Artsen gaan korter werken doordat veel vrouwen dat in deeltijd doen

UTRECHT - Prof. dr. J. M. Minderhoud, de nieuwe voorzitter van de Nederlandse artsenkoepel KNMG, meent dat de fraude die sommige medisch specialisten plegen, wordt veroorzaakt doordat hen de uitoefening van het vrije beroep moeilijk wordt gemaakt.

“Fraude kan natuurlijk niet goed worden gepraat, maar sommige tarieven verhinderen dat de arts loon naar werken ontvangt”, zegt hij. Minderhoud is de pas aangetreden voorzitter van de artsenkoepel KNMG, waaronder de specialisten vallen, maar ook de huisartsen. “Ik ken een vrouwelijke oogarts, die in één jaar 2 000 gulden overhield. Gelukkig had haar man een vak dat meer opleverde, maar zo kan het natuurlijk niet.”

Kort voordat de fraude bekend werd, publiceerde de commissie Van der Wal/Van der Maas een rapport waaruit bleek dat maar weinig artsen die een euthanasie uitvoeren, dat ook melden. Nemen medici de wetten nog wel serieus, vraagt men zich af.

Minderhoud verwacht veel van de euthanasieconsulenten, die straks aan het werk gaan. “Het zijn de scharnierpunten in de nieuwe opzet”, zegt hij. Er komen, als minister Sorgdragers plan doorgaat, twee soorten instanties, consulenten en toetsingscommissies. “De toetsingscommissies moeten de afstand tussen de artsen en het strafrecht vergroten”, zegt Minderhoud, “zodat artsen meer bereid worden tot het melden van een euthanasie-geval.”

“Geen arts doet het graag. Die enkele keren dat ik erbij werd betrokken, gaf het mij een heel tegenstrijdig gevoel. Arts en patiënt zaten met de rug tegen de muur. Euthanasie was nog het enige goede wat we voor de patiënt konden doen.”

Minderhoud kan zich ergeren aan buitenstaanders die menen dat Nederlandse dokters gemakkelijk tot euthanasie overgaan. “Nu wordt de palliatieve zorg weer benadrukt, maar men vergeet dat deze zorg altijd al is toegepast. Pas als dat stadium is gepasseerd, komt euthanasie in het vizier, hoewel de grenzen vaag zijn op dit terrein. Veel palliatieve middelen zijn ook euthanatica.”

“Een paar jaar geleden was ik als afgevaardigde op het congres van de Britse artsenvereniging BMA. Daar werd de Nederlandse euthanasiepraktijk in een plenaire vergadering onbespreekbaar geduid. Ik vond het pijnlijk en ben even de zaal uitgegaan. Maar de wind draait langzamerhand. Er komt meer begrip.”

“Palliatieve zorg betekent vaak meer morfine geven. Dan wordt de dood nabij gebracht onder het motto van pijnbestrijding. Maar morfine is eigenlijk een rotmiddel. Men gaat voorbij aan de bijwerkingen en zegt intussen dat men prachtig bezig is met het bestrijden van pijn. Je vermijdt het strafrecht, maar het is voor de patiënt veel erger. Het kan heel goed neerkomen op alleen maar het verlengen van zijn lijden.”

“In Engelse hospices wordt de kunst van de palliatieve zorg bedreven. Maar het bleek herhaaldelijk in sommige hospices dat de patiënten niet eens wisten wat ze hadden. Zoiets zou in Nederland, met zijn mondige patiënten, absoluut niet kunnen.”

Artsen gaan soms slordig om met een toegezegde euthanasie. Minderhoud: “De arts kan met de patiënt van mening verschillen over het juiste moment. Dat is de achtergrond van klachten die je soms hoort. Maar je kan niet eerst beloven en dan niet doen. Als iemand eenmaal aan euthanasie toe is, kan hij niet meer elders zijn wens in vervulling laten gaan. Een gedane toezegging van een arts wordt door mensen dikwijls ervaren als wat geld op de bank, een reserve voor moeilijke dagen. Velen spreken dat kapitaaltje nooit aan, maar je mag het iemand niet ontnemen.”

De KNMG-voorman had eigenlijk niet verwacht dat ook abortus, zoals de laatste weken bleek, opnieuw tot verhitte debatten zou leiden. “Ik til er minder zwaar aan dan sommigen, die abortus altíjd verkeerd vinden. In die kringen ligt nog wat oud zeer. Wanneer het gaat over abortus, moeten echter de regels in acht genomen worden. Mijn mening is dat het beperkt moet blijven tot noodgevallen. Ik hoop daarom dat hij het niet meende, toen een arts op de tv zei dat een regenbui ook al grond voor abortus kan zijn. Als iemand voor een vakantie om een abortus komt, doet me dat te veel denken aan een hondje dat mensen aan de vooravond van de vakantie uit de auto zetten.”

“Dat de patiënten mondiger worden is soms wel lastig, maar ik ben er toch blij mee. Ik zie de patiënt als een gewoon persoon, die zich normaal moet kunnen uiten bij de dokter. De dag na het spreekuur kom ik hem of haar weer tegen in het dagelijks leven, bijvoorbeeld als de politieagent die me een bekeuring geeft. Vroeger was het wel eens makkelijk dat je als arts gewoon kon zeggen 'zo is het en daarmee uit'. Er wordt van artsen tegenwoordig meer invoelvermogen geëist. Sommigen missen dat nog. Er gaat vaak iets fout in de communicatie. De patiënt is afhankelijk: dan ben je extra gevoelig voor hoe je wordt bejegend. De nieuwe bejegening vergt meer tijd en die is er vaak te weinig.”

Artsen gaan de laatste jaren minder uren draaien. De werkweken van 80 uur worden zeldzaam. “Dat wordt bevorderd door meer vrouwelijke artsen, die dikwijls in deeltijd werken. Dat is een verbetering. Het machogevoel bij dokters verdwijnt.”

Dat artsen korter werken, is niet goed voor de wachtlijsten. Minderhoud: “Toch is het geen oplossing, als wachtlijsten worden verkort door werkenden in bedrijvenpoli's met voorrang te behandelen. Als de orthopedisch chirurg op zaterdag of zondag mensen gaat behandelen, wil hij maandag vrij zijn. Dan gaat het ten koste van de service voor anderen. Zo'n systeem vind ik fout. Dan lijdt de groep patiënten eronder die toch al op de tocht staat.”

“Er is wel wat te zeggen ten gunste van de marktwerking, als je maar tevens zorgt voor de zwakke en gehandicapte. Ik vrees dat die onvoldoende aandacht krijgen. Dat komt mede door de groeiende macht van zorgverzekeraars. Het zijn en blijven tenslotte verzekeraars, die er niet zijn voor de liefdadigheid. Dat zij de regie in de volksgezondheid zouden moeten overnemen vind, ik merkwaardig. De verzekeraar legt zich pas toe op de chronische patiënt als dat hem geld oplevert en dat is ook zijn goede recht. Daarom moet de verzekeraar wel meespelen, maar als verzekeraar, niet als regisseur. Dat de ziekenhuisdirectie overlegt met de verzekeraar zonder dat de specialist er aan te pas komt, lijkt me niet goed voor de patiënt. In sommige gevallen zit de directeur behandelzaken er maar bij, terwijl de economisch directeur de knopen doorhakt. De dokter wordt dan behandeld als een stuk ziekenhuismeubilair. De ziekenhuisdirectie moet zorgen voor een goed gebouw, maar zij moet zich niet bemoeien met de autonomie van de specialist. Daar moet de medisch specialist een verdediging tegen opbouwen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden