Aupings 'chef van de week'

Bernard Assink van beddenfabrikant Auping heeft geen managementgoeroe nodig. Hij volgt zijn eigen intuïtie bij het bouwen van “een werkgemeenschap waarin iedereen telt”. Een verhaal over een onorthodoxe aanpak.

GEORGE MARLET

Twee voorbeelden van onorthodox personeelsbeleid waarmee Auping de betrokkenheid van de werknemers wil vergroten. Niet omdat managementgoeroes dat voorschrijven of omdat ze er goede sier mee kunnen maken, maar simpelweg omdat het blijkt te werken. Algemeen directeur Bernard Assink (47) van Koninklijke Auping spreekt graag van “een werkgemeenschap waarin iedereen telt”.

“Maar wil je meetellen, dan moet je ook zorgen dat je je eigen vaardigheden op een goed niveau houdt. We hadden hier een groot aantal verlofdagen, zo groot dat ik me afvroeg: wat blijft er nog over om echt bij het bedrijf betrokken te zijn? Ik heb het omgedraaid en gezegd: lever nou een paar atv-dagen in en we gaan per man bekijken wat goed voor hem is. Mensen in de fabriek bijvoorbeeld sturen we op excursie naar beurzen of naar Sikkens, onze verfleverancier. Je ziet dat die jongens op die manier wat meer referentiekader opbouwen. “Voor mensen die op school niet goed konden meekomen, hebben we een cursus algemene techniek. Dan kom je in de fabriek en hoor je iemand over de wet van Buys Ballot praten van wie je dat nooit had verwacht.”

De combinatie van zorg voor en eigen verantwoordelijkheid van de werknemer verraadt de geschiedenis van het katholieke Deventer familiebedrijf waaraan Assink sinds 1987 een nieuwe dimensie heeft toegevoegd. Auping is een ijzersterk merk, maar kwam in eigen huis 'binding' tekort. Iedere werknemer had zijn eigen afgebakende taak en hield die tot het pensioen vol.

Assink heeft daar de bezem doorgehaald. “Alle werknemers krijgen de mogelijkheid deel te nemen aan cursussen, bijvoorbeeld 'hoe goed ken ik mijn produkt'. Als je een Aupingwerknemer tegenkomt en je vraagt naar bijzonderheden over een bed, moet-ie dat kunnen beantwoorden. Kortom: hij moet expert zijn in zijn eigen bedrijf.” De 350 produktiewerknemers zijn zodanig geschoold dat ze vier of vijf verschillende taken kunnen uitvoeren. Is er in de staalsector minder werk, dan schuif je door naar de matrassen.

Assink: “Dat is economisch hartstikke voordelig en voor de mensen is het ook vaak leuk. Ze komen in een andere omgeving en leren de organisatie beter kennen.” Af en toe ander werk doen, kan ook wat betreft arbeidsomstandigheden een verademing zijn. In de hal waar de beddenframes worden gelast, is het de hele dag een kakofonie van machine- en radiolawaai. Even verderop in het expeditiemagazijn heerst een weldadige rust.

Bij Auping heeft recentelijk ook het fenomeen van de zelfsturende taakgroep zijn intrede gedaan: een groep onderling uitwisselbare werknemers die onder leiding van de 'chef van de week' de verantwoordelijkheid heeft voor zijn deel van het werk, zoals het inpakken van bedbodems. “Dat initiatief is van onderop gekomen. We krijgen hier wel kerels aan de deur die voor drieof vierduizend gulden per dag - schande! - willen vertellen hoe het allemaal moet. Maar van bovenaf systemen opleggen, dat werkt niet. Je moet niet in één keer van de kelder op zolder springen.”

De betrokkenheid van werknemers bij 'hun' bedrijf houdt wat Assink betreft niet op bij cursussen en taakroulatie. Hij vindt het een goede gedachte om werknemers te laten deelnemen in het aandelenkapitaal van de eigen onderneming. “Er ontstaat steeds meer een werknemer die medeverantwoordelijk en deelgenoot wil zijn.”

De taakgroepen kunnen onvermoede kwaliteiten van werknemers aan de oppervlakte brengen. Dat is ook een van de specialiteiten van directeur Assink: mensen op een plek zetten waar ze het best tot hun recht komen. Zo kan het gebeuren dat een HEAO-leraar economie nu adjunct-directeur produktie is en een Italiaanse groepsleider in de fabriek nu Auping-vertegenwoordiger is voor Italië.

In feite ontwikkelt Assink ook zijn eigen talent in een onverwachte richting. Na zijn studie Nijenrode bekleedde hij staffuncties bij Hema en Bijenkorf om in 1987 directeur van Auping te worden. “Ik had nooit gedacht dat bedden ook een vak is waar je best een heel grote uitdaging in kunt vinden. Het is toch iets van mezelf geworden en van de groep mensen waarmee we werken.”

Assink is niet alleen in zijn sociaal beleid onorthodox. Ook met zijn visie op ondernemen wijkt hij af van de gemiddelde werkgeversnorm. “Voor goed ondernemen moet je ruimte creëren. Ik kom als bestuurslid van de FME (werkgeversorganisatie metaal- en elektrotechnische industrie - red.) collega's tegen die zich voor alles moeten verantwoorden. De helft van de tijd zijn ze aan het opschrijven wat ze gedaan hebben of hadden moeten doen. Het kan niet anders dan dat ze heel erg clichématig worden, heel erg voorzichtig en weinig open. Figuren ook die verliefd zijn op hun macht en invloed. Dan denk ik: 'Hoe zou je zijn, als je dat allemaal niet had?' Ik geloof dat je je als mens echt kwetsbaar moet opstellen, open relaties moet kweken.”

“Ondernemen houdt in dat je een prestatie moet leveren en als je het goed doet, word je er ook nog voor beloond. Het spel is dat je het zodanig doet dat de samenleving daar voordeel aan heeft. Dan zegt de samenleving: meneer Assink, als u in een mooie auto rijdt, dat vinden we prima en als u graag op vakantie gaat of in een mooi huis woont, dan is dat fantastisch. Daar doe ik het ook voor een deel voor.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden