Arsenicum en oude kant

Godfried Bomans had een vooruitziende blik, zo blijkt uit bijgaand stukje uit 1961. Wij publiceren het (enigszins bekort) opnieuw vanwege de verrassende actualiteit.

De dertienjarige prins Charles gaat dus naar de beruchte kostschool in Gordonstoun. De voorstanders van de stiff upper lip zullen dit toejuichen, want het schoolprogramma bevat alles, wat een flink mens maar wensen kan en wat hij ook later in het leven vrijwel dagelijks beoefent. Nog vóór het ontbijt wordt er, weer of geen weer, buiten hard gelopen en direct daarna staat men onder 'n ijskoude douche. De ouders, die dit thuis lezen, knikken goedkeurend, want dat is nu precies, wat zij ook elke ochtend doen. Daarna poetst de toekomstige vorst zijn eigen schoenen, wat hem eveneens te pas zal komen, want in Buckingham Palace is er dadelijk geen mens om dit de koning uit handen te nemen. De ochtendstudies worden voorts onderbroken door 'drie kwartier hard werken op de priveóstormbaan' van de school. Hoewel wij niet weten wat een stormbaan is, noch ook wat de toevoeging 'privé' hier betekent, is er alle reden om te hopen, dat het iets bijzonder onaangenaams zal zijn, waar de jongelui een hartgrondige hekel aan hebben. De school werd dan ook gesticht door een Duitser, die de viriele naam van Kurt Hahn droeg en wel in 1934, juist in de tijd, toen de eerste Sturmbannführer in Europa de lakens begonnen uit te delen.

Flink worden. Hoe Duits is die opvatting! En hoe jammerlijk heeft die zienswijze gefaald! De gedachtengang, die er aan ten grondslag ligt, is vrij eenvoudig: de koning moet een echte man worden, die niet eens met de ogen knippert, als er vlak naast hem een beremuts tegen de grond slaat. Over vijftien jaar lezen we, dat koning Charles niet eens opkeek, toen een dragonder uit de eregarde bewusteloos op de stenen viel. Bravo. Zo'n koning toch. Bij een normale opvoeding was de koning geschrokken en had hij gevraagd: 'Hebt u zich bezeerd?' Dergelijke rampen zijn nu uitgesloten.

In Engeland lopen tienduizenden mannen rond, die de littekens dragen van het systeem der public schools. Het zijn geremde stakkerds. Men heeft er het woord 'Brits flegma' voor bedacht, maar deze fraaie uitdrukking doet niets af aan de zielige werkelijkheid, die er onder verborgen ligt. Deze werkelijkheid is een arm gemoedsleven. Dit zogenaamde flegma wordt namelijk duur betaald. De prijs van die éne toon is, dat alle andere toetsen in het rijke gamma van menselijke gewaarwordingen gewoon niet worden aangeslagen. Spreek maar eens met zulke mensen. Zolang het over 't weer gaat, weten ze correct te antwoorden. Maar raakt men diepere snaren, dan bevriest zo'n man. Men heeft met een gentleman gesproken.

Wat is een gentleman? Een gentleman is, volgens Chesterton, 'iemand, die alleen gelaten wenst te worden'. Wenst hij dit wel? Natuurlijk niet. Niemand wenst een dergelijk isolement. Maar de man heeft geen keus. Hij heeft niet geleerd een brug te slaan naar de overkant, waar de ander hem wacht. Hij staat aan deze zijde, rechtop, correct, onaangetast en volstrekt alleen. Ik ontken niet, dat er stijl in zit. Men raakt altijd weer even onder de indruk, als men zo'n man ontmoet. Maar tevens verlaat ik nooit Engeland zonder een diep medelijden met die verkommerde existenties, waarin een schat van mogelijkheden aan warmte, hartelijkheid en spontaniteit te verdorren ligt.

De zogenaamde upper class van het Engelse volk bezit grote kwaliteiten en het kan waar zijn, wat Wellington eens zei, dat de slag bij Waterloo op de cricketvelden van Eton gewonnen is. Het Engelse schoolsysteem kweekt besluitvaardigheid, sportiviteit, wilskracht, volharding en het vermogen te incasseren zonder een spier te vertrekken, alles typisch mannelijke eigenschappen. Maar de andere kant van de man, waar hij teder is, begrijpend, onbevangen en mededeelzaam, blijft onbenut. Wie de defecten van dit systeem wil kennen, hoeft maar naar de Engelse vrouwen te kijken. Met hun dunne, samengeknepen mondjes, glansloze ogen en platte mantelpakjes zien ze er uit als verdroogde bloemen, die smachten naar het emmertje van begrip. Want een vrouw wordt niet bekoord door een held. Tijdens de verloving kan zij door het heroïsche even geïmponeerd raken, het huwelijk echter doet beroep op andere kwaliteten. En dan moet zij samenleven met een emotioneel onvolgroeide. Het resultaat is een bril, een mantelpakje en een vroegtijdig gebit.

Volgens de jonge lord Russell, die er net op tijd werd afgetrapt, moet Gordonstoun een hel zijn. Hij beklaagt de prins. Och, het zal wel loslopen. Tenslotte heeft men tegenover de kroonprins enige égards in acht te nemen. Het ergste zal hem bespaard blijven. Maar hoe komt hij eruit te voorschijn? Als een bedremmeld en uiterst gesloten jongmens, die uitstekend hout kan hakken, maar moeite heeft met het geven van een hand. Natuurlijk, zijn linksheid zal uitgelegd worden als eenvoud, zijn zwijgzaamheid als diplomatie en zijn onvermogen om ontspannen met iemand te praten als besef van koninklijke waardigheid. Dat komt allemaal in orde. Ik vind het alleen jammer, dat de keuze wéér gevallen is op Teutoonse kwaliteiten, waar de Franse slag te verkiezen was. Want een constitutioneel vorst heeft aan die flinkheid geen zier. Macht bezit hij niet. Hij is los en beminnelijk, of hij is niets. Hij is een kasplant en hij moet leren in die bescherming te bloeien. Hij is een orchidee en men heeft hem gezet in de grond, waar slechts paardebloemen gedijen en de droge distel van de Engelse reserve.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden