ASPIRINE

Honderd jaar geleden werd aspirine als pijnstillend middel geïntroduceerd en sinds die tijd werden er telkens meer heilzame werkingen aan toegeschreven. Het houdt een hartinfarct tegen en zou nu ook helpen tegen dikke-darmkanker. Aspirine, groot geworden in twee wereldoorlogen, staat voor de zoveelste keer op uit zijn graf.

De gehele vorige eeuw gonsde het van geruchten over de werkzaamheid van extracten uit de bast van de waterwilg, Salix alba. Je kon er de koorts mee verlagen. Daar was in die vroeg-industriële jaren met z'n griep- en malaria-epidemieën enorme vraag naar. In 1828 lukte het de apotheker Buchner de koortsbestrijdende stof te isoleren en in de rest van de vorige eeuw werd zij steeds verder ontwikkeld.

Acetylzuur had enkele vervelende eigenschappen: het smaakte vreselijk bitter en de maag verdroeg het slecht. Soms leidde het innemen tot een indrukwekkende maagbloeding. Men zocht daarom naar een manier om de stof zuiver te krijgen, zodat het in een lager dosering kon worden ingenomen. Daarmee zou de bijwerking ook minder worden.

In 1897 slaagde de chemicus Felix Hoffmann, die het al eerder was gelukt heroïne te maken uit morfine, in dienst van de Bayer-Werke in Elberfeld erin acetyl te verbinden aan salicylzuur in zuivere vorm. Hij was zo nieuwsgierig naar pijnstillers, omdat zijn vader leed aan een pijnlijke vorm van reuma. Hoffmans ontdekking werd de doorbraak. Bayer viert dit jaar het honderdjarig bestaan van acetylsalicylzuur, maar over twee jaar is er alweer de volgende gelegenheid, want dan is het honderd jaar geleden dat het merk werd ingeschreven in het keizerlijke patentbureau in Berlijn en de Aspirin-pilletjes in de handel kwamen.

Dat was pas het echte begin van de zegetocht als pijnstiller. Het is nu nog steeds het meest gebruikte medicijn ter wereld en daarmee het enige geneesmiddel waarvan de naam als soortnaam is doorgedrongen tot de Dikke Van Dale. In Nederland heet het, net als in Franstalige landen, Aspirine. In Duitsland en in Angelsaksische landen Aspirin. In de Van Dale is het 'aspirientje'.

De filosoof Ortega y Gasset noemde de twintigste eeuw al 'de eeuw van de aspirine'. Het middel maakte pijnstilling voor het eerst tot een democratisch recht. Tijdens de grote griepepidemieën van het begin van deze eeuw raakte aspirine enorm populair als ontstekingsremmer, pijnstiller en koortsverlager. In de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog hield het de troepen van beide kanten op de been. Hoe het werkte, wist intussen niemand. Het duurde tot de jaren zeventig toen een Britse apotheker, sir John R.Vane, dit raadsel ontrafelde. Hij ontdekte dat aspirine de sythese van het hormoon prostaglandine tegengaat, dat verantwoordelijk is voor het ervaren van pijn. In 1982 kreeg hij daarvoor de Nobelprijs voor Geneeskunde.

Wat Eindhoven voor Philips is, is Leverkusen bij Keulen voor Bayer. Maar Bayer heeft in alle grotere Duitse steden fabrieken. De geschiedenis van het concern is die van het Duitse volk en dus een mengsel van genie en misdaad. Het gedenkboek Meilensteine, dat in 1988 over 125 jaar Bayer-historie werd uitgegeven, gaat snel voorbij aan het hoofdstuk 'misdaad'. Op de pagina's die gewijd zijn aan 1914-'18 en 1939-'45 wordt een opvallend summiere geschiedschrijving weergegeven, terwijl de oorlogen toch belangrijke impulsen voor de ontwikkeling van het concern vormden.

Behalve dat Bayer de kleurstoffen leverde voor het Feldgrau en Marineblau, kon het Duitse leger in de Eerste Wereldoorlog rekenen op actieve steun bij de oorlogsplanning en -voering. Zo leverde Bayer kunstrubber, TNT en de gifgassen chloorgas, fosgeen en mosterdgas. De staat verstrekte de investeringskapitalen voor de benodigde fabrieken met vrije hand, terwijl Bayer de vrijheid had zelf de prijs te bepalen van wat in die fabrieken werd gemaakt.

Bayer verbond zich in 1925 met enkele andere chemische concerns tot de IG Farben, in die jaren veruit het grootste chemische concern van Duitsland. De verbintenis zou 26 jaar duren. Na de oorlog werd IG Farben door de geallieerden in beslag genomen en vervolgens in 1950 ontbonden. Het concern had het dodelijke Cyclon-B gas geleverd (via de dochteronderneming Degussa) en een vooraanstaande rol gespeeld bij het bereiken van economische onafhankelijkheid van het buitenland. Al in 1933 sloot de IG een contract met het Derde Rijk voor de winning van benzine uit steenkool. In 1938 maakte de IG al kunstrubber. Zo kon Hitler zich onafhankelijk maken van strategische importgoederen. In de fabrieken werkten in de oorlog tienduizenden dwangarbeiders. In Auschwitz en andere concentratiekampen werkten eind 1944 4 500 hoofdzakelijk joodse dwangarbeiders voor de IG Farben. Tussen 1941 en 1945 werkten volgens eigen documenten van de IG in totaal 38 000 concentratiekampgevangenen voor de IG, van wie er meer dan 30 000 zijn omgekomen. Bayer is dus niet alleen de menslievende firma die de honger in de wereld stilde met behulp van kunstmest en de pijn bestreed met aspirine.

De Nijmeegse onderzoeker drs. Lucas van der Hoeven heeft de geschiedenis van Bayer grondig bestudeerd. Hij wijst erop hoe waardevol de ondersteuning van de IG Farben was voor de oorlogen. “Zonder de steun van Bayer zou de Eerste Wereldoorlog al in 1916 zijn afgelopen”, zegt Van der Hoeven. “De bemoeienis van het concern herhaalde zich in de Tweede Wereldoorlog. De IG stelde haar productiecapaciteit volledig in dienst van Hitler. En niet alleen haar fabrieken. De IG had in de jaren dertig een internationaal spionage-apparaat, waarvoor in Berlijn drie- tot vierhonderd mensen werkten. Het bureau was oorspronkelijk bedoeld om de internationale patenten van de IG Farben te verdedigen, maar zij waren beter geïnformeerd dan de Abwehr. En Hitler heeft daar uitvoerig gebruik van gemaakt.”

“De laatste tijd maakt Bayer ook een eind aan zijn faam als sociaal werkgever”, zegt Van der Hoeven. “De nieuwe directie van Bayer, onder leiding van Manfred Schneider, wil het de aandeelhouders naar de zin maken en is bereid daarvoor de koers van een ijskoud kapitalisme te volgen.”

De cijfers liegen niet. De winst van Bayer voor belasting is bijna verdubbeld tot 4,6 miljard mark in 1996. De aandelenkoersen zijn in drie jaar meer dan verdubbeld. Daaraan heeft bepaald ook aspirines tweede indicatie bijgedragen. Het was al lang bekend dat acetylsalicylzuur het bloed verdunt. Het is dus ongeschikt voor mensen die een maagzweer hebben. In Hoffmanns dagen wist niemand nog dat de maagzweer wordt veroorzaakt door een bacterie, de helicobacter pilori, die vrij gemakkelijk is te verjagen. Talloze mensen leden eraan. De bloedverdunnende bijwerking was in Hoffmanns ogen daarom zeer ongewenst. Toch leidde zij uiteindelijk tot een wederopstanding van aspirine.

Je kon van aspirine een lelijke bloedneus of een maagbloeding krijgen, maar de betekenis van deze bijwerking voor trombose en hart- en herseninfarcten, werd pas eind jaren zestig langzamerhand duidelijk. Acetylsalicylzuur in lage dosering remt de activiteit van de bloedplaatjes, die verantwoordelijk zijn voor het stollen van het bloed. Zo kan het voorkomen dat aan de vaatwand plak optreedt, die soms kan leiden tot verstopping van vaten.

In enkele landen, waaronder ook Nederland, wordt acetylsalicylzuur in een lage dosering voorgeschreven bij mensen die gevaar lopen op een tweede infarct of beroerte. In oktober 1985 maakte de Amerikaanse Food and Drug Administration na uitvoerig onderzoek bekend dat de kans op een tweede hartinfarct door het dagelijks slikken van aspirine met een vijfde wordt verkleind. Bij patiënten met een instabiele angina pectoris zelfs met de helft.

Bayer had zojuist in Amerika voor één miljard dollar de merknaam 'aspirin' teruggekocht van de farmaceutische fabriek Sterlin Winthrop, die de Bayer-fabriek na de onteigening voor vijf miljoen dollar had gekocht. Het was een gouden greep van Bayer. Na de bekendmaking van de FDA was aspirine in Amerika niet meer aan te slepen. Tonnen aspirine werden geslikt en ook het wetenschappelijk onderzoek naar acetylsalicylzuur kreeg een nieuwe impuls. In 1988 kregen de 22 000 artsen die meededen aan een onderzoek naar de betekenis van aspirine voor het hartinfarct, bericht dat de achtjarige studie na vier jaar beëindigd werd. Het resultaat was zo overtuigend dat men de placebo-groep het middel niet langer wilde onthouden.

Na enkele jaren bleek dat de aspirine-gebruikers minder aan hartinfarcten, maar ook minder aan kanker van de dikke darm lijden. Een groep van 600 000 Amerikaanse aspirineslikkers bleek na zes jaar 68 procent minder dikke-darmkanker te hebben dan een controlegroep die geen aspirine innam.

Dikke-darmkanker rukt wereldwijd op als doodsoorzaak. In Duitsland is het na long- en borstkanker de meest voorkomende vorm van kanker. Bayer was uiteraard graag in het nieuws gekomen met een gegronde aanbeveling om aspirine te slikken tegen deze killer in opmars, erkent Bayer-directeur Frans Josef Bohle, maar die vlieger ging niet op. Aan een groep Amerikaanse artsen werd gedurende vijf jaar een lage dosis aspirine (325 miligram per twee dagen) gegeven. Toen alles werd nagerekend, bleek dat het verband niet aan te tonen was.

Toch heeft men aspirine als middel tegen dikke-darmkanker nog lang niet laten vallen. Vorige maand kwam een internationale groep onderzoekers bijeen voor een jaarlijkse gedachtenwisseling in Lochmühle in het Ahrdal. De arts prof. W. Schmiegel uit Bochum had een hele serie dia's bij zich waarop hij de binnenkant van de dikke darm liet zien. Het was lang niet allemaal even vrolijk om naar te kijken. Sommige foto's leken sterk op een maanlandschap met afzichtelijke bloederige gedrochten.

Schmiegel lanceerde de veronderstelling dat aspirin de ontwikkeling van poliepen in de dikke darm afremt. Die aangroeisels aan de darmwand kunnen zich na verloop van tijd ontwikkelen tot een carcinoom. Ben je er vroeg bij, dan kun je met endoscopische chirurgie nog iets uithalen. Ben je wat later, dan moet je dikwijls aan een stoma geloven. Maar dat is altijd nog beter dan een uitzaaiing. Tumoren die hun gang kunnen gaan, kunnen zich uitzaaien met voor de patiënt fatale gevolgen.

De poliepen zijn volgens Schmiegel goedaardige voorlopers van het dikke-darmcarcinoom. Om van poliep tot tumor te ontwikkelen is een genetische verandering van het weefsel nodig. De theorie is dat aspirine deze verandering sterk afremt, zoniet verhindert.

Dat zou de verklaring kunnen zijn dat aspirine bij de doorsnee-gebruiker nawijsbaar het ontstaan van dikke-darmkanker tegengaat, terwijl dat bij artsen niet het geval is. De dokters horen tot een selecte groep, die goed op het lichaam let en ingrijpt bij het ontstaan van poliepen in de dikke darm. De endoscoop, niet de aspirine, voorkomt dat zij zich tot kankers ontwikkelen. Schmiegel denkt daarom dat aspirin wel voorkomt dat zich de voorlopers van dikke-darmkanker ontwikkelen, maar dat het niet werkzaam is tegen de kwaadaardige tumoren zelf en ook de uitzaaiingen niet kan tegenhouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden