recensie

Atte Jongstra banjert als een olifant door de porseleinkast van de Tweede Wereldoorlog

Auteur Atte JongstraBeeld Merlijn Doomernik

Na ‘Groente’ en ‘Worst’ verschijnt nu ‘De Aardappelcentrale’; over opportunisme in de oorlog.

Atte Jongstra is de schrijver van een groot en divers oeuvre dat in 2016 bekroond werd met de Constantijn Huygensprijs. Vorig jaar schreef hij over zijn stukgelopen huwelijk in ‘Worst’, zijn eerste roman was getiteld ‘Groente’, en nu komt hij met een nieuwe roman, ‘De Aardappelcentrale’, waarmee hij ‘de klassieke drieslag van de Hollandse maaltijd - piepers, groente en vlees’ voltooit. Ik noem het omdat het typerend is voor Atte Jongstra: je kunt ervan uitgaan dat hij je voor de gek houdt, maar zeker weten doe je het niet.

In ‘De avonturen van Henry II Fix’ (2007), een fictieve autobiografie van een 19de-eeuwse encyclopedist uit Zwolle, maakte Jongstra de lezer wijs dat hij zou zijn gestuit zijn op een oud manuscript. Deze Multatuliaanse truc haalt Jongstra opnieuw uit in ‘De Aardappelcentrale’. De schrijver krijgt een stapel papieren in handen, artikelen en notities van beeldhouwer en archivaris Chris Holtser uit 1944 en ‘45. Zoals Droogstoppel in ‘Max Havelaar’ het ‘pak van Sjaalman’ krijgt en er met behulp van een ghostwriter orde in wil aanbrengen, zo moet Jongstra chocola zien te maken van al het materiaal over Holtser, inmiddels een hoogbejaarde, incontinente mopperpot: “ik sta de hele dag met dat ding in mijn hand.”

Holtser blijkt deel te hebben uitgemaakt van de Aardappelcentrale, een Amsterdams kunstenaarscollectief van opportunisten die NSB’ers naar de mond praten en zichzelf beschouwen als verzetshelden doordat ze vervalste kunstwerken aan de Duitsers slijten. Holster doet als archiefmedewerker onderzoek naar standbeelden, zijn favoriet is dat van Sir Francis Drake - ontdekker van de aardappel. Zelf wil hij een monument voor de aardappel oprichten: een aardappel als symbool voor de ‘Onbekende Overlever’. Maar net zo makkelijk maakt hij plannen voor een standbeeld voor Mussert, als hij daarmee op kantoor bij zijn baas een wit voetje kan halen. Zolang hij een beetje makkelijk door die oorlog kan komen en er wat te zuipen en te neuken valt, wil hij graag met iedere wind meewaaien.

Empathieloze opportunist

Jongstra wil laten zien dat opportunisme in de oorlog overlevingsstrategie nummer één was. Een interessant gegeven, want als het om de oorlog gaat, lezen we nog altijd liever over helden en schurken. Zijn hoofdpersoon is een lamzak die zich lafhartig en egoïstisch door de oorlog bluft. Niet verheffend, wel geestig en vol absurde galgenhumor. 

Als Holtser hoort van een aanslag op een nabijgelegen Duitse bunker mijmert hij: “De bezetting was één ding, met zulke aanslagen komt de echte oorlog dichtbij”. En als hij de volgende ochtend verneemt dat er zes mensen zijn doodgeschoten bij wijze van represaille: “Zulke voorvallen zijn niet bevorderlijk voor de rust op het archief, en dan was er mijn landerigheid die aanhield”. 

Jongstra is er volgens mij niet op uit een psychologisch portret van een empathieloze opportunist te schetsen, hij vindt het gewoon leuk om als een olifant door de porseleinkast van de Tweede Wereldoorlog te banjeren, wetend dat hij nog steeds menigeen tegen de schenen zal schoppen. Hij heeft overduidelijk plezier in het schrijven, het verzinnen, dat is ook zichtbaar in de malle opsommingen, de talloze weetjes en vreemde krantenberichten waar de tekst vol mee zit.

Helaas boet het tweede deel van het boek, als Holtser naar het bevrijde België is gevlucht, aan scherpte in. De beeldhouwer sluit zich aan bij een Amerikaanse eenheid die de schade aan monumenten opneemt. De avonturen van de schavuit worden rommelig en al te toevallig. Het resultaat, een mix van echt gebeurde en uit de duim gezogen ellende, van gepierewaai en gruwel, werd mij te vrijblijvend. Holtser wandelt door de puinhopen van Leuven, is getuige van verkrachtingen in Offenburg en haalt overal zijn schouders bij op. Dat ga je als lezer ten slotte ook maar doen.

Zijn reis eindigt als Holtser op de sokkel van het verwoeste standbeeld van Francis Drake gaat staan - en valt. Zoiets kan een prachtige scène opleveren, maar ik dacht: het zal allemaal wel. Het lot van Holtser laat je koud, dat is het resultaat van al dat schouderophalen.

‘De Aardappelcentrale’ is een vermakelijk en met bravoure geschreven boek, maar wat in de kern overblijft is een wat zielloze schelmenroman.

Oordeel: vermakelijk, met bravoure geschreven, maar in de kern zielloze schelmen- roman

Atte Jongstra
De Aardappelcentrale. Een monumentenman op oorlogspad
Arbeiderspers; 264 blz. € 21,50

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden