Attentie voor het nieuwe Postleitzzahl

Wat was er eenvoudiger dan een brief naar de Bondsrepubliek Duitsland te schrijven? Naast de naam en het adres van de geadresseerde moest uiteraard de postcode (die Postleitzahl) worden vermeld, maar in tegenstelling tot ons land, waar elke straat en niet zelden ook nog een groep woningen een eigen cijfer- en lettercombinatie hebben, kende een Duitse plaats maar een Postleitzahl, waardoor de briefschrijver heel snel onthield, dat 5500 bij Trier, 2900 bij Oldenburg (Oldb) en 6719 bij Hettenleidelheim hoorde.

Toegegeven - een aantal plaatsen had nog een extra getal (Zustellamtsnummer), waardoor de post nog sneller ter plaatse zou zijn. Zo moest de post voor het stadsdeel Neureut bij Karlsruhe met 7500 Karlsruhe 31 worden aangeduid. Makkelijk was het dus vooral, wanneer je meer dan een relatie in een bepaalde plaats had: de postcode bleef telkens dezelfde.

Maar nu ligt op de Duitse postkantoren een 990 bladzijden dik en 1340 gram zwaar boekwerk klaar om, tegen betaling van tien mark de Duitse huishoudens ontvangen het deze maand gratis - afgehaald te worden. Het heet Das Postleitzahlenbuch, maar de ondertitel geeft aan, dat het een volgende stap in het eenwordingsproces van de voormalige beide Duitse staten is: Einheit Gemeinsam Gestalten wordt de verbruiker opvoedkundig voorgehouden.

O oder W?

Sinds de aansluiting van de DDR bij de 'oude' Bondsrepubliek liepen ook de postcodes van beide staten in elkaar over en kenden bijvoorbeeld zowel Bonn als Weimar het Postleitzahl 5300, Hamburg en Neubrandenburg 2000 en Reichenberg (Unterfr) en Obercunnersdorf (uber Lobau) de postcode 8701. Om verwarring bij het sorteren te voorkomen, werd in dit soort doublures (en het waren er zo'n achthonderd!) telkens de 'W' voor de 'oude' Bondsrepubliek en de 'O' voor de plaatsen in de ex-DDR gebruikt, dus W-7271 Rohrdorf en O-7271 Krensitz. Dit enigszins discriminerende gebruik van de postcode, alsmede de behoefte van de Deutsche Bundespost om postale zaken efficienter te kunnen verwerken, leverde enige tienduizenden nieuwe postcodes op, die vanaf 1 juli 1993 bij onze oosterburen worden ingevoerd.

Een ding valt meteen op: de postcode bestaat niet meer uit vier, maar uit vijf cijfers. Daarbij worden als eerste cijfers ook de 0 en de 9 gebruikt (in de 'oude' Bondsrepubliek was dat niet het geval) waardoor men de komende decennia weer vooruitkan, omdat de nieuwe Postleitzahlen in sommige plaatsen ook van de straatnaam kunnen afhangen. Maar daarover aanstonds meer. Het eerste cijfer heeft betrekking op een groter gebied, het tweede cijfers op de regio waar de plaats in ligt. De laatste drie cijfers hebben dan weer te maken met de plaats zelf, de grootte ervan en of het eventueel een postbusnummer betreft.

Als we in de grensstreek blijven, dan zien we dat Bunde (Ostfriesland) - bij Nieuweschans - 26831 als Potsleitzahl krijgt. De 2 geldt voor praktisch heel noord-Duitsland van de 'oude' Bondsrepubliek, de 6 duidt het gebied rond Oldenburg en Emden aan, terwijl de overige cijfers meer ongebonden zijn. Zo zijn er zo'n vijftigduizend plaatsnamen in het boek opgenomen.

Het staartje

Niets aan de hand, zal de optimistische lezer of lezeres in een overmoedige bui denken. Gewoon een nieuwe postcode onthouden en fertig is Kas. Maar nu komt de bekende muis met een staartje. Want 209 grotere plaatsen hebben meer dan een postcode gekregen! En nu is het zaak het dikke boek erbij te nemen, want wie kan bij voorbeeld binnen een redelijke termijn alle 129 verschillende Postleitzahlen van Berlijn onthouden? En men dient dan wel te weten (want nu gaat het ook om de straten en in veel gevallen om hun huisnummers) waar men in welke straat op welk nummer woont. Een volstrekt willekeurige steekproef op de vijfendertig (35!) bladzijden met Berlijnse straatnamen wijst op vermoedelijk grote problemen bij:

de Bismarckstrasse: in B.-Charlottenburg 10625 en 10627; in B.Spandau 13585; in B.-Steglitz 12157 en 12169; in B.-Wannsee 14109 en in B.-Zehlendorf 14165.

de Kopenicker Strasse: in B.-Adlershof 12489; in B.-Altglienicke 12524; in B.-Biesdorf 12683; in B.Johannisthal 12487; in B.-Kopenick 12555; in B.-Kreuzberg 10997 en B.Mitte 10179 (hier gaat het om dezelfde straat) en tenslotte in B.-Rudow 12355.

De kennis van veel stadsplattegronden, daar hoeft niet aan getwijfeld te worden, zal door deze ontwikkelingen danig bevorderd worden, maar in het postale verkeer zullen er vast en zeker veel vergissingen en verschrijvingen optreden.

Mag Berlijn wellicht een extreem geval genoemd worden (hier wonen per slot van rekening meer dan drie miljoen mensen en veel straten zijn nog immer meer dan eens in verschillende stadswijken aanwezig), maar wanneer plaatsen met circa 50 000 inwoners - zoals Aurich, Enden, Lingen, Schwabisch Gmund en Passau - nog met drie zones vertegenwoordigd zijn, dan begrijpt de lezer, dat dit voor de echt grote steden nog aardig kan oplopen: Neurenberg met rond 500 000 inwoners zit al op zo'n dertig verschillende postcodes.

Postbussen

Een bijkomende moeilijkheidsfactor is nog, dat personen of bedrijven met een postbus weer een ander, vaak eigen Postleitzahl hebben. Zo 'mag' de postgiro in Ludwigshafen straks alleen het getal 67057 voeren. Voorwaarde voor zo'n persoonlijke postcode moet dan zijn, dat er dagelijks minstens tweeduizend brieven besteld worden. Voorlopig, zo schat de Bundespost, zijn er ongeveer 1700 van die klanten.

Het wordt ook oppassen bij de afkortingen en de plaats daarvan. Een brief, geadresseerd aan NL-1000 AW Amsterdam komt in de Nederlandse hoofdstad terecht, maar een brief voor D-03238 Pechhutte NL moet naar Niederlausitz.

Wim Slagter

VAN HET BESTUUR

Nog niet jarig

De reactie van afneemster Van Kleij-Van Rossum op de studie naar de dubbele verjaardag van koningin Beatrix (zie de O. O.-en vierde jaargang nrs 34 en 35) is ons komen te staan op een terechtwijzing van afneemster Selma Schepel te Amsterdam. "Niet slechts onze beminde vorstin - die te beleefd is om welke uitzinnige buitenlandse onderscheiding dan ook te weigeren - maar het hele volk, vooral het kerkvolk en zijn opperlieden, is schuldig aan de heidense feestdagen.

De dubbele verjaardag die u beschreef, en de twee grote 'heksenfeesten', die mevrouw Van Kleij noemt, vinden hun oorsprong ongetwijfeld in een oeroud idee, of eigenlijk de observatie, dat elk verhaal en elk natuurverschijnsel twee kanten heeft: dood en leven, nacht en dag, man en vrouw, winter en zomer, zon en maan etc. Het ritme van de tijdverschijnselen, met name de rondgang van zon en maan heeft de heidense - en onze - feestdagen bepaald.

Mevrouw Van Kleij geeft toe, dat ze het grootste deel van de lezing vergeten is, wat blijkt uit het feit, dat ze maar twee feesten noemt. Heksen, zoals die in Engeland sinds de afschaffing in de jaren zestig van de wet op het verbod van hekserij weer een bloeiend verenigingsleven leiden, maar ook druiden en andersgeheten paganistische groepen - zelfs hier te lande - vieren niet twee, maar tweemaal vier jaarfeesten. Vier zonne- en vier maanfeesten.

De zonnefeesten vielen voor de antieke mens reeds eenvoudig meetbaar rond wintersolstitium, lenteequinox, zomer-solstitium en herfstequinox en heten bij de overzeese namen die mevrouw Van Kleij gehoord heeft respectievelijk Alban Arthuan, Alban Eiler, Alban Heruin en Alban Elued. Tussen deze vier feesten van het zonnerad in, die in tal van culturen door de eeuwen heen onder andere namen gevierd werden en worden, kent men vier maanfeesten. Naast de door haar genoemde Bealteine (begin mei) en Samhuinn (begin november), viert men begin februari Imbolc of Brighid en Lughdanash begin augustus.

Paaseitjes

Toen de christelijke kerk in de eerste eeuwen van de bijbehorende jaartelling vaste voet begon te krijgen in de toenmalige beschaafde wereld, bleek het moeilijk deze diepgewortelde en logische jaarfeesten uit te bannen, dus heeft men ze eenvoudig gekerstend. Paashazen en -eitjes, kerstbomen en vuurwerk herinneren aan de heidense basis van onze feestdagen.

Zo werd op het concilie te Constantinopel in 381 de geboortedag van Jezus vastgesteld op 25 december, drie dagen na de winterzonnewende - van oudsher het hoogtepunt van de germaanse joelfeesten - het moment, dat men met zekerheid kon vaststellen, dat de zon terugkeerde. Toepasselijk, aangezien een van Jezus' epitheta het 'Licht der Wereld' is (Joh. 8:12). De feestdag van Johannes de Doper stelde men op 24 juni, precies daar tegenover in het jaarritme. Ook heel toepasselijk: druiden noemde de terugkerende midwinterzon de 'coming king' en de midzomerzon, die over zijn hoogtepunt heen is de 'waning king': Johannes kwam om de wereld te vertellen over het komende licht, dat na hem kwam (Joh. 1:5/9). Ziehier twee koninklijke verjaardagen.

Ook het feest rond de voorjaarsevening, de tijd waarop de natuur uit het dode hout nieuwe bloesem tevoorschijn tovert, het germaanse Ostara, is in het christendom geincorporeerd, en wel als het paasfeest. Een duidelijker verwijzing dan de vaststelling van de paasdatum kan nauwelijks gegeven worden: Pasen valt altijd op de eerste zondag na de eerste nieuwe maan na het moment dat de zon het lentepunt gepasseerd is. De herfstfeesten zijn in christelijke zin uitgestorven.

Dat uitsterven geldt niet voor de vier maanfeesten, die de rooms-katholieken nog sterk in ere houden. Een kunstlievend bezoeker van kerken van deze geloofsrichting zal het niet ontgaan zijn dat Mariabeelden vaak de maan als attribuut hebben. Zijn de zonnefeesten verbonden geraakt met haar zoon, de maan (=menstruatie) is toebedeeld aan zijn moeder Maria, deze door het christendom slap en willoos gemaakte oude moedergodin. Zo vallen Maria Lichtmis of Vrouwedag en Maria ten Hemelopneming respectievelijk begin februari (Imbolc) en begin augustus (Lughdanash).

Kobolds

En het algemeen gevierde Moederdag is niet voor niets begin mei (Bealteine) geplaatst op de eerste zondag na de Walpurgisnacht, het feest waarop de trollen, kobolds en gnomen vanouds vrij spel hebben. Ongetwijfeld is deze griezelige associatie te danken aan het negatieve vrouwbeeld dat het christendom met zich meebracht. Want tegenover deze datum in de jaarcirkel ligt rond begin november (Samhuinn), door de rooms-katholieken geadopteerd als Allerheiligen & Allerzielen, ook zo'n creepy feest. In Zuid-Amerika gaat men dan picknicken op de kerkhoven en eet broodjes en suikerwerk in de vorm van schedels, in Engelstalige landen is dit feest, als Halloween, niet uit te roeien. Deze materie is nog met een oneindig aantal voorbeelden te staven.

Rest mij nu nog iets te vertellen over een tweedeling van het jaar, die de in onze streken bekende deling in ouderdom verre overtreft en ook die van de Perzen en Alexander de Grote.

Zoals u ongetwijfeld weet, stamt het oudst bekende, leesbare schrift uit Mesopotamie. Uit het derde millenium v.C. zijn geschriften bekend, die verhalen van het vieren van twee nieuwjaarsfeesten per jaar. Een nieuwjaar werd gevierd in Nisan, de eerste maand (voor ons maart) en het tweede in Tasjritu, zes maanden later, respectievelijk rond voorjaars- en najaarsevening dus. De Sumeriers vierden rond hun twaalfde of eerste maand het a-ki-tisje-gur-ku, het 'akiti-feest van het snijden van de gerst' en rond de zesde, zevende maand het a-ki-tisju-numun-na, het 'akiti-feest van het zaaien'.

Naarmate men in de geschiedenis onze jaartelling nadert, worden deze feesten met steeds meer rituelen uitgebreid en vast in de zich ontwikkelende kalenders ingepast. Voor iemand die ingevoerd is in de rooms-katholieke eredienst is het boeiend om de grote overeenkomsten met het Babylonische cultische protocol te ontdekken: het ronddragen van heiligenbeelden onder baldakijnen in processies, het sproeien met wierook en wijwater en andere sacrale uitingen.

Ook vallen nog steeds het einde van de Ramadan en het begin van het joodse nieuwjaar rond die data" , aldus afneemster Schepel.

OFFICIEEL ORGAAN VAN HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS. OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM. VOORZITTER:JAN KUIJK, SECRETARIS/PENNINGMEESTER: RUUD VERDONCK, LID: ROB SCHOUTEN. 4e JAARGANG NUMMER 36

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden