Column

Asschers vrijheid om jezelf te zijn heeft een dubbele bodem

Lodewijk Asscher.Beeld ANP

In zijn boek 'De ontsluierde stad' formuleerde Lodewijk Asscher drie jaar geleden eenvoudig en helder zijn inzet in het integratiedebat. Amsterdam moest de stad blijven 'waarin je veilig en opgewekt jezelf kunt zijn'. Hij verwoordde deze week dus een authentieke opvatting, toen hij zei dat we aan immigranten duidelijk moeten maken 'wat dit land zo geweldig maakt: de vrijheid jezelf te zijn'.

De sociaal-democraat Asscher was in 2010 nog wethouder van Amsterdam, nu is hij minister van sociale zaken, werkgelegenheid en integratie in een kabinet met de VVD. Vanwege deze samenwerking veronderstelde ik dan ook een sterke liberale invloed op de kerngedachte die hij uitsprak. Die gedachte was bijna een kopie van de verkiezingsleus 'Gewoon jezelf kunnen zijn', waarmee de VVD in 1982 onder aanvoering van Ed Nijpels een recordhoogte van 36 zetels bereikte.

Deze leus geeft nog altijd een trefzeker antwoord op de vraag waartoe de liberalen van de VVD op aarde zijn. Zelfs de conservatief Bolkestein, die fundamentele kritiek had op het Veronica-liberalisme van Nijpels, gaf uiteindelijk onder druk van de integratiekwestie de ontplooiing van het individu voorrang boven tolerantie jegens andere culturen. Hij creëerde daarmee ruimte voor drang en zonodig dwang jegens immigranten om zich aan de waarden van de in zijn ogen superieure westerse samenleving aan te passen.

Gelijkheid man, vrouw, hetero en homo
De boodschap van Asscher aan de immigranten moet op dezelfde wijze worden verstaan: niet integreren met behoud van eigen identiteit, maar assimileren. Bij het laatste gaat het vooral om het aanvaarden van de gelijkheid van man en vrouw, hetero en homo. Juist omdat deze waarden nog maar betrekkelijk kort geleden in de Grondwet zijn verankerd en dus kwetsbaar zijn, moeten zij met verve worden uitgedragen en verdedigd, juist in een immigratiesamenleving.

De belangrijkste politieke conclusie uit de integratiebrief van Asscher aan de Tweede Kamer moet dan ook zijn dat deze benadering nu vrijwel gemeengoed is geworden in het politieke debat. Het CDA en de PvdA hebben langer dan de VVD geworsteld met de spanningen die de eis van assimilatie oproept met het beginsel van pluriformiteit, maar voetje voor voetje zijn ook deze partijen overstag gegaan.

Niet alleen immigranten stuiten op de nieuwe grens van de moderne samenleving, ook een partij als de SGP met een afwijkende visie op de rol van de vrouw. Zij mag die opvatting nog wel uitdragen, maar niet meer toepassen. De vrijheid gewoon jezelf te zijn heeft dus, objectief gezien, een dubbele bodem.

Fundamentele breuk
De tweede politieke conclusie is dat de vrijheid van godsdienst feitelijk een lagere plaats in de rangorde van grondrechten wordt toegekend. Deze vrijheid omvat alle godsdiensten, ook de islam, schrijft Asscher in zijn brief aan de Kamer, maar zij houdt op waar zij het gelijkheidsbeginsel bedreigt. Dit is een fundamentele breuk met de visie, in 2005 nog in de Kamer uitgedragen door minister Thom de Graaf, dat onze grondwet geen rangorde tussen de grondrechten kent.

Houden zo, zei hij. Maar in politieke zin is het hek nu van de dam, mogelijk ook door de steun van de Europese rechter in de zaak tegen de SGP.

Dat wil niet zeggen dat het Hof in Straatsburg, de hoogste rechter in deze, in alle gevallen de politieke tendens zal volgen, maar daarvan gaat uiteraard wel een druk op het publieke leven uit. Asscher maakt al een grote stap met zijn uitspraak dat immigranten 'de Nederlandse waarden en verworvenheden moeten verinnerlijken en ernaar leven'.

De vraag is hoe hij dit wil bereiken. Op dit punt heeft hij voorgesteld immigranten een participatiecontract te laten ondertekenen. Het lijkt mij dat zo'n verplicht contract in een rechtsstaat niet past in de verhouding tussen overheid en burgers.

De gedachtegang van Asscher is goed te volgen. Hij wil in een multiculturele samenleving geen twijfel laten bestaan over het belang van de nieuw verworven gelijkheidsnormen. Maar de vraag is of hij niet doordraaft, als hij daarvoor andere vrijheden al dan niet bedoeld in de waagschaal stelt; buiten de godsdienstvrijheid de uitingsvrijheid en de vrijheden van onderwijs en vereniging.

Gewetensdrang op de loer
De politicoloog Paul Scheffer, die al in 2007 de lijn propageerde die Asscher nu kiest, erkende dat daarmee gewetensdwang op de loer ligt. In zijn boek 'Het land van aankomst' onderschreef hij ook dat zulke dwang niet in een vrije samenleving thuishoort, maar desondanks hield hij vol dat het gelijkheidsbeginsel het zwaarst moest wegen.

Ik zou toch liever kiezen voor de weg van de botsende grondrechten waarbij uiteindelijk de rechter per geval nagaat welk recht het zwaarst moet wegen. De weg van Asscher en Scheffer leidt onherroepelijk naar een overheid die uitmaakt wat goed en fout is en als een dwingeland gaat optreden.

Bovendien wordt het perspectief van de meerderheid ongemerkt bepalend. Zo signaleerde Asscher in de Volkskrant dat er sprake is van 'achteruitgang in de wijze waarop wordt aangekeken tegen homo's, joden en vrouwen'. Dat is zorgwekkend, zonder meer. Maar is er dan, wil ik vragen, zoveel vooruitgang in de kijk op Marokkanen dat zij veilig en opgewekt zichzelf kunnen zijn?

Asscher wil in een multiculturele samenleving geen twijfel laten bestaan over het belang van gelijkheid voor man en vrouw, hetero en homo. Maar de vraag is of hij niet doordraaft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden