Auteur reisgids blijft liever thuis

Reisgidsen zijn allang niet meer het product van avontuurlijke schrijvers die in elke uithoek komen. Er wordt vaak flink gekopieerd door de slecht betaalde auteurs.

Met de zomer in aantocht gaan globetrotters op zoek naar dé unieke reisgids vol met persoonlijke anekdotes en verborgen bezienswaardigheden. Maar bestaat die eigenlijk wel?

’Lonely Planet’, al jaren de bijbel voor backpackers, viel deze week van zijn voetstuk. De Amerikaanse Lonely Planet-auteur Thomas Kohnstamm brengt volgende week het boek ’Do Travel Writers Go To Hell?’ uit, waarin hij uit de school klapt over de onprofessionele werkwijze van Lonely Planet-schrijvers. De Australische kranten Herald Sun en Sunday Times berichtten dat Kohnstamm meerdere reisverhalen zou hebben gestolen of verzonnen, en tegen het beleid van de uitgever cadeaus had geaccepteerd. Na de wereldwijde ophef probeerde Kohnstamm zijn uitspraken te nuanceren en zei dat ze uit de context waren gehaald, maar het avontuurlijke imago van ’Lonely Planet’ was al aangetast. Kohnstamm wil niet telefonisch reageren en ’mag momenteel geen interviews geven’.

Tom Hall, redacteur bij Lonely Planet in Londen, wil de werkwijze van de schrijvers wel toelichten. „We verwachten dat onze auteurs elke plaats waarover ze schrijven ook bezoeken. Ze moeten de sfeer proeven, en het is hun verantwoordelijkheid om te weten waar ze over schrijven. Maar het is onmogelijk om te checken of een auteur daadwerkelijk alles zelf heeft bezocht.”

Kohnstamm verklaarde in de Australische kranten dat hij een deel van de reisgids over Colombia vanuit een kantoor in San Francisco had geschreven. De informatie zou hij van een stagiaire op het Colombiaanse consulaat hebben gekregen, met wie hij toen aan het daten was. Hall erkent dat Kohnstamm Colombia niet heeft bezocht voor een verhaal. „Maar hij hoefde alleen een stuk te schrijven over de geschiedenis van Colombia. Met een mastertitel in Latijns-Amerikaanse studies was hij bevoegd genoeg om daar over te schrijven.” Over Kohnstamms nog uit te brengen boek wil hij niet veel kwijt. „Zijn claims zijn nogal sensationeel, dus ik zou ze met een korrel zout nemen.”

Spieken en kopiëren komen in de reisgidsenbranche vaker voor dan men denkt of durft toe te geven. „Als uitgever A een goede gids uitbrengt, is de kans groot dat uitgever B even afkijkt”, zegt Hans van der Hoorn, eigenaar van reisboekhandel Interglobe in Utrecht. „In de branche geldt dat overschrijven best mag, zolang je geen letterlijke zinnen overneemt. Het moet onherkenbaar zijn.”

De klant mag volgens Van Der Hoorn best wat ’realisme’ worden bijgebracht. „Reizigers zijn tegenwoordig onzeker en raken in paniek als de werkelijkheid afwijkt van de informatie uit de gids. De klanten willen het gevoel hebben dat een auteur er vorige week nog is geweest. Maar ze moeten ook wereldwijs zijn en snappen dat het voor een auteur niet meer nodig is om elke plek daadwerkelijk te bezoeken.”

Van Der Hoorn is nuchter over de ontwikkelingen in de reisgidsenbranche. „In de jaren zeventig en tachtig moesten veel gebieden nog worden ontdekt. Uitgevers stuurden toen nog een team van vier of vijf mensen naar India om kennis te vergaren. De hele wereld is nu beschreven en ontdekt. Het is alleen een kwestie van informatie bijwerken.” Het idee dat redacteuren gidsen tegenwoordig vanuit een kantoor bijwerken vindt hij niet een vreemde ontwikkeling. „Om de Sahara te beschrijven hoef ik er niet per se naartoe. Een heleboel voortreffelijke reisgidsen worden vanuit een redactiekamer geschreven.”

Van ’Lonely Planet’ is het volgens Van Der Hoorn ’vrij bekend’ dat ze kopieermethodes hanteren. Het imago van ’Rough Guides’ is vooralsnog onaangetast. Naar zijn mening doen auteurs van ’Rough Guides’ meer moeite, om de concurrentie met ’Lonely Planet’ aan te gaan. Naar grotere landen als China en Australië stuurt ’Rough Guides’ nog steeds een paar schrijvers, die dan elk een regio voor hun rekening nemen.

Riet Goes, uitgever van de Nederlandstalige ’Capitool’-gidsen, erkent dat plagiaat voorkomt in de branche, maar zegt dat het ’moeilijk te traceren is’. De Nederlandse tak van ’Capitool’ maakt deel uit van het Britse moederbedrijf Dorling Kindersley, die de internationale ’Eyewitness’-gidsen maakt. Over de internationale werkwijze is ze duidelijk. „Iedereen weet dat de Sagrada Familia de nummer-één trekpleister van Barcelona is. Dat staat in alle reisgidsen en ook op internet. Maar de rest moet je toch zelf doen.”

Voor Goes is internet slechts een manier om je in te lezen. „We kunnen er niet omheen dat de auteur zelf een plek bezoekt om de sfeer te proeven en zijn eigen waarneming in het verhaal verwerken. In Amsterdam moet je ook zelf naar de Zuid-as gaan om het skylinegevoel te ervaren.”

Nederland en Vlaanderen zijn voor Goes goed te overzien. Ze kan op locatie zien waar de auteurs mee bezig zijn. „Ik wil er zelf ook bij betrokken blijven.”

Reisjournalisten voor verre bestemmingen moeten het steeds vaker met een kleiner budget en minder tijd stellen. Van Der Hoorn: „Bij Lonely Planet is er niet veel liefde voor de auteur. Elke auteur krijgt slechts een contract voor één editie en goed betaald worden ze niet.” Redacteur Hall van ’Lonely Planet’ erkent dat de salarissen van hun schrijvers de afgelopen achttien maanden met 23 procent zijn gestegen om de schrijvers tevreden te houden.

„Je verdient er niets aan”, zegt Tim Dekkers. Hij is freelance journalist in Sydney en schrijft onder andere voor Trouw. Met zijn partner Marc van den Broek, tevens journalist, schreef hij voor de Dominicus-serie reisgidsen voor Sydney en Nieuw-Zeeland. Dekkers: „De financiële steun die we kregen was praktisch nul. Het vervoer en de overnachtingen moesten we zelf betalen. We ontvingen wel een voorschot van de uitgever, maar dat geld wordt later van de royalty’s afgetrokken. Nee, we worden er absoluut niet rijk van.”

Het duo heeft drie maanden lang met de auto en fiets door Nieuw-Zeeland gereisd en daarmee naar eigen zeggen 95 procent van het land gezien. „We probeerden alles zelf te doen. De onbereikbare vijf procent van het land hebben we via internet en telefoontjes onderzocht”, legt Dekkers uit. „Als ik zelf een gids schrijf, pieker ik er niet over om dat vanachter een bureau te doen. Je wilt er toch je eigen invulling aan geven.” Die eigen invulling is volgens Dekkers de meerwaarde van reisgidsen in vergelijking met het internet. De lezer mag dan ook van een auteur die persoonlijke ervaring met het land verwachten in de reisgids. „Veel gidsen zijn gewoon uit het Engels vertaald en lijken allemaal op elkaar. Ik heb er zelf twee boekenplanken vol mee staan. Wij wilden die clichés vermijden en echt met een Nederlandse kijk een gids over Nieuw-Zeeland schrijven. Vanuit die passie hebben we geschreven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden