Artsen mogen zich niet als bankiers gedragen

Hoe verder met de marktwerking? Dat zal een centraal thema van de komende verkiezingen zijn. Een belangrijk en lastig geval in dat verband is dat van de gezondheidszorg.

Er zijn argumenten voor die marktwerking, maar ook problemen en twijfels. Marktwerking louter economisch bekijken, kan funest zijn. Markten zijn mooi als ze goed werken, maar de werking ervan is niet simpel en de voordelen zijn niet vanzelfsprekend.

De basisgedachte van marktwerking is dat concurrentie leidt tot efficiëntie, kwaliteit en innovatie. Die efficiëntie kan echter onverwachte effecten hebben. Aanbieders van zorg kiezen omwille van de efficiëntie misschien voor schaalvergroting en concentratie (fusies). Maar dat kan leiden tot beperking van concurrentie, verlies van kwaliteit en minder innovatie.

Concurrentie tussen aanbieders van zorg kan betekenen dat de dienstverlening aan onrendabele delen van de markt verdwijnt. Het zal geheid leiden tot differentiatie van diensten voor verschillende deelmarkten, oftewel een hogere prijs voor betere zorg. Als de politiek dat niet wil, zal zij de keuzeruimte voor aanbieders moeten beperken. Dat beperkt het ondernemerschap. Er zal een punt komen waarop men zich af moet vragen of marktwerking dan nog wel betekenis heeft.

Markt met veel overheidstoezicht en inperkingen is niet per se beter dan het omgekeerde: toezicht met een beetje markt. Het gaat niet om wel of geen marktwerking, maar om meer of minder sturing.

Voor simpele marktwerking zijn verschillende ingrediënten nodig. Gebruik, betaling en beslissing moeten in één hand liggen. De gebruiker/beslisser moet goed in staat zijn een oordeel te vormen over de kwaliteit van de zorg. Er moeten alternatieven zijn om uit te kiezen. En overstappen van de ene aanbieder naar de andere moet makkelijk zijn.

In de zorg wordt aan geen van deze voorwaarden voldaan. De aanbieder (arts) beslist, de patiënt kan de kwaliteit vaak slecht beoordelen en kan moeilijk overstappen naar een andere zorgverlener, en de verzekeringsmaatschappij betaalt.

In het nieuwe zorgstelsel draait alles om het scharnierpunt dat degene die betaalt, bepaalt. In de praktijk zijn dat de verzekeringsmaatschappijen. Zij beoordelen en belonen kwaliteit en efficiëntie. Het idee was dat zorgaanbieders, zoals ziekenhuizen, zo zouden gaan concurreren om de gunst van de verzekeraars, en om de gunst van de patiënt.

Tal van obstakels hebben dit verhinderd. Zorgaanbieders werken inmiddels met 30.000 verschillende ’diagnose behandel combinaties’, wat nog geen basis biedt voor beoordeling op kwaliteit. Patiënten stappen niet snel over naar een andere verzekeraar – ze blijven liever bij hun vertrouwde en nabije arts en ziekenhuis. Artsen hebben minder ruimte van handelen en zitten opgesloten in protocollen.

De economische theorie voorspelt dat er bij een klein aantal grote aanbieders, een risico is van kartels. Dat verschijnsel zien we nu ook opkomen. Marktwerking zou dat moeten doorbreken door toetreding van nieuwe, kleine aanbieders, maar dat is lastig als je alleen op grote schaal efficiënt kunt opereren en lijkt te gelden voor zowel ziekenhuizen als verzekeraars.

Het ergste gevaar dreigt wellicht in niet-economische overwegingen. Wat gebeurt, op langere termijn, als de aandacht van artsen verschuift van de patiënt naar het voldoen aan de eisen en procedures van verzekeringsmaatschappijen? Wat gebeurt er als winstbejag wordt aangemoedigd? Je moet er toch niet aan denken dat artsen zich gaan gedragen als bankiers. Als het systeem eenmaal is ingesteld op verregaande marktwerking, kan de weg terug moeilijk zijn.

Kijk maar naar de moeite die het president Obama kostte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden