vier jaar toegekend, met een tussentijdse evaluatie.

Jager is voor vier dagen aangesteld en wordt een dag zakelijk bijgestaan. Voorts is er een parttime coordinator en zijn er twee banenpoolers voor techniek.

Jager was nog niet begonnen of het eerste probleem diende zich aan: Ger van Leeuwen die ruim tien jaar terug Danslab oprichtte en runde, trok zich uiteindelijk terug uit deze nieuwe constructie. Jager reageert met: "Mijn prioriteit lag al bij nieuwe huisvesting. Nu Danslab afgevallen is, wordt de noodzaak alleen maar groter. Want met de middelgrote en piepkleine studio van Perron 2 alleen (gevestigd in de voormalige snijkamer van het Wilhelmina Gasthuis, red.) en met de te dure belendende STAP-studio redden we het niet." Over eventuele andere mogelijkheden wil hij het nog niet hebben.

"Ik zie het als taak om de werkplaats actief te leiden, dat wil zeggen artistieke begeleiding bij het traject dat beginnende professionele danskunstenaars met choreografische ambities afleggen. Hun vingeroefeningen moeten zij binnenskamers doen. Daarnaast wil ik ook met meer ervaren dansers die iets willen maken, aan de slag gaan." Zijn verwevenheid met het SOD blijkt uit zijn wens om ook vanuit deze functie te spreken van een centrum voor choreografie en dans. Vooralsnog zal zijn taak zich beperken tot het opstarten van een gammele werkplaats waar het artistieke vuur niettemin moet gaan branden. "De jonge generatie moet met alle informatie die het heeft zich een eigen weg zoeken. Authenticiteit staat bij mij voorop. Het gaat er om oorspronkelijk te zijn, compromisloos."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden