Artsen mijden discussie over ’verkapte euthanasie’

Artsenorganisatie KNMG reageerde deze week hard op de stelling dat artsen steeds vaker de euthanasiewet omzeilen door palliatieve sedatie toe te passen. Is de KNMG bang voor discussie?

De artsenorganisatie KNMG reageerde deze week in een persbericht als door een adder gebeten op de ’De laatste slaap’, een boek van journalist Rob Brunt over palliatieve sedatie. Onder de kop ’Artsen omzeilen euthanasiewet niet’ en de onderkop ’Artsen worden onterecht verdacht gemaakt’ maakte de KNMG gehakt van Bruntink, hoofdredacteur van het blad Pallium. Hij zou de suggestie hebben gewekt dat artsen op grote schaal misbruik hebben gemaakt van palliatieve sedatie om de euthanasiewet te omzeilen.

Bij palliatieve sedatie wordt de patiënt in diepe slaap gebracht en krijgt hij geen kunstmatige voeding of vocht meer. Bij euthanasie treedt de dood na een spuitje onmiddellijk in. Palliatieve sedatie is pijnbestrijding en dus normaal medisch handelen. Euthanasie is dat niet, want bedoeld om het leven te beëindigen. In dit laatste geval kan de arts voor de strafrechter terechtkomen op beschuldiging van moord, tenzij hij zich aan de zorgvuldigheidseisen heeft gehouden.

Volgens de KNMG deugen de cijfers van Bruntink niet. Die meent dat 10 procent van de sterfgevallen in Nederland eindigt met palliatieve sedatie. De KNMG wijst op het laatste evaluatierapport over euthanasie, waarin een percentage staat van 8,2 . Kwestie van selectief winkelen, want de artsenorganisatie had uit dat rapport ook een ander percentage kunnen pikken: 13,7.

De twee verschillende percentages komen voort uit twee verschillende onderzoeken die in het evaluatierapport worden gebruikt. Met zijn tien procent is Bruntink daar voor het gemak tussenin gaan zitten.

Wat de KNMG vooral dwarszit, is de suggestie dat veel artsen onder het mom van palliatieve sedatie eigenlijk euthanasie toepassen. Volgens Bruntink speelt de wens om het leven te beëindigen in 64 procent van de gevallen van palliatieve sedatie een rol. Het is niet helder waar hij dit vandaan haalt. Uit het evaluatierapport zelf blijkt dat in maximaal 15 procent van de gevallen levensbekorting mede het doel is.

Hoe dit ook zij: er is sprake van een groot grijs gebied tussen palliatieve sedatie en euthanasie. Dat heeft Bruntink willen signaleren: niet om artsen te beschuldigen van misbruik (dat woord neemt hij nergens in de mond), maar om een discussie uit te lokken: is het vervagende onderscheid tussen euthanasie en palliatieve sedatie erg? Is de discussie – met zijn concentratie op regels – niet te juridisch geworden? Draait het niet allereerst om de vraag: wat is goede zorg aan het sterfbed?

De harde reactie van de KNMG is merkwaardig. Er is alweer een speciale KNMG-commissie aan het onderzoeken of de richtlijn palliatieve sedatie (nog maar twee jaar oud) aan herziening toe is. Bovendien erkent de KNMG, wijzend op nog lopend wetenschappelijk onderzoek, dat het niet helder is hoe het in de praktijk met palliatieve sedatie is gesteld.

Ook wordt onderzocht hoe de richtlijn palliatieve sedatie in de praktijk beter kan worden nageleefd. Kortom: zo gek is het nog niet, wat Bruntink aan de orde stelt. Waarom dan toch zo’n harde reactie: Om de achterban te behagen? Of gaat de KNMG liever een discussie uit de weg die de politiek op het idee zou kunnen brengen om palliatieve sedatie net als euthanasie te regelen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden