Artikel 1 van de grondwet biedt geen normen en waarden

Een vrouw houdt een regenboogparaplu vast tijdens de Gay Pride in Budapes, begin juli. Beeld reuters
Een vrouw houdt een regenboogparaplu vast tijdens de Gay Pride in Budapes, begin juli.Beeld reuters

Aan de vooravond van de Gay Pride heeft het COC voorgesteld artikel 1 van de grondwet te wijzigen. Daarin wordt discriminatie 'wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook' verboden. Homosexualiteit wordt niet genoemd, en dat wekt volgens het COC een gevoel van ongelijkheid op. Alsof het discriminatieverbod jegens LHBT's ('lesbiennes, homo's, bi's of transgenders') er een beetje tweedehands bijhangt.

Dat zouden meer geprangde groepen kunnen zeggen. Leeftijdsdiscriminatie, onderscheid op grond van nationaliteit (vreemdelingen) of klasseverschillen: denkbeeldig is dat allemaal evenmin. Het is niet te hopen dat al die categorieën het COC met hun eisen zullen volgen. Niet alleen omdat daarmee het einde zoek zou zijn, maar vooral omdat er een flinke verwarring aan ten grondslag ligt over wat de grondwet eigenlijk wil en doet.

Van zo'n expliciete vermelding zegt het COC een effectievere bestrijding van geweld tegen en ongelijke behandeling van 'LHTB's' in de samenleving te verwachten. Dat klinkt nogal wereldvreemd. Niet alleen omdat er in Nederland al genoeg wetten zijn waarmee dergelijke zaken kunnen worden aangepakt, zoals advocaat Oscar Hammerstein op Radio-1 fijntjes opmerkte. Maar ook omdat de rechtspraak aan zo'n grondwetswijziging helemaal niets heeft. Het is rechters in Nederland expliciet verboden wetten en uitspraken aan de grondwet te toetsen. Een dergelijke wijziging is dus louter van symbolische orde. En hoe belangrijk symbolen ook zijn, het is wat frivool een wetgeving die nu juist effectief wil zijn daarmee op te zadelen.

Grondwet als blauwdruk?
Daarachter gaat echter een groter misverstand schuil - en dat is de toenemende overtuiging dat de grondwet een soort blauwdruk zou zijn voor wat in de samenleving wel en niet mag. Een soort handvest van waarden en normen waaraan burgers zich onderling te houden hebben.

Wie daadwerkelijk naar de grondwet kijkt, komt dan nogal beteuterd uit. Vrijwel het hele document gaat over de manier waarop de Nederlandse Staat in elkaar is gestoken. We vinden hoofdstukken over de Regering, de Staten-Generaal, Raad van State, Wetgeving, Rechtspraak, Provincies, Gemeenten. En we vinden er bepalingen in over de verhouding van de burger tot de Staat en omgekeerd: de mate waarin de Staat zijn macht tegenover de burger wel en - belangrijker - níet mag uitoefenen.

De grondwet gaat dus niet over de verhouding tussen burgers onderling. Net zo min als de Algemene Verklaring van de Rechten van de Mens dat doet. Ook die er voor bedoeld de burger te beschermen tegen een al te opdringerige staatsmacht. In dat verband hebben de bepalingen van gelijke behandeling en dergelijke zin. De staat mag jegens burgers geen onderscheid maken. Eigenlijk mag de staat niet eens verschillen tussen staatsburgers zíen.

null Beeld anp
Beeld anp

Dat die verschillen er in werkelijkheid wel zíjn weet iedereen in de Nederlandse samenleving. Sterker nog: onderscheid tussen de één en de ander maken we voortdurend en op goede gronden. Wíj doen en mogen wat de staat níet mag. We behandelen de één anders dan de ander - op gronden die uiteindelijk alleen onszelf aangaan. We nodigen onze linkerbuurman wèl op ons verjaardagsfeestje uit en onze rechterbuurman niet - gewoon omdat we de één aardiger vinden dan de ander. We besteden aan de opvoeding van onze kinderen eindeloos veel meer aandacht en geld dan aan die van anderen - omdat het ónze kinderen zijn. Iedereen vindt dat normaal en juist.

Van de burger kun je dus niet vragen wat je van de staat móet vragen: handelen zonder aanzien des persoons. Anders zou de hele samenleving ineenstorten. Dat betekent níet dat je dat je bij het maken van dat onderscheid geen enkele tact of wellevendheid zou moeten tonen. Maar ook dát is geen zaak van de wet, zo lang het niet neerkomt op rechtstreekse belediging of bedreiging.

Waar zit die wet dan wel? Ik zou zeggen: daar waar de individuele burgers zich organiseren in collectieven. Met mijn zwarte of protestantse of bejaarde buurman hóef ik gaan relatie aan te gaan ('We hoeven niet van elkaar te houden,' schreef Bas Heijne ooit). Maar als voorzitter van een klaverjasclub mag ik hem niet zomaar het lidmaatschap weigeren, zoals ik hem als werkgever niet bij voorbaat mag afwijzen bij een sollicitatie.

Over die laatste dingen gaan de 'lagere' wetten van het straf- en burgerlijk recht. Niet de grondwet - ook al lijken steeds meer mensen dat te denken en te bepleiten. Dat is geen goed idee. De staat is niet de burger; de plichten van de één zijn niet die van de ander, en kunnen dat nooit worden. Het is verleidelijk staat en samenleving over één kam te scheren, maar de gevolgen daarvan zijn even absurd als catastrofaal. Want nee, beste lezer: op een enkele uitzondering onder u na bent ook u niet op mijn verjaardagsfeestje uitgenodigd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden