'Asbestbemiddelaar is te laks'

Kristal van witte asbest. Beeld
Kristal van witte asbest.

De juridische bemiddeling voor asbestslachtoffers schiet tekort, vindt het Comité Asbestslachtoffers. Te vaak lopen doodzieke mensen hun rechtmatige schadevergoeding mis.

Asbestslachtoffers krijgen in Nederland nog steeds onvoldoende steun bij het vinden van financiële compensatie. Het Instituut Asbestslachtoffers, in 2000 opgericht om de juridische lijdensweg te bekorten van mensen die ziek zijn geworden door asbest, schiet zijn doel voorbij. Dat vindt het Comité Asbestslachtoffers, dat destijds een van de initiatiefnemers was van het asbestinstituut.

Voor het merendeel van de asbestslachtoffers maakt het Instituut Asbestslachtoffers zijn eigen doelstelling na dertien jaar nog steeds niet waar, zegt de Utrechtse letselschade-advocaat, Bob Ruers. Hij is juridisch adviseur van het Comité Asbestslachtoffers én lid van de raad van toezicht van het Instituut Asbestslachtoffers (IAS).

Het IAS is destijds opgericht om te zorgen dat asbestslachtoffers zo snel mogelijk een vergoeding krijgen. Mensen die ziek zijn geworden door blootstelling aan asbest, hebben een slechte prognose. Een kwart overlijdt binnen drie maanden na de diagnose asbestkanker (mesothelioom), twee derde sterft binnen een jaar. Het IAS, waarin naast de verzekeraars ook de overheid deelneemt, moest voorkomen dat doodzieke mensen met mesothelioom lange rechtszaken moesten voeren tegen hun voormalige werkgevers.

Maar volgens Ruers werkt de regeling nog altijd niet goed. De helft van de mesothelioom-slachtoffers in Nederland loopt volgens hem de schadevergoeding van gemiddeld 75.000 euro van (veelal vroegere) werkgevers mis. Zij moeten zich tevredenstellen met de lagere tegemoetkoming van de overheid (voor dit jaar bijna 19.000 euro).

Het Comité wil dat asbestslachtoffers die zich bij het IAS melden voortaan direct juridische bijstand krijgen van een letselschadeadvocaat om hun financiële positie te waarborgen. Dat gebeurt nu niet. Ruers zegt voorbeelden te hebben van mesothelioom-patiënten die volgens het IAS onbemiddelbaar waren voor een hoge schadevergoeding bij een voormalige werkgever, terwijl dit achteraf onjuist bleek te zijn.

Een cliënt van Ruers werd vorig jaar door het IAS afgewezen. De man werkte jaren geleden bij de Rotterdamse scheepswerf Gusto, kreeg op latere leeftijd mesothelioom en benaderde het IAS voor een vergoeding. Dat oordeelde dat bemiddeling niet mogelijk was omdat de scheepswerf allang niet meer bestond.

De man wendde zich vervolgens tot Ruers, die in een eerste gesprek vaststelde dat naast Gusto het isolatiebedrijf Hertel aansprakelijk kon worden gesteld. Hertel had destijds op grote schaal met spuitasbest gewerkt op scheepswerf Gusto. Het IAS had deze mogelijkheid volgens Ruers niet bij de man geopperd. De advocaat heeft in een zaak van een andere asbestcliënt het IAS onlangs aansprakelijk gesteld voor een fout in de afwikkeling van een dossier.

Volgens Ruers betwisten werkgevers met regelmaat de blootstelling van werknemers aan asbest als het gaat om de aansprakelijkheidsvraag. "In die gevallen moet je vroegere collega's opsporen en zullen er getuigenverhoren moeten worden gehouden. Dat kan het IAS niet doen, daar heb je echt een advocaat voor nodig."

Vooruitgang
Directeur Machiel van der Woude van het Instituut Asbestslachtoffers verwerpt de kritiek van de advocaat en het Comité Asbestslachtoffers. Volgens Van der Woude wordt zijn visie gedeeld door de overige partijen binnen het IAS. "Onze aanpak is zeer succesvol. Wij hebben in de afgelopen twaalf jaar zo'n 6000 dossiers behandeld. Waar mensen vroeger te maken hadden met een rechtsgang van drie tot vier jaar, kunnen we nu dankzij onze bemiddeling een zaak gemiddeld in minder dan zes maanden afhandelen."

Van der Woude geeft toe dat er verbeteringen in de afwikkeling van zaken mogelijk zijn. "Maar dan gaat het toch om politieke keuzes. Die liggen buiten onze invloedsfeer." Het IAS gaat dit jaar de eigen werkwijze wel toetsen, zegt Van der Woude. "We zullen daarbij ook de opmerkingen van het Comité Asbestslachtoffers meenemen."

In een interne reactie op de kritiek van het Comité Asbestslachtoffers, erkende Van der Woude dat het IAS niet in alle gevallen goede juridische analyses heeft gemaakt van zaken. In 2011 verwerkte het instituut volgens hem 341 aanvragen van mesothelioompatiënten. Daarvan waren er volgens Van der Woude 77 niet-bemiddelbaar omdat de vroegere werkgever onvindbaar of failliet was. Van de aanvragers kregen er 156 door bemiddeling van het instituut een volledige schadevergoeding. De overige 108 kwamen alleen in aanmerking voor de lagere overheidsvergoeding. "Alles overziend, liegen onze resultaten er niet om", zegt Van der Woude. "We leveren erg goed werk. We krijgen zelfs internationaal lof."

Maar volgens Ruers zijn de cijfers veel ongunstiger dan Van der Woude stelt. De advocaat zegt dat in 2011 geen 108, maar 300 mesothelioompatiënten geen volledige schadevergoeding hebben gekregen. En onterecht, vindt hij. Hij baseert zich op het jaarverslag van het instituut waarin staat dat in 2011 aan 454 mesothelioomslachtoffers een schadevergoeding is betaald. "Van hen hebben er maar 156 een volledige vergoeding gehad. Die andere 300 hebben alleen de tegemoetkoming ontvangen van de overheid. Dat heeft de voormalige werkgevers en hun verzekeraars geen cent gekost. Die hebben daardoor een voordeel van 300 maal 75.000 euro, dat is ruim 22 miljoen euro. Zo besparen verzekeraars en werkgevers ieder jaar opnieuw een gigantisch bedrag, ten koste van asbestslachtoffers."

Bij het vaststellen van aansprakelijkheid bij asbestkanker speelt de lange tijd tussen blootstelling aan asbest en het optreden van de ziekte een grote rol. Het kan tien tot wel zestig jaar duren voordat asbestdeeltjes in het lichaam leiden tot mesothelioom. In de meeste zaken ligt de tijd tussen blootstelling en ziekte tussen de 30 tot 40 jaar. Vaak zijn werknemers allang gepensioneerd als ze ziek worden. Soms bestaan de vroegere werkgevers niet meer of zijn bedrijven overgegaan andere handen.

Zieke ex-werknemers die het Instituut Asbestslachtoffers om hulp vragen, krijgen vaak te horen dat hun oude werkgever zich beroept op verjaring. De wettelijke termijn voor verjaring is 30 jaar, al kan daar in asbestzaken na een arrest van de Hoge Raad in 2000 van worden afgeweken.

Volgens Ruers legt het IAS een beroep op verjaring voor commentaar neer bij de zieke werknemer. "Die moet, doorgaans zonder enige juridische scholing en bijstand, maar zien hoe hij dat verweer pareert. Vaak kan het slachtoffer dat niet. Waarna het instituut concludeert dat de bemiddeling niet is geslaagd. Het dossier wordt vervolgens gesloten en het slachtoffer ontvangt alleen de lage tegemoetkoming van de overheid. In juridische en praktische zin is er geen sprake van gelijkheid van wapens. Daarom vind ik dat mesothelioom-slachtoffers per definitie bijstand moeten krijgen van een advocaat. Het slachtoffer staat vanaf het begin op achterstand en de bemiddeling door het IAS heft dat verschil in veel gevallen onvoldoende op."

Directeur Van der Woude van het IAS betwist dat. "Verjaring en bewijslast vormen nogal eens een struikelblok. Dat heeft niet te maken met de ondeskundigheid van het IAS, maar met de stand van het recht en de situatie dat de fatale gebeurtenis gemiddeld 40 jaar geleden plaats had. De advocatuur loopt tegen precies dezelfde problemen aan en een groot deel van de letselschade-advocaten zal de neiging hebben om moeilijke zaken niet aan te nemen", schreef hij in zijn interne reactie op de kritiek van het Comité Asbestslachtoffers.

Ruers vindt dat Van der Woude de zaak omdraait. "Als het IAS aanloopt tegen verjaring en problemen met de bewijslast, dan schuift het IAS die door naar het slachtoffer. Daar heb je een advocaat voor nodig. Hoe eerder die erbij wordt betrokken, hoe beter."

Snelle financiële hulp bij verwoestende ziekte
Het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) is dertien jaar geleden opgericht door werknemers- en werkgeversorganisaties, de verzekeraars, het Comité Asbestslachtoffers en de overheid. Het instituut moest ervoor zorgen dat mensen met asbestkanker (mesothelioom) zo snel mogelijk een schadevergoeding krijgen of een financiële tegemoetkoming.

Het IAS adviseert de Sociale Verzekeringsbank over het recht op een tegemoetkoming van bijna 19.000 euro voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom. Het instituut bemiddelt tussen (ex-) werknemers met mesothelioom en (ex-)werkgevers of hun verzekeraars over het betalen van een schadevergoeding. Die schadevergoeding ligt gemiddeld rond de 75.000 euro (53.000 euro smartengeld en 20.000 euro schadevergoeding).

In Nederland krijgen per jaar ongeveer 500 mensen, vooral mannen, de diagnose mesothelioom. Nederland staat tweede op de wereldranglijst van sterfte aan mesothelioom, na Groot-Brittannië. Het gebruik van asbest is pas in 1993 verboden. Vooral in de jaren zeventig is nog op grote schaal asbest toegepast, als isolatiemateriaal in de industrie vooral.

De afname in het aantal patiënten zal nog enige jaren op zich laten wachten, omdat de ziekte zich pas na vele jaren openbaart, veelal 30 tot 40 jaar na blootstelling, maar er zijn ook voorbeelden bekend van 60 jaar na het inademen van asbest. Bijna driekwart van de patiënten is ouder dan 65 jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden