NaschriftAtje Keulen-Deelstra

Atje Keulen-Deelstra (1938-2013): Schaatsen, koeien en de familie

Atje Keulen-Deelstra in actie tijdens een WK in Heerenveen. Beeld ANP
Atje Keulen-Deelstra in actie tijdens een WK in Heerenveen.Beeld ANP

Als ze thuis de was ophing, kon ze zich ook weleens verbazen over haar vele successen op de schaats, die ze tegen de verdrukking in had geboekt.

'Heit' was een fanatiek schaatser. Dat die passie ook brandde in zijn oudste dochter, deed hem deugd. Atje, een van de vier kinderen op de boerderij in Grouw, liet zich graag meevoeren en coachen door haar vader.

Zodra de Friese meren en sloten bevroren, dook Atje Deelstra met haar pa het kortebaancircuit in. De jonge boerendochter als hardrijder, vader als 'mental coach' en fourageur. Tussen de ritten door voerde hij haar suikerklontjes en rozijnen. Als Atje onzeker kwam vragen of ze haar volgende tegenstander wel aankon, knikte vader geruststellend: “Natuurlijk.”

Marleen Veldhuis, Kim Clijsters, Kim Staelens: van een moeder aan het front kijkt de topsport tegenwoordig niet meer zo op. Maar in 1969 was de schaatsbond nog van mening dat vrouwen met kinderen tegen zichzelf in bescherming moesten worden genomen. Atje Keulen-Deelstra, moeder van drie, werd niet alleen geweerd uit de kernploeg. Zelfs een trainingskamp in Duitsland met de tweede garnituur werd haar verboden. Veertien dagen zonder de kinderen, dat zou natuurlijk nooit goed gaan. ‘Sportverdwazing’, werd haar aangewreven door boze briefschrijfsters.

Met tegenzin lieten de bobo's haar toe

Keulen-Deelstra was al 31 jaar oud en de nummer zeven van het NK allround. Op het internationale podium had deze vrouw niets te zoeken, bedachten de bestuurders. Ze besloten dat ze zich om de aparte verschijning op de ijsbaan niet druk hoefden te maken. De schaatsster zelf dacht daar heel anders over. Een jaar later pakte ze de nationale titel. Met tegenzin lieten de bobo’s moeder Atje alsnog toe tot het elitekorps van de kernploeg.

Atje Keulen-Deelstra verpersoonlijkte het begrip ‘no nonsense’ al ver voordat de managersterm zijn intrede in het Nederlands deed. Geen grote mond, geen klachten, maar stug verder schaatsen en winnen.

Zo regelde ze ook haar privéleven naast de schaatsbaan. Ze wisselde razendsnel van overall naar trainingspak en van trainingspak naar schort. Man Jelle zorgde voor het gezin en de koeien als Atje op trainingskamp moest of haar wedstrijden reed, altijd geholpen door oma Keulen. Zelfs als de schaatsmoeder thuis was, had 'beppe' vaak het laatste woord over de kinderen Baukje, Kees en Goos.

Haar onverstoorbaarheid leverde in West-Allis, Verenigde Staten, bij haar debuut meteen de wereldtitel op. Als oudje en moeder werd ze desondanks nog niet voor vol aangezien, getuige de kritische geluiden bij haar unieke prestatie. Valpartijen van favorieten zouden Keulen-Deelstra het kampioenschap in de schoot hebben geworpen. De winnares reageerde in stijl: "Dan hadden ze maar moeten blijven staan.”

Geen voorvechtster van de vrouwenemancipatie

Er was een gouden toekomst voor haar weggelegd als voorvechtster van de vrouwenemancipatie. Maar Atje Keulen-Deelstra bleef altijd ver weg van discussies en barricaden. Ze wilde schaatsen, niet op de voorpagina staan.

Sportvrouw van het jaar 1970 werd ze met haar superdebuut bij de kernploeg. Maar van de verwachte alleenheerschappij tot en met de Winterspelen in Sapporo (1972) kwam niets terecht. Het seizoen na haar wereldtitel werd ze op het NK in Amsterdam afgetroefd door Stien Kaiser. Tijdens het EK in Rusland viel ze ten prooi aan de slechte ijsvloer en bij het WK in Helsinki brak haar schaats. Opnieuw droeg Atje Keulen-Deelstra haar lot zonder morren en opnieuw kwam ze keihard terug. In het olympisch jaar won ze alle allroundtoernooien.

Tijdens de Spelen in Japan rekende de natie op minimaal drie keer goud, zoals bij de laatste editie van Sven Kramer werd verwacht. Maar ook Keulen-Deelstra kon niet aan de verwachtingen voldoen. Met één keer zilver (1000 meter) en twee keer brons (1500 en 3000 meter) was het toernooi in Sapporo verre van mislukt, maar tevreden kon de schaatsster niet zijn.

Kampioen op 41-jarige leeftijd

Bij een terugblik op haar carrière stelde Keulen-Deelstra eens vast dat ze de grootte van de Spelen vermoedelijk had onderschat. “Ik had me beter kunnen specialiseren op twee afstanden.” Atje maakte nergens een punt van, maar voor de Winterspelen had ze misschien een uitzondering moeten maken.

Ze verwerkte de gemiste gouden plakken van Sapporo zoals ze de blokkade van de KNSB en het mislukte jaar 1971 incasseerde. Ze gaf geen krimp, bond de schaatsen onder en reed hard. In ’73 en ’74 won ze voor de tweede en derde keer op rij alle allroundtoernooien. Ze werd twee keer tweede op het WK sprint. Ze nam afscheid na de wereldtitel van 1974. Pas vijf jaar nadat de heren van de schaatsbond hadden bepaald dat haar plaats thuis bij de kinderen was, koos zij zelf voor haar gezin.

Veel rustiger kreeg ze het niet. Op de boerderij was altijd wel iets te doen en drie kinderen vroegen ook de nodige aandacht. Achteraf verzuchtte ze dat haar als huismoeder, tijdens het ophangen van de was, regelmatig door het hoofd schoot hoe ze dat toch allemaal voor elkaar had gekregen: schaatsen, boeren en opvoeden.

Schaatsen bleef ze wel. Ze regeerde het marathonpeloton nog jaren net zo streng als ze het allrounden had geleid. 61 overwinningen en vijf nationale titels sleepte ze tot 1985 in de wacht. En om nog even te onderstrepen dat ze maling had aan haar leeftijd, won ze haar laatste Nederlandse kampioenschap in 1980, op 41-jarige leeftijd.

Eind 1996 haalde Atje Keulen-Deelstra weer eens de kranten en andermaal was ze geen alledaags nieuws. Ze botste in de buurt van haar woonplaats Jirnsum met haar auto op een ontsnapte koe. De koe overleefde het ongeluk niet, Atje hield er een scheurtje in haar schedel aan over. Ze lag een week in het ziekenhuis, waar ze volgens de artsen de dood in de ogen had gekeken.

Medisch wonder

Natuurlijk krabbelde de onverwoestbare Friezin op. Natuurlijk reed ze in januari 1997 de voorlopig laatste Elfstedentocht. Het was haar derde - want ook de edities van 1985 en 1986 voltooide ze - en de meest opzienbarende. Niet alleen als moeder, ook als gehavende schaatsster verlegde ze grenzen.

In de jaren na dat medische wonder bleek dat de botsing meer schade had veroorzaakt dan de uitgereden Tocht der Tochten deed vermoeden. Ze moest leren leven met een bijna voortdurende hoofdpijn en een onwillige schouder.

Toch kweet ze zich vol verve van haar nieuwste taak: die van oma. Zoals haar schoonmoeder tijdens de schaatsreizen op de boerderij haar zoon Jelle kwam bijstaan, zo paste Atje graag op haar acht kleinkinderen. Tot dat lichamelijk te zwaar werd, in de laatste jaren.

Vorige week trad Atje Keulen-Deelstra weer eventjes voor het voetlicht. Om er te benadrukken dat dat niet haar plaats was. Ireen Wüst werd voor de vierde keer wereldkampioen allround en evenaarde daarmee Keulen-Deelstra.

Ze prees haar jonge opvolgster uitvoerig en drukte haar eigen prestaties naar de achtergrond. Het was allemaal zo lang geleden, zei ze, en de tijden zijn veranderd. Net zo blij was ze toen Renate Groenewold in 2004 na 30 jaar eindelijk de eerste Nederlandse wereldtitel allround sinds Atje Keulen-Deelstra won. Schaatsen, koeien en de familie, daar ging het haar om. De rijkgevulde geschiedenisboeken waren daarvan slechts een bijverschijnsel.

Atje Keulen-Deelstra werd geboren op 31 december 1938 in Grouw. Ze stierf in Leeuwarden op 22 februari 2013.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden