Column

Auschwitz maakte dat zijn moeder de trein meed

Herdenking van de bevrijding van Auschwitz.Beeld getty

De beelden en woorden die deze week uit Auschwitz kwamen, spoken nog door mijn hoofd. Omdat ze zoveel lading hadden. Maar ook omdat ze zoveel herinneringen opriepen, in de eerste plaats aan de herdenking van twintig jaar geleden, toen ik er bij was, en het de vraag was of Lech Walesa, president van Polen, het woord 'Jood' in de mond zou nemen - hetgeen hij deed, door af te wijken van zijn voorbereide tekst.

Herinneringen bovendien aan eerdere bezoeken aan het kamp, voor een Oost-Europa-correspondent een niet te vermijden plek: hier werd, zoveel jaar na de massamoord, regelmatig nieuws gemaakt, vooral door de ruzie over het Karmelietessenklooster dat zo dicht mogelijk tegen de barakken stond aangeschurkt, met in de tuin een groot kruis.

Was dit een Poolse of een Joodse plek? Daarachter lag de onuitgesproken vraag naar het karakter van het hele land en volk, dat na de val van het communisme opnieuw gedefinieerd moest worden.

De Duitse president Joachim Gauck zei deze week dat er geen Duitse identiteit bestaat zonder Auschwitz, een uitspraak die een president van Israël over zijn eigen land ook zou kunnen doen, al zou zeker niet iedereen er gelukkig mee zijn.

Joodse rage
In Oost-Europa wordt Auschwitz - als symbolische plaats, er zijn in deze regio vele Auschwitzen - veel minder beleefd als bepalend voor de nationale identiteit. Miljoenen vermoorde Joden kwamen uit het Oosten van Europa, maar dat ze verdwenen werd door lang niet iedereen gevoeld als een verwonding van de natie. Pas de laatste jaren verandert dat, in Polen nog het meest: daar is zelfs sprake van een bescheiden Joodse rage. Dat is mooi, maar ook laat. En het heeft soms iets wrangs.

De schrijver Joseph Roth, geboren in Brody in Galicië (tegenwoordig Oekraïne), zei: 'Ich bin ein Ostjude, und wir haben überall dort unsere Heimat, wo wir unsere Toten haben'. Dat maakt van Oost-Europa één grote, koude Heimat. Hier leefde aan het einde van de negentiende eeuw de meerderheid van alle Joden uit de hele wereld. Nu zijn ze weg.

Bij hun afwezigheid werd na de oorlog echter nauwelijks stilgestaan. Dat ging in West-Europa aanvankelijk net zo, maar daar hadden we geen communistische dictatuur die anti-Joodse sentimenten inzette om de bevolking te manipuleren; dat gebeurde in Oost-Europa wel. De toon werd gezet door showprocessen tegen 'trotskistisch-titoïstische zionististen' (Tsjechoslowakije, 1952), anti-semitische campagnes (Polen, 1968) en officiële geschiedsvervalsing (zelfs in de voormalige kampen werd het lot van de Joden niet vermeld).

Menora
In Kosice, in Oost-Slowakije, ging ik in 1993 op zoek naar de resten van het Joodse leven. De eigenaar van het pension waar ik logeerde bood aan me naar de begraafplaats te rijden - eerst liet hij me de algemene afdeling zien, met ook het graf van zijn moeder, daarna de Joodse afdeling. Daar opende hij, staande in de sneeuw, zijn jas en vervolgens de bovenste knoopjes van zijn overhemd, zodat een ketting zichtbaar werd met daaraan een menora.

"Mijn moeder had eigenlijk hier moeten liggen", zei hij. "Deze ketting was van haar. Ze was Joods, en ze had in Auschwitz gezeten, maar dat vertelde ze pas op haar sterfbed. Opeens begrepen we waarom ze nooit met de trein wilde reizen. Ze had ons er niet mee willen belasten; beter dat niemand wist wie we waren, ook wij zelf niet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden