Astronomen voor de export

Durf, hard werken, eendracht en een beetje mazzel hebben de Nederlandse sterrenkunde tot wereldtopper gemaakt

De slechtst denkbare plaats om sterrenkundige waarnemingen te doen is Nederland, legt wetenschapshistoricus David Baneke uit aan het begin van zijn boek 'De ontdekkers van de hemel'. Nergens hoge bergtoppen met ijle lucht eromheen, waar je goed sterrenkijkers op kunt zetten. Het is hier vaak bewolkt en vrijwel overal beneemt lichtvervuiling je de blik op de minder heldere sterren.

Toch draait Nederland al tientallen jaren zwaar boven zijn gewichtsklasse mee in de internationale sterrenkunde. Baneke verklaart dat paradoxale succes. De telescoop is een Nederlandse uitvinding, maar dat heeft er niet zo veel mee te maken.

Toen Frederik Kaiser halverwege de negentiende eeuw bij de overheid en de inwoners van Leiden langsging om geld in te zamelen voor een sterrenwacht, deed hij dat omdat er verder nauwelijks iets gebeurde op sterrenkundig gebied. Kaiser heeft geen grote ontdekkingen gedaan, maar hij had wel precies uitgerekend wanneer de komeet van Halley langs zou komen. Hij haalde de pannen van zijn dak en planken uit de zoldervloer, en liet belangrijke ambtenaren door zijn telescoop kijken. Een van die ambtenaren zou later minister worden, en de begroting voor de Leidse sterrenwacht door de Kamer krijgen. Het is de oudste universiteitssterrenwacht ter wereld, en tegenwoordig in gebruik als bezoekerscentrum.

Leiden had een sterrenwacht, maar Groningen niet. De hoogleraar sterrenkunde daar, Jacobus Cornelius Kapteyn, maakte van de nood een deugd door te werken aan foto's van de toen nog weinig bestudeerde zuidelijke sterrenhemel. Zijn Britse collega David Gill had namelijk wel een telescoop, op Kaap de Goede Hoop, maar weinig mensen om de metingen uit te werken. Dat onderzoek leidde tot veel meer internationale contacten; iets waar Nederlandse astronomen altijd goed in bleven.

Onder aanvoering van Kapteyns oud-studenten Willem de Sitter en Jan Hendrik Oort professionaliseerde de Nederlandse sterrenkunde in het begin van de twintigste eeuw. Wie aan een van de Nederlandse universiteiten promoveerde in de sterrenkunde, kon als wetenschapper aan de slag. Tenminste: in de VS, want daar was de astronomie een bloeiende tak van wetenschap. Een Amerikaanse astronoom had het over Nederland als the place where they grow tulips and astronomers for export.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal, wat astronomen de kans gaf om als verzoeners op te treden tussen hun Franse en Duitse collega's. De Tweede Wereldoorlog raakte Nederland wel, en daarmee ook de wetenschap. Hoogleraren verbleven in ballingschap op de Veluwe. De sterrenwacht in Leiden draaide formeel door, maar fungeerde ook als dekmantel voor verzetswerk. De plaatselijke editie van de illegale krant Trouw werd in de donkere kamers geproduceerd.

De oorlog zorgde voor technologische vooruitgang, zo zijn grote stappen in het onderzoek naar radio en radar gezet. Radio-ingenieurs hadden last van een vervelende storing, afkomstig van de zon en de Melkweg. Oort besefte dat je met radiostraling de structuur van de Melkweg kon bestuderen, en kreeg een miljoen gulden bijeen voor de grote radiotelescoop bij Dwingeloo, die een rol speelt in Harry Mulisch' boek 'De ontdekking van de hemel'.

Het is het begin van een lange reeks succesverhalen. Nederlandse sterrenkundigen komen samen, houden de rijen gesloten, presenteren een ambitieus plan, en dan krijgen ze geld. Er zijn heel wat vakgebieden met grotere aantallen studenten en meer praktische toepassingen die daar knarsetandend naar kijken.

Er kwam een telescoop in Westerbork, die gegevens opleverde die suggereren dat er donkere materie moet zijn. Er kwamen, in internationale samenwerking, telescopen op La Palma en in de Atacama-woestijn in Chili. Het in 2010 geopende Europese radiotelescoopnetwerk LOFAR begint nu mooie resultaten op te leveren. Bij een grote subsidieaanvraag in 1998 leveren de sterrenkundigen voor de zekerheid een lijstje in met alle onderwerpen waar de Nederlandse astronomie zich níet mee bezighoudt: ze willen niet als een slokop gezien worden.

Kortom, Nederlandse sterrenkundigen hebben goede contacten met buitenlandse onderzoekers en met instanties die geld te verdelen hebben. Ze werken hard, steken veel energie in de opleidingen en hebben ook gewoon geluk. "Iemand als Oort moest er ook maar gewoon zijn", merkt Baneke op. Tegen het eind van zijn boek noemt de historicus nog een belangrijke factor voor de successen: "Het hielp ook dat sterrenkunde in veel andere landen minder prioriteit had. Het had immers geen praktisch nut. Wie er nadrukkelijk op inzette, kon dus al snel een voorsprong opbouwen."

Anno 2015 staat de Nederlandse sterrenkunde er nog steeds prima voor. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië doen het beter, maar een plek in de topvijf is gewoon goed voor zo'n klein land. Soms blijkt sterrenkundig onderzoek zelfs wel degelijk praktisch nut te hebben, bijvoorbeeld toen vorig jaar duizenden vrijwilligers met hun smartphones een fijnstofkaart van Nederland maakten, dankzij sterrenkundige kennis over lichtverstrooiing en optica.

En met enige regelmaat keren naar andere landen geëxporteerde astronomen terug naar de Nederlandse sterrenwachten. Niet alleen uit heimwee, maar ook omdat je hier mee kunt draaien in de wereldtop.

Baneke heeft een prettige schrijfstijl en slingert er regelmatig een leuke anekdote tegenaan om de vaart in zijn verhaal te houden. Maar zijn boek is wel heel duidelijk een verhaal over sterrenkundigen, en niet over sterrenkunde. Zo vermeldt hij de door Kapteyn naar Nederland gehaalde Deen Ejnar Hertzsprung, die zijn naam verleende aan het Hertzsprung-Russelldiagram, en hij noemt ook Oorts student Maarten Schmidt, die de eerste quasar vond.

Maar wie wil lezen over wat die zaken nou eigenlijk zijn, komt met 'De ontdekkers van de hemel' niet ver. Baneke gaat ervan uit dat zijn lezers allang geïnteresseerd zijn in sterrenkunde. Wie daar nog niet zo veel van weet, kan beter beginnen bij de boeken van Govert Schilling.

David Baneke: De ontdekkers van de hemel - De Nederlandse sterrenkunde in de twintigste eeuw. Prometheus/Bert Bakker; 384 blz. euro 24,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden