BOEKRECENSIE

Assepoester in onderduik

null Beeld rv
Beeld rv

In deel twee van het oorlogsdagboek van Hanny Michaelis leren we haar diepste emoties kennen. Het is een ontroerend verslag van de strijd om eigenwaarde te behouden in vreemde omgeving

Sylvia Heimans

Als de omstandigheden waarin het zich afspeelt niet zo gruwelijk waren, zou je het oorlogsdagboek van dichteres Hanny Michaelis (1922-2007) kunnen lezen als het verslag van een Joods meisje dat undercover gaat bij de christenen. Michaelis was tijdens de oorlog onder een valse naam dienstmeisje in verschillende gezinnen.

Christelijk milieu

Voor de gymnasiaste en het enig kind van intellectuele ouders is de overgang naar het christelijke milieu levensgroot. Ze kijkt aanvankelijk diep neer op de mensen die ze op de boerderij van de Van Melles bij Hoofddorp ontmoet. Ze vindt ze ‘eenvoudig van geest’ en het werk dat haar te doen staat is ‘stupide’. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat wordt ze geacht te draven voor de grote familie en hun vele gasten. Koken, afwassen, bakken, boenen, poetsen is haar deel. Ze weet dat ze dankbaar moet zijn, maar het werk valt haar zwaar en haar positie als dienstmeisje nog zwaarder.

Van huis uit is ze gewend deel te nemen aan gesprekken tussen volwassenen en haar mening te verkondigen. Tijdens de onderduik is haar plaats ondergeschikt aan die van de bewoners en dat laat ‘mevrouw’ haar ondubbelzinnig weten. Het is hartverscheurend om te lezen hoe Michaelis worstelt om haar waardigheid als intellectueel te behouden en hoe ze daar gaandeweg steeds minder goed in slaagt. Haar literaire helden Marsman, Ter Braak en Vestdijk bestaan niet in deze omgeving. Ze verschrompelt tot een schaduw van zichzelf die hunkert naar echte aandacht. Ze voelt zich een Assepoester.

Aangrijpend

Aangrijpend is het wanneer een wanhopige Michaelis beschrijft dat ze bij hoge uitzondering de vrouw des huizes in vertrouwen neemt over haar zorgen om haar ouders. Ze kreeg in 1943 bericht van hun deportatie. De ijskoude reactie luidt: “Och, als ze vergast worden, zijn ze tenminste direct dood, dat is nog altijd beter dan doodgemarteld te worden.” Geen wonder dat Michaelis niet zelden huilend in slaap valt van ‘grondeloze eenzaamheid’.

Gejeremieer wordt het nergens, want Michaelis is heel goed in staat van een afstand naar zichzelf te kijken, zoals ook al opviel in het eerste deel van het dagboek, dat vorig jaar verscheen: ‘Lenteloos voorjaar’. Daarin doet ze uitgebreid verslag van lessen en verliefdheden die nergens toe leiden, wat uiteindelijk monotoon wordt. Doordat de onderduikjaren meer onverwachte gebeurtenissen met zich meebrengen, is dit tweede deel ‘spannender’ en ook dit is een rijke bron van details over het dagelijks leven in de oorlog. Zo noteert Michaelis wat ze eten en beschrijft ze de vele bezoekers, die vaak blijven slapen. Als lezer sta je te kijken van dat drukke sociale leven in oorlogstijd.

Michaelis weet welke risico’s haar onderduikgevers lopen en beseft volledig dat het haar enige opdracht is om haar werk zo goed mogelijk te doen. Die strijd geeft ze trouwhartig en ontroerend weer. In de zomer staat ze om vijf uur op om het werk af te krijgen, en om negen uur dondert ze uitgeput in slaap.

Michaelis schrijft dat ze het dagboek bijhoudt voor Dick Binnendijk, haar leraar Nederlands op wie ze nog altijd heimelijk verliefd is. De taal is dan ook verzorgd en bloemrijk. Ze had er duidelijk plezier in om de mensen die haar wereld binnenwandelden scherp neer te zetten: “Knap vind ik haar niet, hoewel ik me voor kan stellen dat ze daarvoor doorgaat. Ze heeft een beetje kwijlogen, bruin in roderig wit, en grote regelmatige kwijltanden; daarbij heeft haar gezicht iets onnaspeurlijk goors.” Een kind bij de Van Melles heeft “geknepen, venijnige vissenoogjes in het platte, onbeduidende gezichtje dat altijd op het punt staat zich in een jammerlijke huilgrimas te verwringen zodra er iets niet naar zijn zin is”. Later wordt duidelijk dat Michaelis het dagboek ook zeer nodig heeft als uitlaatklep en worden haar persoonsbeschrijvingen helaas milder.

Laatste oorlogsjaren

De laatste oorlogsjaren brengt ze door bij de familie Merkelijn in Leiden. Daar is de sfeer aanmerkelijk beter dan op de boerderij, en Michaelis probeert zich te schikken in haar lot. Ze vindt aansluiting bij de jongeren die daar over de vloer komen, vergezelt de familie ’s zondags naar de kerk en verdiept zich als overtuigd atheïst in de Bijbel. In deze periode wordt het dagboek onmiskenbaar melancholiek. Flarden muziek kunnen haar gedachten terugbrengen naar haar muzikale vader en haar doen beseffen dat ze ongemerkt afscheid heeft genomen van haar onbezorgde jeugd bij haar liefdevolle pappie en mammie. “Spijt, berouw, heimwee, angst voor de toekomst, en het wanhopige besef dat de wereld die ik zonder het te weten zo hartstochtelijk had liefgehad, voorgoed aan mijn voeten was ontgleden.”

Michaelis’ dagboek verschilt in zoverre van andere oorlogsdagboeken dat zij tijd van leven kreeg; Anne Franks en Etty Hillesums levens bleven beloftes. Wanneer we Michaelis over de liefde lezen (‘in ware liefde zijn lichaam en geest verbonden’) denken we aan haar korte huwelijk (van 1948 tot 1959) met Gerard Reve. Wanneer we lezen dat ze voor de kunst wil gaan leven als er geen allesoverheersende liefde komt, denken we aan haar oeuvre van zes dichtbundels.

Ze zou later een rol in de periferie van de literaire wereld spelen. Haar oeuvre wordt als klein en bescheiden omschreven, maar dat heeft waarschijnlijk meer met de aard van de gedichten en met de bescheiden opstelling van de auteur te maken. Haar toon is direct en melancholiek, doortrokken van verlies. Ergens dicht ze:

... toen ik
ineens overvallen door een gevoel
uit de oorlogsjaren
[…] terug werd gebracht tot mijn ware
proporties: een hulpeloos wezen
zonder naam, zonder betekenis
dat ieder ogenblik van de aarde
kan worden weggegrist
en vermorzeld…

De bron van dat gevoel is in de duizend pagina’s van ‘De wereld waar ik buiten sta’ overtuigend aan het papier toevertrouwd.

De wereld waar ik buiten sta. Oorlogsdagboek 1942-1945. Van Oorschot; 1063 blz. € 34,99. Verschijnt 1 mei.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden