Ashkenazy dromerig in Chopin, ingetogen in Mozart

Ashkenazy's Mozart is subliem opgenomen op CD (DECCA 448 629-2).

CHRISTO LELIE

Het succes dat hij daarmee heeft werd dinsdag in de Grote Zaal van Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht onderstreept toen hem tijdens een besloten bijeenkomst voorafgaand aan zijn concert met werk van Mozart en Chopin een platina plaat werd overhandigd. Deze had hij te danken aan het feit dat er in Nederland meer dan 25 000 exemplaren zijn verkocht van zijn opname van het Tweede en Vierde pianoconcert van Rachmaninov.

Ashkenazy heeft, sinds hij in 1955 laureaat was van het Chopin-concours te Warschau, altijd een grote populariteit genoten als vertolker van de muziek van deze Poolse componist. Mozart daarentegen wordt niet direct met hem vereenzelvigd, wat geen wonder is, aangezien Ashkenazy althans diens sonates sinds 1968 niet meer heeft gespeeld. Dat hij in Vredenburg een half Mozart-programma bracht, had stellig te maken met het feit dat deze maand een disc is uitgekomen die geheel aan solowerken van Mozart is gewijd.

Hoe gelukkig de combinatie Mozart-Chopin ook is en met alle respect voor het integere en sympathieke muzikantschap van Ashkenazy, vroeg ik me dinsdag af of Vladimir Ashkenazy de relatie tussen beide componisten wel in het juiste perspectief ziet. Zowel in Chopin als in Mozart was hij namelijk volop op de romantische toer. Natuurlijk zijn er romantische trekjes bij Mozart te vinden, zeker in de evocatieve Fantasie in c, KV 475, die Ashkenazy aan het begin van de avond speelde, maar het blijft voor alles klassieke muziek.

Omgekeerd is er wat voor te zeggen om veeleer bij Chopin de klassieke elementen bloot te leggen. Dat kan onder meer door kleinschaliger en duidelijker te articuleren, de linkerhand een grotere zelfstandigheid te geven en het rubato vooral in de rechterhand te leggen en binnen de maat beperkt te houden. Zulks was niet Ashkenazy's aanpak van Chopin. Hij zocht vooral naar de grote lijnen en benadrukte vrijwel steeds de melodielijn. Daarin volgt hij de moderne Chopin-traditie, die echter geenszins terugvoert tot de componist zelf, zo leren ons de oude opnamen van pianisten uit de school van Chopin zelf. Maar binnen dit Chopin-concept wist hij wel tot een enorme intensiteit te komen.

Door deze diepgang zal niemand er moeite mee hebben gehad dat Ashkenazy in zijn Chopin-programma een nogal eenzijdig musiceren liet horen: alles bleef introvert en dromerig. Dat lag grotendeels aan de gekozen werken (twee Nocturnes, de Barcarolle, twee Mazurka's en de vierde Ballade), maar ook aan de wijze van vertolking. In de mazurka's nam Ashkenazy namelijk niet de kans waar hier het meer grillige en dansante karakter te belichten, terwijl in het briljante slot van de ballade het virtuoze element onderbelicht werd.

Die sobere en ingetogen sfeer kenmerkte ook zijn uitvoering van de Sonate en Fantasie in c van Mozart. Ook hierin liet hij de vleugel prachtig klinken, maar juist in deze werken benadeelde die esthetiek de dramatiek. Kennelijk kampte Ashkenazy met het aloude probleem dat de moderne concertvleugel te groot is voor Mozarts muziek, die voor een lichte Weense fortepiano is geschreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden