Atheïsme is een afwijking, vindt psychiater Van Praag

Cokky van Limpt

Atheïsme is eigenlijk een afwijking, vindt emeritus hoogleraar psychiatrie Herman van Praag. Als iemand niets met religie heeft, zegt hij in een interview met Volzin, dan ontbreekt er een dimensie. Van Praag vergelijkt atheïsme met ongevoeligheid voor esthetische ervaringen. „Als iemand zegt ’Schilderijen zeggen me niets’ of ’Literatuur en muziek doen me weinig’, dan ontbreekt daar iets wat het leven rijker en interessanter maakt. Datzelfde vind ik van religieuze ontvankelijkheid.”

In de intellectuele kringen waar hij lezingen geeft, wordt hem deze uitgesproken mening niet in dank afgenomen. Mensen worden ’echt boos’, maar dat brengt Van Praag niet van zijn overtuiging af. Dat atheïsme juist veel voorkomt onder intellectuelen, wijt hij onder meer aan Freud, die religiositeit en religie afschilderde als een archaïsch overblijfsel uit een ver verleden, iets primitiefs. „Intellectuelen willen zich niet bezighouden met iets infantiels, dus schuiven ze dat weg.”

Overigens vindt de psychiater niet alle religiositeit gezond. Religie kan ook ’stollen’ in orthodoxie en fundamentalisme. Of ’hyper’ worden, zoals hij in zijn praktijk wel heeft meegemaakt bij mensen met godsdienstige wanen. Maar soms, voegt hij hieraan toe, is die hyperreliositeit een ’scheppende ziekte’. „Neem de profeten uit de Bijbel, die literair en sociaal een buitengewoon belangrijke boodschap hebben. Dat zijn vreemde figuren geweest. Ze hoorden stemmen, dachten dat God tot ze sprak – ze zouden nu als abnormaal worden beschouwd. Ik noem ze bóvennormaal, omdat ze qua inhoud en vorm iets hebben bijgedragen van onsterfelijke waarde. (...) Ik heb ook patiënten met psychosen gezien, die gedachten hadden van een enorme rijkdom en diepgang. Je ziet dat ook bij mystici, die leven in een andere wereld, die zij als een openbaring beleven. Als psychiater moet je zeggen: het bewustzijn hier is vernauwd, althans ten aanzien van het leven van alledag. Maar hun belevingen kunnen verrijkend zijn voor henzelf en voor anderen.”

In het Joods Historisch Museum wordt aanstaande donderdag een nieuw tijdschrift ten doop gehouden. Het heet Zelem – voor religieuze reflexies. Het accent ligt op geloofsbeleving, -overtuiging en -praktijk; ook voor religieuze kunst en religie en literatuur is plaats ingeruimd. Het nieuwe blad is niet eenkennig: het bevat bijdragen uit joodse, christelijke, boeddhistische en islamitische hoek. Een greep uit de artikelen: docent rabbijnse geschriften Leo Mock schrijft over (omstreden) hedendaagse vormen van joodse spiritualiteit, zoals het pelgrimeren naar heilige plaatsen en het raadplegen van heilige mensen, zoals kabbalisten en wonderrabbi’s. Theoloog Marcel Poorthuis beschrijft het tegendraadse kunsternaarsmilieu aan het einde van de 19de eeuw. Hoogleraar esthetica Wessel Stoker verdiept zich in de religieuze kunst van Kandinsky. Sajidah Abdus Sattar beschrijft de beleving van het islamitisch soefisme, en oud-minister van financiën Witteveen beschrijft de ’innerlijke school’ van het westerse soefisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden