Astmatisch kind werd hartverscheurende blazer

Jean 'Toots' Thielemans 1922-2016

Dat Jean Baptiste Frédéric Isidor Thielemans de bijnaam 'Toots' droeg, moet geweest zijn omdat hij zo veelzijdig was. Maar als iemand er naar vroeg, onthulde hij die betekenis nooit. Dan zei hij dat de naam verwees naar twee muzikanten met dezelfde bijnaam: saxofonist Toots Mondello en Salvatore 'Toots' Camarata. De een had bij iedereen gespeeld; de ander speelde niet alleen alles maar componeerde en arrangeerde ook. De bijnaam Toots was een verbastering van 'tutti'. Maar dat zei Toots Thielemans er nooit bij. Te bescheiden.

Veelzijdig was hij. Niet alleen beheerste hij drie instrumenten: hij speelde gitaar en mondharmonica en hij floot met de lippen. Zijn veelzijdigheid zat er ook in dat er geen muzikaal genre is of hij vereerde het met een bezoek - in het begin van zijn loopbaan omdat er brood op de plank moest komen, verderop in zijn carrière omdat hij niet eenkennig was.

Tegelijk was hij uiterst bescheiden over zijn talent. In een televisie-interview zei hij ooit, in ernst, dat Stevie Wonder pas echt talent had - als je diens talent op tien kilo schatte, nou dan had hij zelf maar een pond. Of hij zei dat in de jazz, die hij beschouwde als een taal, af en toe iemand opstond die een paar nieuwe woorden aan die taal toevoegde. Dat waren de groten, zoals Coltrane of Gillespie. Hij, Thielemans, deed niet meer dan 'die taal spreken'.

Hij was drie toen zijn ouders hem z'n eerste instrument gaven: een accordeon, van karton. Want in hun café, aan de Hoogstraat 241 in de Brusselse volkswijk Les Marolles, deed de kleine Jean toen al de accordeonist na die daar op zondagmiddag kwam spelen. Jean Thielemans was een astmatisch kind - dat daarom veel vrijheid kreeg. Zijn ouders zaten er niet achterheen dat hij officieel muziekles kreeg. Op zijn tiende kreeg hij een grotere accordeon.

De mondharmonica kwam pas later, aan het einde van de middelbare school, toen Jean Thielemans wiskunde zou gaan studeren om leraar te worden. Hij hoorde in de bioscoop Larry Adler, de mondharmonicaspeler die in de jaren dertig bij veel films te horen was. Daardoor geïnspireerd kocht Thielemans zelf ook een harmonica. Hij speelde er de populaire deuntjes van die tijd op.

De gitaar, en de jazz, die kwamen nog later - tijdens de oorlog. De oom van een schoolvriend zat in de zwarte handel en strooide met geld. Zo kwam dat vriendje aan een gitaar. Het vriendje was ongeduldig; hij wilde binnen een week net zo goed kunnen spelen als Django Reinhardt of Charlie Christian. Jean Thielemans lag vanwege zijn longen weer eens in bed toen de vriend langskwam. Het lukte hem niet 'Hold Tight' van Fats Waller te spelen en hij vroeg Thielemans te helpen. "Donne-moi cette guitare et je te dis dans dix minutes", zei die. Toen hem dat inderdaad lukte, mocht Thielemans de gitaar houden.

Dat kwam uit, want zoetjesaan bewoog hij zich in kringen van beroepsmuzikanten en die vonden de mondharmonica 'geen echt instrument'. Een gitaar wel.

Thielemans' ontdekking van de jazz - al zou hij nog vaak zeggen dat het andersom was: de jazz koos hem - dateert van diezelfde periode. Het was oorlog en er waren alleen nog jazzplaten van vóór 1940 te koop. Thielemans hoorde een al wat oudere plaat van Louis Armstrong met de Mills Brothers en was verkocht. Op zijn fonograaf draaide hij elke jazzplaat die hij te pakken kreeg langzaam af, en zocht zo de akkoorden uit. Tegen het einde van de oorlog begon hij als muzikant zijn brood te verdienen en liet hij zijn studie varen.

Na de oorlog, toen in Europa doordrong dat de jazz in de VS inmiddels verrijkt was met de bebop, wilde Thielemans niets liever dan naar Amerika. Een oom nam hem er in 1947 mee naartoe voor een vakantie. Thielemans nam zijn harmonica mee - in de jazz een ongebruikelijk instrument. In de legendarische Three Deuces in New York jamde hij mee met Howard McGhee's All- Stars, waar Hank Jones achter de piano zat.

Een mondharmonicaspeler? Uit Europa? De musici waren sceptisch en Thielemans moest zich invechten. Ze probeerden hem uit en zetten 'I can't get started' in. Wie door het lastige begin van dat nummer heen komt, die kan spelen. Na acht maten schonk Hank Jones hem een lachje: Thielemans was geaccepteerd.

Pas in 1952, toen hij een visum wist te bemachtigen, kon hij in de VS gaan werken. Inmiddels was hij al in Europa op tournee geweest met Benny Goodman en had hij in Parijs met Charlie Parker gespeeld.

De eerste zes jaar in de VS speelde Thielemans in het kwintet van George Shearing, de blinde Britse pianist, bij wie hij beurtelings harmonica en gitaar speelde. Daar, zou hij later zeggen, sleep hij zijn spel bij. Bij Shearing deed hij ook de ontdekking om unisono te fluiten en gitaar te spelen.

In 1957 werd Thielemans officieel Amerikaans staatsburger. Voor Amerikaanse jazzliefhebbers was Toots Thielemans toen al een begrip. In de ruim zes decennia van zijn loopbaan speelde hij met iedereen van naam.

Thielemans' roem in Europa is van veel later datum, hoewel jazzland Zweden hem al in de jaren vijftig hoogachtte en zijn compositie 'Bluesette' uit 1962 ook in Europa een hit was.

Zijn land van herkomst deed er langer over. De harten van de Walen won hij zelfs pas echt in 1986, toen hij voor de RTBF bij het WK voetbal een eigen versie speelde van het volkslied, de Brabançonne. Sindsdien eerde België hem met een eredoctoraat, werd hij in de adelstand verheven - Thielemans mocht zich sinds 2001 'Toots baron Thielemans' noemen - en zetten de Belgische tv-kijkers hem in 2005 op de 20ste plaats bij de 'Grootste Belg'-verkiezingen. Hij woonde nu ook weer in België, even onder Brussel.

In Nederland (en Vlaanderen) was zijn roem anderhalf decennium eerder begonnen - met de soundtrack van 'Turks Fruit' uit 1973. Sindsdien groeide zijn faam hier gestaag - niet in de laatste plaats dankzij Willem Duys, die hem zo vaak aankondigde als 'mijn grote vriend Jean Toots Thielemans' dat die zin een eigen bekendheid kreeg.

Thielemans' geluid was alomtegenwoordig: in de begintunes van 'Sesamstraat' en van 'Baantjer', in de soundtracks van talloze films - 'Midnight Cowboy', 'Bagdad Café' - en in tv-reclames.

De laatste decennia, na een beroerte begin jaren tachtig, speelde hij nog maar zelden gitaar. Hij was er niet snel genoeg meer voor - al was Thielemans, met zijn enorme gevoel voor melodie, nooit erg onder de indruk geweest van snelheid. Jonge jongens die duizend noten per minuut kunnen spelen maar niets te vertellen hebben, daar had hij het niet op. "Slimme noten en akkoorden vormen niet noodzakelijk muziek. Slimme woorden en uitdrukkingen vormen ook niet noodzakelijk poëzie", zei hij.

Ook op de harmonica ('zijn broodje') was hij niet uit op snelheid. Door de hebbelijkheid dat je op een harmonica moet in- èn uitademen is dat instrument toch al nooit zo snel als, zeg, een saxofoon. Toots Thielemans temperament paste daarbij. Hij was de man van de hartverscheurende ballads. "Dat kleine gebied tussen een lach en een traan ligt me het best", zei hij dan.

Herfst 2006 moest hij op doktersvoorschrift rust nemen en brak hij een toernee door Nederland af. Toch vierde hij in 2012 nog zijn negentigste verjaardag in New York op het podium tussen vrienden als Herbie Hancock en zijn vaste pianist Kenny Werner. Zijn officiële afscheid kwam pas in 2014. Zijn gezondheidsproblemen leidden toen tot te veel afzeggingen.

Gisterochtend overleed hij in zijn slaap, 94 jaar oud.

De pionier van de jazzharmonica is overleden. Jean 'Toots' Thielemans, bekend van het bepalende geluid in 'Turks Fruit' en de begintune van 'Baantjer', werd 94 jaar.

tekst Redactie cultuur & media

'Slimme noten en akkoorden vormen niet noodzakelijk muziek', zei hij

Thielemans bij een concert in 2005.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden