Atlas over Nederland 1930-1950 / Tien kilo kaarten met elk watertje en routes van de Haagse tram in 1935

’Nicht für die üffentlichkeit bestimmt’ staat er op de Truppenkarten, die in de Tweede Wereldoorlog op last van de Wehrmacht door de Nederlandse Topografische Dienst zijn gemaakt. „Zo zag Nederland er in pakweg 1942 uit", zegt historicus Ben Schoenmaker. En niemand behalve de Duitse bezetter mocht de kaarten toen inkijken.

Zestig jaar na de oorlog liggen ze open voor het publiek. Voor het eerst ontrukt aan de schatkamers van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag, waar Schoenmaker werkt. Ze vormen een belangrijk bestanddeel van de Grote Atlas van Nederland 1930-1950, die onlangs door uitgeverij Atlas Maior uit Zierikzee op de markt is gebracht in samenwerking met het NIMH en het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG).

Schoenmaker is samen met de historisch geograaf Ben de Pater van de Universiteit Utrecht de hoofdauteur van de uitgave, die verschijnt in een dubbel herdenkingsjaar (65 jaar geleden vielen de nazi’s Nederland binnen en 60 jaar geleden kwam aan deze bezetting een einde).

Het immense werk is in verschillende opzichten bijzonder. Nog afgezien van het gewicht (bijna tien kilo) bevat de atlas een groot aantal kaarten dat nooit eerder voor het publiek is ontsloten. Zo zijn de Truppenkarten, waarvan alleen het NIMH en de Topografische Dienst over de originele versie beschikken, voor het eerst compleet en onverkleind voor het publiek ontsloten. Met een kaartschaal van 1:50000 kun je zo door bezet Nederland wandelen, zegt Schoenmaker.

De atlas is vooral een kijk- en leesboek. Buiten de bebouwde kom is elke weg en elk voetpad te herkennen. Je ziet vrijstaande gebouwen en kunt aan de verkaveling aflezen waar de sloten en greppels liepen. Elk watertje is waar te nemen, je ’leest’ wat er verbouwd werd of wat er groeide. En in de grote steden zijn alle grotere straten en doorgaande routes te volgen en zijn de belangrijke gebouwen genoteerd. Esthetisch ziet de cartografie er fraai uit, de kleuren zijn mooi en de gebruikte schaal is om de vingers bij af te likken. Schoenmaker: „Deze ’bezettingkaarten’ zijn in zeer korte tijd vervaardigd en laten zo een vrij homogeen beeld van Nederland zien.”

Met het oog op de publicatie zijn de Truppenkarten bovendien voorzien van een register met (40000!) plaats- en straatnamen. Daar hebben monniken aan gewerkt, medewerkers van de uitgever die met een liniaaltje en een loep elk van de 112 kaarten hebben afgelezen.

Daarnaast bevat de atlas ook plattegronden van steden, van Nederlandse, Duitse en geallieerde herkomst. Zo zie je het stratenplan van Eindhoven vóór de oorlog, de routes van de Haagse tram in 1935 of waar het Rembrandt Theater in Venlo in 1940 stond. Er worden gemeentelijke uitbreidingsplannen vermeld, de verstedelijking van Nederland in 1930 en 1950 wordt weergegeven plus de prognose voor 1970. De industrialisatie en de verzuiling is te zien, maar ook de annexaties van Duits grondgebied door Nederland in 1949.

Historische sensatie beleef je bij het zien van de overzichtskaarten waarop de Duitse invasie is ingetekend. De Lagekarten hingen in het hoogste commandocentrum van de Wehrmacht in Berlijn. Schoenmaker: „De Duitsers wilden een visueel beeld hebben van de situatie in mei 1940. Niet alleen de eigen posities staan ingetekend, maar ook de vijandelijke opstelling. Je ziet hoe goed ze op de hoogte waren van de geallieerden troepen. Achteraf kunnen we vaststellen dat ze daarbij nauwelijks fouten hebben gemaakt. Maar bovendien kun je zien wat ze van plan waren. De Fransen verwachtten een aanval door het westen van België, maar er kwam een inval via de Ardennen. Je kon het op deze kaart zien aankomen, het gat lag open.”

Dramatisch is de kaart van het Luchtwachtbureau in Den Haag, waar de meldingen over parachutistenlandingen binnenkwamen. De kaart illustreert de chaos en paniek in de meidagen van 1940 en de ’parachutistenpsychose’. Schoenmaker: „Overal zag men militairen neerkomen, ook al waren ze er in werkelijkheid niet. Wij kunnen achteraf vaststellen dat veel meldingen niet klopten. Zo zijn er in Zeeland en Noord-Holland en op de Waddeneilanden geen parachutisten geland en toch staat het op de kaart.”

Nog dramatischer is ook de kaart die de Duitsers in mei 1941 door het Amsterdams Bureau van Statistiek lieten maken met de verspreiding van de Joden over de stad. De kaart werd gebruikt om de drie wijken aan te geven waar Joden moesten gaan wonen.

In de atlas is ook een aantal militair-topgrafische kaarten opgenomen, waaronder de verzets-inlichtingenkaarten. Ook deze informatie, die wordt gekoesterd in de kluizen van het NIMH, is niet eerder gepubliceerd. Schoenmaker: „De informatie werd verzameld door de sectie V van de Ordedienst, een van de grote verzetsorganen waar militairen bij waren aangesloten. Meestal gebruikte men een vooroorlogse topokaart, waarvan men wist dat er ook in Londen een exemplaar van was. Bijvoorbeeld van het vliegveld Venlo en een nabij gelegen industriegebied in Duitsland. Men trok de topokaart over, gebruikte dezelfde coördinaten en tekende de informatie in. Dat alles werd gefotografeerd op kleinbeeld en het filmpje werd naar Engeland gesmokkeld, waar het werd ontwikkeld en de foto op de kaart werd gelegd. Op die manier werd belangrijke informatie doorgespeeld over Duitse verdedigingswerken, V1- en V2-installaties, vliegvelden, de locatie van gijzelaarskampen en Nederlandse bedrijven die voor de Duitsers werkten. Maar ook de uitwerking van bombardementen door de geallieerden en wat daarbij was misgegaan, werd ingetekend. Een van de mensen die een actieve rol in dit verzetswerk speelden, was Bert Haanstra: hij werkte in de oorlog als fotograaf bij het gemeente-energiebedrijf in Amsterdam en heeft veel kaarten gefotografeerd.”

Het was niet de enige informatie waarop de geallieerden zich baseerden; ze hadden ook eigen luchtfoto’s. En af en toe hadden de mensen van de Ordedienst het niet helemaal bij het juiste eind. Zo werden de lanceerinstallaties voor de V1 en V2 wel eens verward. Maar het was heel belangrijke informatie die zo werd verzameld – en heel gevaarlijk werk. Er zijn veel OD’ers opgepakt en afgevoerd naar concentratiekampen. Schoenmaker: „Als er weer eens een groepje mensen was gearresteerd, lag dit inlichtingenwerk een tijd stil en moest het soms helemaal opnieuw worden opgestart. De meeste kaarten zijn uit de laatste periode van de oorlog, toen Nederland in de frontlinie lag. In het archief liggen wel bijna duizend van dit soort kaarten: een rijkdom aan materiaal waar onderzoekers nog lang mee vooruit kunnen. Het is alleen spijtig dat niemand van die kaartenmakers meer leeft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden