Atlanta is niet klaar en zal dat wel nooit worden

ATLANTA - Zoals het een doorsnee Amerikaan betaamt, heeft Steve er alle vertrouwen in. Na een wachttijd van anderhalf uur zien we hem voorrijden met het busje dat het wachtende gezelschap van vliegveld Hartsfield naar vijf verschillende hotels moet brengen. “Hi, mijn naam is Steve. Ik kom van Ohio en ben gisteren in Atlanta gearriveerd.”

Steve is een van de 50 000 vrijwilligers waarop de Centennial Games drijvende moeten worden gehouden. Bij vele aanmelders is het enthousiasme een week voor de opening echter al zo ver gedaald dat ze niet zijn komen opdagen. Het tekort aan menskracht is nijpend, juist op de dagen dat Atlanta de eerste stroom bezoekers krijgt te verwerken. Dus wordt Steve een plattegrond in handen gedrukt, een bus onder beheer gegeven en de metropool ingestuurd. Na de twee uur durende zoektocht ligt zijn humeur onder het nulpunt en put hij zich uit in de standaard-excuses. “I'm just doing my job”.

Gastvrij is men zeer zeker, maar vraag niet iets als improvisatie-vermogen als de praktijk de planning blijkt in te halen. Dat is er niet. Het begint al op het vliegveld, waar de toestromende leden van de 'Olympic Family' geacht worden zich te accrediteren. Ze komen in een chaos terecht. Media-vertegenwoordigers, veiligheidsmensen, officials, vrijwilligers en sporters, ook de sterren. Allen staan ze in een honderden meters lange rij, die blijkt te leiden naar een balie waar een nummertje kan worden getrokken. Nog vijfhonderd wachtenden voor u, alvorens de begeerde kaart in ontvangst kan worden genomen. De wachttijden voor het verkrijgen van toegang tot pretpark Atlanta lopen op tot meer dan tien uur. Het levert al voor de echte stress is begonnen, vechtpartijen en opstanden op tegen de ver doorgevoerde bureaucratie, waaraan strikt de hand wordt gehouden.

Twaalf jaar geleden werd vol verontrusting uitgekeken naar de Olympische Spelen van Los Angeles, ook een particulier initiatief. Met name de combinatie van verkeer, warmte en smog zouden die commerciële Spelen in de soep doen lopen. Wie er destijds arriveerde, merkte niets van voorspelde rampen. De inwoners van de stad waren wijselijk op vakantie gegaan; tijdens de opening van het evenement konden joggers ongestoord op de snelweg terecht. En uiteindelijk redde Los Angeles, ondanks de Oostblok-boycot, het IOC met financieel winstgevende Spelen van een faillissement.

Waar het IOC zoveel loze woorden wijdt aan de bescherming van tradities, heeft zij zich met de toewijzing van de Spelen aan Atlanta tegen het Olympisch handvest in totaal aan de commercie overgeleverd. Atlanta is de thuishaven van Coca Cola, de trouwste sponsor van het evenement, en Ted Turner, de machtige televisiebaas van CNN. De viering van honderd jaar Olympisch Spelen behoort volgens de Grieken in Athene thuis, maar de infra-structuur zou daar onvoldoende zijn voor een uit zijn voegen gegroeid evenement. Op 18 september 1990 reageerde Melina Mercouri, voormalig Grieks minister van Cultuur, geschokt op de toewijzing aan Atlanta: “Coca Cola heeft het Parthenon verslagen.”

Het is inderdaad onbegrijpelijk dat morgenavond in de hoofdstad van Georgia het Olympische evenement wordt geopend. De verzekering van de IOC-leden dat de Spelen er zijn voor de sporters, kan met één argument van tafel worden geveegd: het klimaat in Atlanta is volstrekt ongeschikt voor topsport. Zelfs als gemiddelden worden bereikt op gebied van temperatuur (30') en luchtvochtigheid (65 %) - nooit eerder bereikt tijdens Spelen - dan is het in sommige disciplines misdadig om sporters de buitenlucht in te sturen. Desondanks moest geweldige druk worden uitgeoefend om de de marathon van prime-time naar zeven uur in de ochtend te verzetten. De steeple-chase en cross-country voor de paarden zijn met dertig procent ingekort en er zijn onderweg pitstops ingelast om de dieren onder douches te koelen. De bezorgdheid om de toeschouwers is desondanks groter. Letterlijk wordt verkondigd dat de goed getrainde atleten wel wat kunnen hebben, maar dat de tribune-klanten moeten waken voor uitdroging. Waarna het Olympische bronwater van Crystal Springs à 2.50 dollar per halve liter wordt aangeprezen.

'Atlanta zal klaar zijn, maar zullen de bezoekers klaar zijn voor Atlanta?', is de veel gestelde vraag waarvan de eerste stelling onjuist is. Atlanta is niet klaar voor de Spelen en zal dat nooit zijn als inwoners en weer niet meewerken. In de smalle straten van down town loopt het vervoer snel vast en dan moeten de verwachte twee miljoen bezoekers nog arriveren. Elfduizend (!) mensen zijn ingezet voor transport, hetgeen het vervoer tot de grootste Amerikaanse operatie in vredestijd maakt. Dertig procent van Atlanta's ingezetenen zal de auto thuis moeten laten, en dan nog wordt geduld gevraagd. Overal wordt gewerkt aan de accommodaties, waarvan de ingang in de meeste gevallen (nog?) nauwelijks staan aangegeven. Taxichauffeurs die wel sterk verhoogde tarieven mogen berekenen, hebben geen idee waar ze hun passagiers moeten afzetten.

Wie een tocht door down town maakt, heeft het idee door een immense camping te rijden. Overal tussen de voeten van wolkenkrabbers verrijzen tenten. Van de 500 Amerikaanse topconcerns hebben 428 residentie in Atlanta en alle bouwen een paviljoen met aanpalende kermis, waardoor de Spelen het karakter van een jaarbeurs krijgen. Coca Cola overtreft alles, met een eigen park waarin twintig miljoen dollar is geïnvesteerd.

Naast het frisdrankcircus ligt het veelbesproken Olympische park. In Barcelona had men dat niet nodig: de stad zelf was één uiting van prachtige kunst en cultuur. Seoul had tussen de sprookjesachtige accommodaties een bijpassende beeldentuin geschapen. In Atlanta symboliseert de ontmoetingsplaats de wijze waarop de Spelen in de VS worden beleefd. De voormalige parkeerplaats is groen geverfd en er zijn een aantal gigantische tenten opgezet. Het kitcherige beeld van Baron Pierre de Coubertin, als stichter van de moderne Spelen wars van gigantisme, staat naast Bud World, dat wordt aangeprezen als de grootste bar ter wereld. Het biermerk maakt, gezien de rij wachtenden, indruk. Verderop verklaart een tv-reclame eigenlijk alles: the bigger the picture, the bigger the impact. Groot is inderdaad het plein van klinkers waarin de namen van alle tienduizend Amerikaanse Olympiërs staan gegraveerd. Alsof zij hetzelfde ontzag verdienen als de Vietnam-slachtoffers die op soortgelijke wijze in Washington worden herdacht.

De Amerikanen krijgen wat ze willen: de omvangrijkste Spelen ooit. Atlanta is daarmee tevens het grootste gekkenhuis uit de geschiedenis. Het Olympisch dorp is berekend op 14 500 bezoekers, maar blijkt er meer dan 16 000 te moeten herbergen. Waarbij het moet blijven binnen de dubbele hekken met hoog voltage, die de gerenoveerde universiteitsgebouwen het aanzien geven van een reservaat voor met uitsterven bedreigde diersoorten. De bewoners worden geïdentificeerd via een door computer geanalyseerde handafdruk.

Een slordige 227 miljoen dollar is uitgetrokken voor veiligheid, bijna net zoveel als de bouwkosten van het Olympisch Stadion. De angst voor terroristische acties is toegenomen na recente bomaanslagen op Amerikaanse doelen. Ruim 22 000 veiligheidsmensen zijn actief in Atlanta. Speciale eenheden zijn getraind voor operaties tijdens kapingen en zelfs chemische aanslagen op metrostation, zoals die in Tokio plaatsvonden.

De vrees groeit dat in Atlanta werkelijkheid wordt wat al jaren wordt voorspeld: Spelen van irritatie, ruzie en glansloze prestaties, die de illusie van verbroedering en harmonie zullen uitwissen. Atlanta zelf zal er niet lang over treuren, de handelsstad is eraan gewend met dollars te kopen wat het wil, ook al zijn het irreële sportprestaties. Instant-spelen zijn het, voor vluchtig plezier en snel geld verdienen. Een paar maanden na de sluiting zal niets meer herinneren aan het eeuwfeest. Er is al onenigheid ontstaan over wie de steiger met de Olympisch vlam straks moet onderhouden. Afbreken dan maar, net als éénderde deel van het Olympisch stadion dat wordt gesloopt omdat de ware bestemming een honkbalarena is voor de Atlanta Braves.

Alles tijdens het 1.8 miljard dollar kostende evenement is ondergeschikt aan de combinatie televisie/commercie. De tien sponsors krijgen in ruil voor hun bijdrage van elk honderd miljoen dollar uiteraard de eerste keus. Er zijn 50 000 vrijkaarten verspreid onder de sponsors en een meervoud daarvan als pakket verkocht.

Voor inwoners van Atlanta was het moeilijk aan entree-bewijzen komen, terwijl ze wel wekenlang de lasten dragen van een zwaar ontregelde stad. Als tegenhanger van het organisatiecomité ACOG is het ADOG opgericht: Atlanta Disgusted with the Official Games.

De inwoners zijn in drie categorieën in te delen. De gefortuneerden bezoeken de evenementen; de minder draagkrachtigen zitten voor de televisie en de armen en daklozen zijn tijdelijk uit de stad verbannen. Dat onder burgemeester Andrew Young - vroeger de rechterhand van Martin Luther King - die Atlanta beschouwt als 'hoofdstad van de mensenrechten'.

De schandvlekken zijn verwijderd, haastig opgebrachte make-up moet de Spelen de schijn van een spontaan feest geven. En als het evenement eenmaal loopt, is voor de oppervlakkige aanschouwer alles great als het Amerikaanse goud binnenloopt. Of zoals het Duitse weekblad Der Spiegel concludeert: 'Als de Amerikaanse spiermonsters straks medailles winnen, dan zal het vuur van vrolijke boodschappen eindelijk aanwakkeren. Zo brengt Olympia tot stand, wat Mao, Stalin en Honecker nooit is gelukt: Alle mensen eten hetzelfde, drinken hetzelfde, denken hetzelfde en jubelen op hetzelfde moment - synchroongevoel voor miljoenen'.

Brood en Spelen voor het volk. Het hoeft niet lekker te zijn, als het maar veel is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden