Asielquota noemen blijft politiek heikel

analyse | Politici wagen zich niet graag aan het noemen van aantallen asielzoekers. Halbe Zijlstra (VVD) doet het nu toch.

"We moeten geen cijferfetisj krijgen", zei VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra in maart over het vluchtelingenvraagstuk. "Ik ben er niet voor om aantallen te noemen en dan te gaan tellen." Hij zei geen zin te hebben in 'aftelsommetjes'. Toch voegde Zijlstra afgelopen weekend een nieuw cijfer toe aan het asieldebat: in de toekomst zou Nederland jaarlijks maximaal 15.000 vluchtelingen uit oorlogsgebied moeten uitnodigen.

Met dat cijfer vult Zijlstra de migratieplannen van de VVD verder in. Kamerlid Malik Azmani zette vorig jaar de eerste stap met zijn pleidooi de Europese grenzen te sluiten voor asielzoekers en alleen nog in 'extreme situaties' vluchtelingen op uitnodiging naar Europa te laten komen. Het kabinet nam de hoofdmoot in september over als toekomstplan.

Zijlstra noemt nu voor het eerst een maximumaantal vluchtelingen dat via dat 'overdrukventiel' naar Nederland zou mogen komen. Daarmee sluit hij aan in een rij van getalzeggers. PvdA-leider Diederik Samsom zei eind vorig jaar draagvlak te zien voor 200.000 vluchtelingen in Nederland de komende jaren. GroenLinks-voorman Jesse Klaver wil 460.000 vluchtelingen snel uit oorlogsgebied naar Europa halen. Daartegenover staan de PVV en groep-Bontes/Van Klaveren die de grens liefst vandaag sluiten.

Het noemen van asielcijfers is riskant, zeker voor politici uit de coalitie. Opponenten kunnen hen er bij verkeerde voorspellingen op afrekenen. Dus houden politici liever de kaarten tegen de borst, zoals Zijlstra de afgelopen maanden deed. Laten ze zich al verleiden tot prognoses, dan liefst zo ongrijpbaar mogelijk.

Zo verkondigen premier Mark Rutte en Zijlstra sinds eind vorig jaar dat het aantal asielzoekers dat naar Europa komt 'richting nul' moet. Ze kunnen inmiddels wijzen op het drastisch gedaalde aantal overtochten tussen Turkije en Griekenland, waardoor de 'nul in zicht' komt - daarbij de andere routes naar Europa even buiten beschouwing latend.

Tegelijk is het niet noemen van cijfers ook riskant. Toen begin dit jaar bleek dat het kabinet de recordprognose van 94.000 asielaanvragen voor 2016 in stilte met ruim een derde naar beneden had bijgesteld, kwam dat de betrokken bewindspersonen op kritiek te staan. Ze verweerden zich door te wijzen op maatregelen die de instroom flink zouden afremmen. Geen risicoloze belofte op zo'n onvoorspelbaar beleidsterrein als asiel.

Ga maar na: het kabinet rekende vorig jaar aanvankelijk op 33.000 asielaanvragen, maar er kwamen er 59.000. Meldden zich in oktober nog ruim 5000 Syriërs in Nederland, afgelopen maand waren het er net honderd. Ook de geplande herverdeling van 160.000 asielzoekers vanuit Griekenland en Italië over de andere EU-lidstaten toont hoe grillig dit dossier is. Een klein jaar na dato is er nog weinig van terechtgekomen.

Als cijfers zo onzeker zijn en het noemen ervan omgeven is door valkuilen, waarom waagt Zijlstra zich er dan nu toch aan? De Europese grenzen gaan niet meteen dich, laat staan dat het recht op asiel in Europa op korte termijn vervalt. Dat erkent Zijlstra ook. Hij ziet zijn quotum als opdracht voor een volgend kabinet. Daarmee lijkt het vooral munitie voor de campagne van de komende Tweede Kamerverkiezingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden