Arts moet op risico alternatief dokteren wijzen

De auteur is vrouwenarts en voorzitter van de Vereniging tegen de kwakzalverij.

Erwin Kompanje (Podiumpagina, 17 november) verwijt mij onvoldoende kritisch naar de reguliere geneeskunde te hebben gekeken en meent mij op een inconsequentie te betrappen, als ik onwerkzame methoden toch schadelijk noem. Hoe kan dat nou, aldus Kompanje. Verder schijnt hij het 'American journal of Chinese medicine' een serieus tijdschrift te vinden en ten slotte verwijt hij mij onvoldoende empathie met die patienten, die in de reguliere geneeskunde uitbehandeld zijn.

Joop Verdonk publiceerde op de Podiumpagina van 24 november een scherpe aanval op mijn betoog, waarin centraal staat dat hij mij "geloof in positivisme" verwijt en waarin hij voorts kritiek oefent op de wijze waarin de artsen het leven van het door mij beschreven tweejarige kind redden, ten koste van een tijdelijke ontheffing van de ouderlijke macht van de ouders; een te hoge prijs volgens Verdonk.

Op 18 november stelde de huisarts Rob Oudkerk, dat "bij tijd en wijle ieder behoefte heeft aan een knuffel" ; een opvatting die ik niet graag zou ontkennen, maar waarvan ik vind dat die knuffel dan beter niet bij die griezelige alternatieve genezers gehaald zou moeten worden. Verder meent Oudkerk dat ik ontegenzeglijk het grootste gelijk van de wereld heb, maar dat helaas meestal niet krijg. Ook zou ik mij onvoldoende verdiept hebben in de oorzaak van de exponentiele groei van de alternatieve geneeskunde. Hij zelf zoekt deze vooral in de aandacht, die de patienten daar zouden krijgen en die op zich al zo heilzaam is.

Schadelijkheid

Voor de schadelijkheid van die onwerkzame therapieen, verwijs ik Kompanje naar mijn rede, waarin vier redenen worden opgesomd, waaruit overduidelijk blijkt, dat alternatieve geneeskunde schadelijk is voor de volksgezondheid. Ik ontleende deze vier factoren (vertraging bij het instellen van een adequate therapie; medicalisering en somatische fixatie; in plaats van begeleiding valse hoop en zinloze rituelen; het aanpraten van absurde ideeen over ziekte en gezondheid) aan een artikel van de huisarts C. P. van der Smagt, dat hij publiceerde in Medisch Contact. Dit artikel vormde de opmaat voor een scherpe discussie binnen de artsenorganisatie KNMG, die er toe leidde, dat deze organisatie haar leden thans verbiedt onorthodoxe geneeswijzen toe te passen. Het is duidelijk dat deze discussie, hoewel die zich nog zeer recent (1990 en 1991) afspeelde, aan Kompanje geheel ontgaan is!

Dat artsen die kritiek hebben op alternatief genezen, daarmee automatisch blijk geven van onvoldoende empathie met uitbehandelde patienten - die volgens Kompanje nog zoveel kunnen hebben aan aanvullende behandelwijzen als acupunctuur, dieetbehandeling, psychotherapie met visualisatie van tumorcellen (afschuwelijk!) en deelname aan gespreksgroepen met lotgenoten - is een volstrekt uit de lucht gegrepen verwijt! Dit verwijt neem ik hoog op, omdat ik zelfs van mening ben, dat de kwaliteit van een arts wellicht nog beter te beoordelen is aan zijn wijze van omgaan met mensen die somatisch niet meer behandelbaar zijn, dan aan zijn medisch-technisch handelen. Het overschakelen van cure naar care is voor veel artsen moeilijk en betekent een impliciet toegeven, dat de geneeskunde haar grenzen bereikt heeft. Het begeleiden van deze groep patienten en het hen bijbrengen van inzicht in hun situatie behoort dan centraal te staan. Het aanmoedigen van alternatieve ritualistische abracadabra is een karikatuur van dit soort begeleiding en een vorm van ongewenste medicalisering.

Positivisme

Ook Verdonk maakt het nogal bont, als hij mijn opvatting dat de geneeskunde pas goed van de grond is gekomen na introductie van natuurwetenschappelijke methoden, gelijk stelt aan een eng positivisme, waarin geen plaats zou zijn voor pastorale begeleiding, christelijke ziekenhuizen e.d.

Het is boven elke twijfel verheven dat wij de penicilline, de aspirine, de mogelijkheid tot het veilig verrichten van operaties, de uitroeiing van de pokken enzovoorts te danken hebben aan de toepassing van natuurwetenschappen, zoals scheikunde, natuurkunde, in de geneeskunde. Ook de menswetenschappen dragen echter bij aan een goede geneeskunde en dat heb ik, voorzover mij bekend, nergens ontkend!

Dat Verdonk de ontheffing van de ouders uit de ouderlijke macht een te hoge prijs noemt voor de redding van het kind, is verbijsterend. De behandelend arts had meer oog moeten hebben voor het 'loyaliteitsconflict' dat de ouders hadden tussen het belang van het kind en de relatie met een gevaarlijke kwakzalver, die kennelijk grote invloed had op deze mensen. Dat Verdonk aan dit soort 'loyaliteit' een kinderleven wil opofferen, is werkelijk ongelofelijk.

Zijn laatste constatering, dat medicalisering en somatische fixatie ook in de reguliere geneeskunde voorkomen is natuurlijk juist. Maar het zijn wel juist de reguliere artsen geweest, die deze begrippen hebben erkend en die zich van dat probleem ten volle bewust zijn. Dat zelfde bewustzijn ontbreekt bij de alternatieve geneeskunde, die elk probleem meent te kunnen behandelen, nu juist volledig!

Martelaar

Met Oudkerk verschil ik het minste van mening. Hij schildert mij af als een martelaar voor de goede zaak en schrijft wel driemaal, dat ik het grootste gelijk van de wereld heb. Ik wijs hem er hier allereerst op, dat ik in mijn boek wel degelijk een poging doe de grote en recent zo toegenomen populariteit van het alternatief genezen te verklaren. Deze bloei berust voornamelijk op factoren van cultuursociologische aard en op de toegenomen welvaart. Want als dat gebrek aan aandacht, dat patienten volgens Oudkerk bij hun eigen dokter krijgen, de belangrijkste factor was, dan zou het alternatief genezen zo'n vijftig jaar geleden veel populairder hebben moeten zijn dan tegenwoordig.

Bovendien, onder ons gezegd, over gebrek aan aandacht kan de Nederlandse patient echt niet klagen. Ons land heeft zo ongeveer de grootste artsendichtheid ter wereld: een op de vierhonderd tachtig Nederlanders is arts! En de meesten leveren goed werk, zoals trouwens ook (blijkens enquetes) de meeste burgers vinden. Nee, naar mijn mening en observatie is het gewoon zo, dat de brave burger die zich tot een kwakzalver wendt, gewoon denkt, dat het misschien, wie weet, toch wel eens een keer zou kunnen helpen. Hij waagt de gok en meer niet. Principiele 'gelovigen' in de een of andere alternatieve stroming zijn verre in de minderheid.

En hoe langer artsen, inclusief Oudkerk, nalaten hun patienten duidelijk te wijzen op de nutteloosheid en de risico's van het alternatief dokteren, des te langer zal dit tragikomische tijdsverschijnsel voortduren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden