Auschwitz moet van binnenuit voorkomen worden

De auteur is docent onderwijskunde aan de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle.

Oppervlakkig gezien leeft de herinnering aan de Tweede wereldoorlog in de gedachten van opvoeders en onderwijsmensen. Tolerantie, verdraagzaamheid, strijd tegen racisme en superioriteitsgevoelens en een pleidooi voor democratische waarden behoren tot de vaste ingrediënten van het hedendaagse opvoedingsidioom. Wie het gelijk aan zijn kant meent te hebben, is bij voorbaat verdacht. Wat dat betreft lijken we geleerd te hebben van Adorno.

In NRC Handelsblad (1 april) schreef de psychiater A. van Dantzig een analyse van onze moderne westerse maatschappij, die volgens hem nog maar zo'n dertig jaar bestaat. Het verleden schetst hij als een systeem waarin indoctrinatie en achterkamertjesmoraal met bijbehorende taboes de toon aangaven. Van persoonlijke vrijheid was nauwelijks sprake; de gemeenschap schreef voor hoe er gedacht moest worden, niet zelden met een beroep op de godsdienst. Maar die maatschappij met die absolute moraal bestaat - gelukkig - niet meer, zegt Van Dantzig. Normen zijn niet meer dan voorlopige spelregels, door mensen bedacht en door mensen te wijzigen. Dat is vooruitgang.

Zal echter in zo'n cultuur een ramp zoals Auschwitz voorkomen kunnen worden?

In de rede, die Lea Dasberg in 1993 hield ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van Trouw, schetst ze een ander beeld van de geschiedenis. Ze ziet niet alleen onderwerping en onderdrukking, maar ook opstand daartegen. Die was er bijvoorbeeld tegen Philips van Spanje, koning der Nederlanden. Ook in de Tweede wereldoorlog was er iets zichtbaar van de strijd tegen de tirannie, toen er mensen waren die zich tegen de onderdrukker verzetten. En wat Lea Dasberg opvalt, is dat de opvoeding van de meeste verzetslieden gebaseerd was op een stelsel van strenge waarden, normen en principes en op strikte gehoorzaamheid daaraan. Het leeuwedeel van de verzetsstrijders kwam immers uit het kamp van de communisten en uit het kamp van de calvinisten. Lea Dasberg concludeert dat de disciplinering van hun jeugd hen blijkbaar niet tot meelopers, maar tot dwarsliggers had gemaakt. Ze stelt voor om het geminachte begrip gehoorzaamheid eens te vervangen door een term die wat minder beladen is, bijvoorbeeld door trouw.

Als we aan de opvoeding de eis stellen dat Auschwitz niet meer voor mag komen, dan is het verschil in benadering tussen Dasberg aan de ene kant en mensen als Van Dantzig en Adorno te essentieel om over het hoofd te zien. De laatsten beschouwen een absolute moraal als een wortel van het kwaad. Dasberg ziet in de moraal juist een weg uit het kwaad. Moraal kan volgens haar niet anders dan absoluut zijn. Een relatieve moraal is geen moraal. Wel moeten mensen verschillende morele principes tegen elkaar afwegen, zoals verzetsstrijders moesten afwegen of ze verraders, die het leven van onderduikers in gevaar brachten, moesten laten lopen. Deze morele beslissingen noemt Dasberg relatieve keuzen ten opzichte van een absolute moraal.

Juist omdat die absolute moraal tegenwoordig geassocieerd wordt met gevaar voor een herhaling van Auschwitz, is het goed om een tegenvoorbeeld te geven. Kohnstamm, een zogenaamd normatief pedagoog en verzetsman van het eerste uur, schreef in 1934 een brochure, getiteld Democratie, Dictatuur en Opvoeding. Hierin brengt hij naar voren dat niet alleen ondergeschikten, maar ook gezagsdragers onderworpen zijn aan een norm. De suggesties van de leider dienen aan die norm getoetst te worden alvorens zij bindend kunnen worden verklaard.

Naar mijn mening heeft de bovenstaande redenering kracht, juist omdat de norm absoluut is. Hier worden situaties niet op een voorlopige manier gereguleerd, of spelregels verkondigd die onder andere omstandigheden wellicht anders geïnterpreteerd of zelfs gewijzigd dienen te worden. De norm die Kohnstamm hier beschrijft vind ik nu nog actueel, geldt altijd en voor iedereen, en niet in de laatste plaats voor Kohnstamm zelf. Op deze norm is Kohnstamm aanspreekbaar en of hij nu leider is of ondergeschikte, hij zal trouw aan deze norm willen betrachten.

Een stelregel van onze tijd is dat 'mijn normen slechts mijn normen zijn'. Ook kinderen leren dit. Als leerlingen gevraagd wordt om hun mening te geven, dan is 'dat moet iedereen voor zichzelf weten' een favoriet antwoord. De keerzijde van deze tolerantie-medaille is dat ik anderen ook nergens op aan kan spreken. Tegen machthebbers en onrechtplegers kan ik vanuit deze optiek weinig beginnen. Moet ik me dan nog verzetten? Of moet ik die machthebbers en onrechtplegers ter verantwoording roepen? Op grond waarvan dan? Dat heeft bij voorbaat geen zin. Een relatieve moraal nodigt uit tot meeloperij.

Een verschil tussen de twee opvattingen is, dat bij een absolute moraal de norm boven het particuliere belang van een mens of van een groep uitgaat. Zo'n norm mag niet overtreden worden. Als relatieve normen echter overtreden worden, heeft dat een heel andere lading. Die normen waren immers maar mensenwerk.

In een maatschappij waarin de mens de maat van alle dingen is, dreigt het gevaar dat grootse idealen voortijdig in realisme worden gesmoord. Wat wordt jongeren aangeboden om voor te leven? We moeten ons realiseren dat de mensen, die in de Tweede wereldoorlog verzet pleegden, dit deden met gevaar voor eigen leven. Hadden ze dit risico ook genomen als ze er niet van overtuigd geweest waren dat ze voor een Rechtvaardige Zaak stonden?

Waarom kan moraal niet anders dan absoluut zijn? Omdat je aan relatieve normen uiteindelijk weinig hebt. Normen functioneren pas als ik er op aangesproken kan worden en anderen erop mag aanspreken. Als ze inwisselbaar zijn, dan zijn het geen normen meer, dan zijn het voorkeuren geworden. En dan vormen ze geen bescherming tegen opportunisme.

In de huidige pedagogiek is het relativisme inmiddels aardig ingeburgerd. Een recent pedagogisch proefschrift begint met de stelling dat als we al van vooruitgang kunnen spreken, deze volgens de schrijver is gelegen in de groei van het inzicht dat wat we ook over de wereld zeggen, dit nooit de Waarheid is en dat Gelijkhebben niet bestaat. Je kunt je afvragen of - als je kinderen met dit motto grootbrengt, je ze niet alle grond ontneemt om zich tegen de leugens van een mogelijke Führer te verzetten.

Voor de goede orde: ik denk dat de zorg over het tolerantie-gehalte van onze maatschappij terecht is. Maar als een oproep tot verdraagzaamheid niet in een normatief kader staat, dan val je van de andere kant van het paard. Verdraagzaamheid krijgt mijns inziens pas betekenis als het in relatie wordt gezien tot normen als gerechtigheid, waarheid, solidariteit en liefde. En de betekenis van deze normen wint aan diepte als zij worden uitgelegd tegen het licht van de levensbeschouwelijke achtergrond, waarin ze zijn ontstaan.

Kohnstamm was zich ervan bewust dat hij zijn normen ontleende aan zijn christelijke levensbeschouwing. Dat betekende niet dat hij zijn eigen ideeën aan de kant zette en zich aan een of andere abstracte macht onderwierp. Het betekende wel dat hij in zijn ideevorming zich bewust was van het feit dat hij verantwoording schuldig was aan God. Kohnstamm moest zich dus meer afvragen dan of hij in de smaak viel bij zijn collega's, of hij wel voldoende gelezen werd en of zijn ideeën de opvoeders van zijn tijd wel uitkwamen.

Ook Van Dantzig signaleert problemen bij de nieuwe moraal: Niemand draagt hem in feite aan het nageslacht over. Nu de zuilen zijn weggevallen kent onze pluriforme maatschappij geen manier meer om kinderen de spelregels van de gemeenschap te leren. De instandhouding van het huidige hoge peil van normen en waarden (met al zijn gebreken) is voor Van Dantzig dus een punt van zorg. Dan komt hij met een oplossing, die ik absoluut niet kan plaatsen bij iemand die de terreur van de nazi's aan den lijve heeft meegemaakt: “De volksvertegenwoordiging moet het zich tot taak stellen om te komen tot een explicitering van de normen en waarden en een manier van transmissie, van opvoeding dus, bedenken, waardoor die gemeenschappelijke normen en waarden in het geweten van de burgers verankerd worden.” Vergeten is blijkbaar dat ook Hitler democratisch aan de macht gekomen is. Hogere normen dan wat de meerderheid vindt, zijn klaarblijkelijk niet meer aan de orde. En kansen voor een bevolking om de overheid kritisch aan te spreken op de normen die ze hanteert, zijn natuurlijk verkeken als de overheid zelf de instantie is die de normen voorschrijft. Zo brengt de verlossing van de absolute moraal ons eindelijk bij staatspedagogiek.

Weer wordt de normatieve pedagogiek - die op universiteiten al sinds lange tijd als onwetenschappelijk is afgeschreven - actueel. Al in 1919, toen hij het bijzonder hoogleraarschap in Amsterdam aanvaardde, hield Kohnstamm de rede 'Staatspedagogiek of Persoonlijkheidspedagogiek'. Daarin stelt hij dat niet het individu er is ter wille van de gemeenschap, maar dat de gemeenschap haar rechten alleen uitoefent ter wille van het individu.

De ruimte voor de persoonlijkheid, die Kohnstamm aan het individu gaf, was mogelijk bij de gratie van het feit dat hij het individu ook binnen een normatief kader plaatste. Ontbreken die normatieve kaders echter, dan moet dat wel leiden tot inperking van de vrijheid van het individu. Tenzij we voor chaos kiezen.

Ik denk dat Lea Dasberg gelijk heeft als ze zegt dat moraal alleen absoluut kan zijn. En daarbij moet je je altijd afvragen over welke normatieve kaders je praat. Er zijn bevrijdende en onderdrukkende normatieve kaders. Een opvoeding in een samenleving met een onderdrukkend normatief kader, voldoet niet aan de eis van nooit meer Auschwitz. Maar ook een opvoeding in een samenleving waarin moraal slechts het karakter van vervangbare spelregels heeft, zou zich in het kader van deze eis eens moeten bezinnen.

Absolute normen vormen niet het particuliere bezit van individuen of groepen. Maar dat neemt niet weg dat er wel iets bestaat als gerechtigheid, vrede, en waarheid. Dit is een ideaal waarvoor groepen mensen willen leven. In het besef dat hun keuzen relatief zijn, zullen ze juist op die absolute normen aangesproken willen worden.

Terecht is Adorno bang voor van buitenaf opgelegde systemen. Met dat soort systemen is een herhaling van Auschwitz niet te voorkomen. Auschwitz moet van binnenuit voorkomen worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden