Artemisia: een plantje dat werkt tegen malaria

Een plantje uit China blijkt een effectief wapen tegen malaria, waaraan jaarlijks ruim één miljoen mensen sterven. Voornamelijk in Afrika. Maar het is duur en resistentie dreigt.

Matthijs Buikema

Tussen de halfverdorde maïsvelden in het noordelijke berggebied van Tanzania vallen de velden met Artemisia Annua op. Daar groeit het frisgroene, eenjarige plantje dat van oorsprong uit Oost-Azië komt. Het verspreidt een bittere, muntachtige geur.

In China worden de gedroogde blaadjes al sinds mensenheugenis gebruikt als koortswerende thee. In 1971 ontdekten Chinese wetenschappers dat het plantje ook een werkzame stof bevat – artemisinine – die buitengewoon goed helpt tegen malaria. Snel, effectief en zonder bijwerkingen; binnen enkele dagen ben je genezen.

Aangezien de malariaparasiet in Zuidoost-Azië al langer resistent is geworden tegen geijkte middelen, wordt daar al enige tijd artemisinine ingezet tegen de ziekte. Met groot succes: kampte Vietnam in 1991 nog met 1 miljoen malariagevallen, waarvan ruim 4600 dodelijk, in 2000 was dat aantal afgenomen tot 300.000, waarvan 148 dodelijk. Sindsdien is de situatie er steeds verder verbeterd.

Nu resistentie ook op het Afrikaanse continent – waar 90 procent van de malariaslachtoffers woont – een probleem wordt, heeft de Wereldgezondheidsorganisatie haar hoop gevestigd op het Chinese wonderstofje.

„Dit is hét antimalariamiddel van het komende decennium,” zegt Henk Schallig, onderzoekscoördinator Parasitologie van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Behandeling kan op twee manieren: via goedkope monotherapie (AT) of een duurdere therapie waarbij artemisinine wordt gecombineerd met een ander antimalariamiddel (ACT). „Deze ACT’s hebben de voorkeur van de Wereldgezondheidsorganisatie”, zegt Schallig. „De malariaparasiet is hardnekkig, de kans op resistentie wordt kleiner als de parasiet de strijd met meerdere stoffen tegelijkertijd moet aangaan. Zo’n 95 procent van de mensen die met ACT behandeld wordt, geneest. Dat is veel.”

Daar komt bij dat een ACT-kuur slechts drie dagen duurt. Artemisinine als monotherapie moet vijf tot zeven dagen worden geslikt. Dat is relatief lang, waardoor de kans groot is dat patiënten hun kuur niet zullen afmaken. Daarmee wordt de kans groter dat malariaparasieten de kuur overleven en zich tegen de werkzame stof gaan wapenen.

Inmiddels zijn 34 Afrikaanse landen officieel overgestapt op ACT. Maar in de praktijk gebruiken maar negen landen het middel. Dat komt vooral doordat er wereldwijd niet genoeg ACT’s worden geproduceerd die door de WHO zijn erkend. Die hanteert strenge regels op het gebied van effectiviteit en bijeffecten. Wie de tests doorstaat, kan zijn medicijn aan de WHO verkopen, die ze dan gesubsidieerd aan ontwikkelingslanden doorverkoopt.

De Zwitserse farmaceut Novartis is momenteel de enige producent die de strenge regels heeft doorstaan. Het bedrijf maakt het middel Coartem. Maar doordat Novartis een monopolie heeft is Coartem duur: een kuur (9 pillen) kost euro 6 per kind en ruim euro 16 per volwassene: een kapitaal in arme Afrikaanse gebieden. De hoop is dat andere farmaceuten snel een WHO-kwalificatie krijgen, waardoor de prijs omlaag gaat.

Voorlopig zijn kleinschalige boeren in de hooglanden van Oost-Afrika de enige Afrikanen die momenteel echt profiteren van ACT’s. Artemisia Annua blijkt namelijk voortreffelijk te groeien op Afrikaanse bodem. Het plantje wordt bijna twee keer zo groot als zijn Chinese soortgenoot en het bevat ook nog eens meer werkzame stof. Bovendien weet het zich uitstekend te weren tegen insecten. „We hadden laatst een rupsenplaag. Alles was aangevreten, behalve de Artemisia Annua,” zegt Loishiye Meishuriye, een Tanzaniaanse masaï-boer. De teelt van het plantje levert hem op jaarbasis een kleine euro 1000 op. Hij heeft ook een ‘kraamkamer’, waarin hij het eenjarige Chinese plantje kweekt voor boeren uit de omgeving.

Toch is het maar de vraag hoelang de Afrikaanse boeren zullen profiteren van de teelt van Artemisia Annua. Er wordt volop onderzoek gedaan naar synthetische alternatieven. Zo wordt in het laboratorium van Plant Research International in Wageningen artemisinine gemaakt met behulp van gemanipuleerde witlof. Een hectare transgene witlof kan maar liefst vier keer zoveel artemisinine opbrengen dan de natuurlijke teelt van Artemisia Annua. Bovendien is witlof een gevestigd industrieel productiegewas dat grootschalig verbouwd en verwerkt kan worden. Goed voor Nederlandse boeren, maar niet voor Afrikaanse. Daarnaast investeert de Bill en Melinda Gates Foundation miljoenen in Amerikaans onderzoek waarbij artemisinine gemaakt moet worden met behulp van E.coli-bacteriën. Het frustreert Lisa Amenya, van het in Kenia gevestigde bedrijf Advanced Botanical Extracts, waar de werkzame stof uit de blaadjes wordt gehaald. „Waarom bouwen ze van dat geld niet een fabriek in Afrika, zodat we van onze artemisinine zelf ACT’s kunnen produceren? Dan zou Afrika in zijn eigen hulpbehoefte kunnen voorzien. Dat wordt tegengehouden door Westerse belangen.”

Wordt Afrika een kans op ontwikkeling ontnomen? Gauke Andriesse van Cordaid Memisa denkt van niet. „Het duurt waarschijnlijk nog jaren voordat er synthetische alternatieven beschikbaar komen. Tot die tijd zullen veel mensen geholpen zijn met Afrikaanse artemisinine. Bovendien heeft ABE een fabriek gebouwd waar ook andere gewassen verwerkt kunnen worden. In Afrikaanse Magrieten zit bijvoorbeeld een stofje dat uiterst effectief is tegen muggen. Mocht de artemisine-markt instorten, kunnen ze eenvoudig overstappen. Ze hebben het slim aangepakt.”

Lisa Amenya van ABE is ook positief. „De verwachting is dat er ook met een synthetisch middel nog steeds natuurlijke artemisinine nodig zal zijn om de wereldwijde behoefte aan ACT’s aan te kunnen. Wij zijn het enige bedrijf ter wereld dat zoveel onderzoek heeft gedaan naar productiewijzen van natuurlijke artemisinine. Dat geeft ons een voorsprong ten opzichte van concurrerende bedrijven. Bovendien werken wij volgens de richtlijnen van de Verenigde Naties. In China en Vietnam, waar nu de meeste artemisinine wordt geproduceerd, neemt men het minder nauw met de werkomstandigheden. Dat zou op den duur in ons voordeel kunnen uitpakken.”

Maar er ligt voor de Afrikanen nog een ander gevaar op de loer: dat van resistentie van de malariamug tegen het middel. Eind 2005 wees wetenschappelijk onderzoek uit dat malariaparasieten in Azië – waar vooral AT’s worden ingezet – steeds meer weerstand opbouwen tegen artemisinine.

De WHO sloeg daarop groot alarm: artemisinine is momenteel het enige effectieve wapen in de strijd tegen malaria. Resistentie tegen de stof zal onherroepelijk op een humanitaire ramp uitlopen. De WHO wil daarom dat farmaceutische bedrijven op de productie van AT’s staken. Maar dat is vooralsnog niet gebeurd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden