Assads briljante goocheltruc

De Syrische president Basjaar Al-Assad verleidde soennitische geestelijken tot heilige oorlogsverklaringen tegen sjiieten. De opstand verwerd tot een godsdienstoorlog, met Assad in de rol van tolerante engel.

De lezingen over de executie van een vijftienjarige jongen in de Syrische metropool Aleppo lopen uiteen. Hij verkocht koffie. Heeft hij nou echt tegen heilige strijders gezegd: 'Zelfs als de profeet Mohammed neerdaalt, dan geloof ik nog niet?'

Het lijkt onwaarschijnlijk, een vijftienjarige overtuigde atheïst in het Midden-Oosten, die ook nog eens voor zijn mening uitkomt, en dat nog wel tegen levensgevaarlijke heilige strijders. Zelfs het begrip secularisme is in die contreien bedekt met een dikke laag religieuze saus. De nieuwste sterke man van Egypte bijvoorbeeld, die volgens zijn aanhangers via een staatsgreep een religieuze dictatuur voorkwam, heeft een vrouw met een gezichtssluier.

Echte atheïsten zijn er wel, maar ze zijn doorgaans ouder dan een vijftienjarige die thee en koffie schenkt en ze hebben ook meer opleiding. Ze houden in het openbaar hun mond over hun ongeloof en velen van hen zijn niet helemaal los van de godsdienst, want ze weten er zoveel van af dat ze een doctorstitel in de theologie verdienen.

Waarschijnlijk waren de strijders van Djabhat Al-Noesrah ('Het Overwinningsfront', verwant aan Al-Kaida) geen Syriërs en hebben ze het dialect van die vijftienjarige koffieverkoper in Aleppo verkeerd verstaan of opgevat. Volgens het publiek zou hij hebben gezegd: 'Zelfs als de profeet neerdaalt, dan nog krijg je de koffie niet gratis.' Voor hem was het een krachtterm, voor de strijders van God een onvergeeflijke heiligschennis.

Bij alle gerapporteerde misdaden in Syrië past voorzichtigheid, want in een oorlog voert behalve de dood ook de leugen een schrikbewind. Maar zelfs als dat hele verhaal over die jongen een verzinsel zou zijn van het voorlichtingsbureau van president Basjaar Al-Assad, dan nog zou het veelzeggend zijn. Want leugens moeten aansluiten bij een bestaande realiteit, willen ze geloofwaardig overkomen.

Die realiteit in Syrië, waarop ook een jokkende propagandist van Assad moet inspelen, is dat de binnenlandse oorlog steeds meer trekken van een fanatieke godsdienstoorlog krijgt, of beter een cluster van parallel verlopende, verschillende godsdienstoorlogen. Ze kennen vele ingewikkelde fronten en in Syrië doen er talrijke buitenlanders aan mee. De echte diehards onder hen beschouwen zichzelf nauwelijks als buitenlanders, want ze zien de moslimwereld als een heilig geheel en nationale grenzen vinden ze blijken van ongeloof.

De veelkoppige godsdienstoorlog houdt niet alleen Syrië, maar ook andere delen van de moslimwereld in zijn greep, zij het met wisselende intensiteit. Er zijn in de frontvorming grote lijnen te ontdekken, maar 'in het veld' zijn die vaak slecht zichtbaar. Daar heerst, zeker op dit moment in Syrië, eerder een duizelingwekkende variatie van mozaïeken die elkaar beoorlogen. De kleine tegeltjes zijn bedoeld om samen voorstellingen weer te geven, maar om die te kunnen zien, moet je rustig kunnen kijken. En in een burgeroorlog ontbreekt juist rust. Bovendien bewegen en botsen die tegeltjes voortdurend, zodat het beeld ook steeds verandert.

Beulen
Ook geestverwanten, en dat maakt alles nog ingewikkelder, kunnen elkaar belagen, zeker als ze tot concurrerende organisaties behoren. In Aleppo werd onlangs de leider van de strijdgroep 'Het leger van Mohammed' doodgeschoten. De terechtstelling staat op YouTube, net als een eerdere opname waarin hij nog vrij is en de beschuldigingen van corruptie en machtsmisbruik ontkent. Een islamitische rechtbank veroordeelde hem tot de kogel. Zijn beulen zullen ongeveer dezelfde ideologie hebben gehad als hijzelf, maar behoorden tot andere organisaties.

Wie zal ooit het Midden-Oosten begrijpen? Bewoners of buitenstaanders, engelen of demonen? De manier waarop je die regio moet analyseren en het instrumentarium dat je daarbij nodig hebt, veranderen snel. De chaos blijft hetzelfde, maar de 'grote lijnen' van de analyse veranderen. Op dit moment zijn veel van die 'grote lijnen' religieus. Over twintig jaar is het misschien weer anders, de voorboden van iets totaal nieuws kunnen er nu al zijn, maar voorlopig zul je het nodige van godsdienst moeten afweten.

Je moet er ook weer niet te veel van afweten, want een puur theologische analyse werkt niet. Veel mensen en strijders mogen godsdienst belangrijk vinden, maar dat betekent niet automatisch dat ze ook verstand hebben van theologie en dat je hun handelen vanuit die wetenschap alleen zou kunnen verklaren. Ze weten vaak nauwelijks wat hun doodsvijanden denken over de hogere dingen, als diegenen het zelf al weten. Godsdienst lijkt vooral een strijdvaandel.

De huidige religieuze tegenstellingen bestonden vroeger ook, maar traden minder op de voorgrond. Het destijds in de berichtgeving en beeldvorming alles overheersende conflict tussen Israël, de Palestijnen en de Arabische buurstaten onttrok andere, oudere, onder de oppervlakte voortsmeulende tegenstellingen aan de waarneming.

Maar die waren er natuurlijk wel. De wahabitische moslims in Saoedi-Arabië deden in de jaren twintig van de vorige eeuw in hun land al hetzelfde als extreme strijdgroepen vorig jaar in Mali en ruim een decennium eerder de taliban in Afghanistan, alleen grondiger. In Mali staan de meeste mausolea van soefiheiligen nog overeind, in Saoedi- Arabië is er geen spoor meer over van heiligdommen van de mystieke soefi-islam. De soefi's zijn niet de enige mikpunten. Al in de achttiende eeuw verwoestten Saoedische wahabieten de Iraakse stad Kerbela, heilig voor sjiitische moslims. En de in 2006 ge-executeerde Iraakse, soennitische dictator Saddam Hoessein hing lange tijd jaarlijks tienduizenden sjiitische landgenoten op.

Daarmee zijn de twee godsdienstoorlogen die her en der woeden in de moslimwereld, genoemd: (1) soennieten tegen sjiieten (en de aan hen verwante alawieten) en (2), binnen de soenna, wahabieten en hun salafistische geestverwanten (gesteund vanuit Saoedi-Arabië) tegen de mystieke soefi-islam. Kleinere minderheden, zoals christenen en ook liberale moslims moeten in deze mêlee hun weg zien te vinden. Die religieuze conflicten drukken een zwaar stempel op Syrië, maar doen zich ook elders voor.

Brandbom
Talloze aanslagen over en weer tussen soennieten en sjiieten zijn er in Irak. Sjiieten en soefi's zijn in Pakistan het mikpunt, vorige week nog in de stad Quetta waar 56 sjiieten omkwamen. Het is niet allemaal nieuws van ver weg; vorig jaar gooide in Brussel een soennitische Syriër een brandbom bij een Marokkaanse sjiitische moskee naar binnen. De imam stikte in de rook.

Een belangrijk psychologisch strijdmiddel is de vernietiging van symbolen, vaak de voorbode van veel bloedvergieten. Vreselijk waren in Irak de gevolgen van de aanslag op de heilige sjiitische 'gouden moskee' van de stad Samarra in 2006. Ook liberalen zijn doelwit, zoals in maart, toen twee van hun symbolen werden vernield. Eerst was er in het noorden van Syrië de onthoofding van het standbeeld van de dichter en vrijdenker Maarri. Een week later onderging een sculptuur van de Egyptische schrijver Taha Hoessein in de Egyptische stad Minya hetzelfde lot.

Taha Hoessein schreef een schitterend boekje over zijn jeugd in een dorp in de buurt van Minya en leefde een kleine duizend jaar na Maarri. Net als Maarri was hij blind en ook hij gold als een icoon van vrij denken, zonder dat hij met de godsdienst brak. De onthoofdingen van de standbeelden riepen lugubere associaties op met onthoofdingen van levende mensen, ook een ingrediënt van deze oorlog.

President Assad deed een meesterzet, toen hij in mei de hulp inriep van de Libanese sjiitische Hezbollah-militie. Hij boekte daarmee een militaire zege, maar belangrijker was de politieke winst. Hij ontlokte aan soennitische geestelijken in de hele moslimwereld zulke woedende uitspraken tegen sjiieten dat zij nu te boek staan als onverbeterlijke radicalen. En met hen de Syrische opstandelingen, hoewel zich daar ook nog steeds veel gematigde seculieren onder bevinden, maar die krijgen weinig publiciteit.

Vergeten lijkt hoe de Syrische oorlog begon, met bruut uiteen geschoten vreedzame demonstraties. Het beeld is definitief veranderd in dat van een godsdienstoorlog, met Assads vijanden in de rol van fanatici. Weliswaar is godsdienstfanatisme ook Hezbollah en zeker Assads andere bondgenoot, Iran, niet vreemd. Maar daar staat de reputatie van Assad tegenover. Wat je hem ook kan verwijten, niet dat hij een godsdienstfanaat is. Dat kan hij, ondanks zijn 'slechte vrienden' in Iran en Libanon, ook in de beeldvorming niet worden, vanwege de onbetwistbare godsdienstvrijheid in Syrië. Voor de revolutie was die groter dan in welk ander moslimland dan ook. Het is een van de weinige geloofwaardige kaarten van Assad in de propaganda-oorlog, maar hij speelt hem bekwaam uit.

Minderheden
Assad bereikte nog iets anders. Voorheen was er een tegenstelling tussen de 'gematigde' Moslimbroeders en de salafi's. De Moslimbroeders hadden wel een zekere sympathie voor sjiieten. Het eerste buitenlandse bezoek van de nu afgezette Egyptische president Morsi was aan het sjiitische Iran. Maar nu lopen juist Moslimbroeders voorop in de campagne tegen sjiieten. Ze vormen een front met de salafi's en krijgen in de propaganda-oorlog een even radicaal etiket opgeplakt.

Eerder al had de steun van het sjiitische Iran voor Assad de haat tegen sjiieten aangewakkerd. De meeste Syriërs zijn soennitisch, maar de religieuze minderheden zijn aan de macht. Op de top van de apenrots tronen de alawieten, onder wie Assad. De alawieten zien zichzelf als sjiieten, maar vormen binnen die groep een buitenbeentje. Ze stammen, zeggen ze, af van de bijbelse Israëlieten.

Het percentage orthodoxe sjiieten ligt in Syrië laag, ongeveer 2 procent. Ze wonen in de noordelijke provincie Idlib, waar opstandelingen minstens één sjiitisch gemeenschapshuis in de as hebben gelegd. Op een filmpje kussen de vandalen de grond en prijzen ze God.

Voetstuk
Hezbollah kon, hoewel sjiitisch, zich voor de interventie in Syrië verheugen in brede sympathie onder soennieten, vanwege de succesvolle strijd tegen Israël in het zuiden van Libanon. Maar Hezbollah is van zijn voetstuk gesmakt.

Soennitische geestelijken uit het hele Midden-Oosten happen gulzig in Assads lokaas. Ze buitelen over elkaar heen in het uitroepen van de djihad, de heilige oorlog tegen Assad, Hezbollah en Iran. Beter hadden ze Assad niet kunnen bedienen: imagoverbetering in het Westen, Rusland en China als 'strijder tegen de islamitische horden' en verder zal zijn bedreigde alawitische achterban zich nog verbetener achter hem scharen.

De oorlogszuchtige sjeiks maken onderscheid tussen sjiitische gelovigen en hun leiders. Hun djihad is officieel tegen de laatsten gericht. Maar de praktijk pakt wel eens anders uit, zo bleek in Egypte. Opgezweepte dorpelingen ten zuiden van Cairo hadden de 'kleine lettertjes' van de djihadoproepen niet gelezen en begonnen toch maar gewone sjiitische burgers te vermoorden.

Sjiieten vormen in Egypte misschien 1 promille van de bevolking. Maar in dat dorp woonden er juist wel een paar. Een lynchpartij kostte vier van hen het leven. YouTube laat het zien. Het gebeurt in een propvolle smalle straat. De menigte die een lichaam over de grond sleurt, lijkt op een groot dier, een reuzenslang of een dinosaurus.

"Hij leeft nog!" roept iemand. Niet iedereen doet mee.

"Wat bezielt jullie?" wordt er geroepen.

Agenten hollen voor hun leven. "Ze slaan ons ook!" roepen ze verontschuldigend. Waarschijnlijk kunnen weinigen in die lynchende menigte de verschillen uitleggen tussen de sjiitische en soennitische leer, want daarvoor is gedegen academische kennis vereist. Voor het begrijpen van de verschillen tussen de eenvoudige gelovigen van beide stromingen is geen opleiding nodig: ze zijn er niet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden