ARSENICUM/Een ramp groter dan Bhopal of Tsjernobil

Ayez Udin (35) laat zijn handpalmen en voetzolen zien. Ze blijken overdekt met wratachtige verdikkingen, de eerste symptomen van huidkanker. Nu doen de plekken nog geen pijn, maar in de toekomst wordt dat anders. Dan zullen rottingsverschijnselen en gangreen optreden, met amputatie als enige remedie.

Tara Vanus, moeder van drie kinderen, lijdt aan blaaskanker en één van haar kinderen is blind. Ze zegt: ,,We voelen ons ellendig en verdrietig. Wat hebben wij toch misdaan dat Allah ons zo straft?''

Het is een vreselijke tol die tallozen in Bangladesh moeten betalen voor het drinken van door arsenicum vergiftigd drinkwater. Ook de mensen van Achintar Nagar, een dorp in het zuidwesten. Zo'n twintig jaar lang hebben ze het gif binnengekregen. Met alle rampzalige gevolgen van dien. Van de drieduizend dorpelingen -arm en analfabeet- is bijna iedereen ziek, variërend van de klachten waaraan Udin en Vanus lijden, tot piepende longen en leverkanker. Ze slepen zich door de dagen, want het vee moet worden verzorgd en de rijst van de velden.

Over amper tien jaar zullen vrijwel alleen nog de allerjongsten in leven zijn. Die hebben altijd zuiver drinkwater gedronken en geprofiteerd van het nieuwe filtersysteem, dat een niet-gouvernementele organisatie -Uttaron Samaj Kallyan Samity- met financiële steun van de medische hulporganisatie Simavi uit Nederland nog niet zo lang geleden heeft laten aanbrengen.

Terwijl we rondlopen tussen de armoedige huisjes van bamboe en leem, waar wat kippen rondscharrelen en een magere koe klagend loeit om gemolken te worden, smeken bewoners aan USKS-projectcoördinator Mahfuz Islam 'geef ons medicijnen'. Hij staat machteloos. ,,Deze mensen beseffen niet dat er, behalve in het beginstadium, tegen arsenicosis geen kruid is gewassen. Juist omdat deze sluipende moordenaar pas na jaren (acht tot veertien, red.) van besmetting toeslaat en begint met vage klachten (misselijkheid, buikpijn, concentratiestoornissen) ben je er vaak te laat bij om het dodelijk getij te keren.''

In sociaal opzicht zijn de inwoners van Achintar Nagar en omringende dorpen beter af dan slachtoffers in gebieden waar slechts weinig mensen arsenicosis hebben. Die worden als melaatsen behandeld.

Hoe is het tot deze catastrofe gekomen? Mahfuz Islam: ,,Dertig jaar geleden besloten westerse hulporganisaties onder leiding van Unicef en WHO, en met financiële steun van de Wereldbank, in Bangladesh en elders de strijd aan te binden tegen cholera en andere bacteriologische aandoeningen. Daaraan stierven jaarlijks alleen al zo'n kwart miljoen kinderen, gevolg van het drinken van vervuild oppervlaktewater. In twee decennia werden er alleen al in Bangladesh tien miljoen putten geslagen. De resultaten waren spectaculair: het aantal slachtoffers nam sterk af en in de landbouw leidde het 'schone' water tot een Groene Revolutie.

Wat echter niemand had onderzocht waren de effecten die dit massaal onttrekken van grondwater zou kunnen hebben op het arsenicum dat in de loop van duizenden jaren met sediment uit de Himalaya door de Ganges en de Brahmaputra was meegevoerd. Doordat de bevolking miljarden liters water putte, zakte de grondwaterspiegel en oxideerde het arsenicum. Over het 'waarom' verschilt men van mening. In elk geval ontstond een hoogst giftige verbinding, reukloos en smaakloos, die oplosbaar is in water. Moesson na moesson sijpelde het gif door in het grondwater. Dat werd naar boven gepompt en gedronken, met alle gevolgen van dien.

De bewoners van Achintar Nagar zijn bepaald niet de enigen in dit Zuidoost-Aziatische land die tussen nu en tien jaar zullen overlijden aan arsenicosis. Voorzichtige schattingen noemen een getal van 250000 tot 300000 doden. In totaal hebben minstens twintig miljoen Bengalen met arsenicum besmet water gedronken of drinken dat nog steeds. Sommige deskundigen hebben het zelfs over tachtig miljoen, ruim de helft van alle inwoners van dit straatarme land.

Hoelwel niet iedereen in de getroffen gebieden dodelijke concentraties arsenicum -hoger dan 50 microgram per liter- heeft binnengekregen, spreekt men nu al van de grootste milieuramp uit de geschiedenis. Groter dan die in Bhopal (1984) of in Tsjernobil (1986). Niet alleen de mensen, ook het gewas op de velden is besmet door het vergiftigde water. Dat wordt tevens voor bevloeiing gebruikt. In veel streken bevatten rijst en groente daardoor hoge concentraties arsenicum, wat weer gevaar voor de volksgezondheid oplevert. Dieren zijn resistenter.

Een expert als professor Mahmuder Rahman, internist van het Dhaka National Medical College & Hospital in de Bengalese hoofdstad, zegt desgevraagd het geschatte dodental te laag te vinden. ,,We moeten serieus rekening houden met veel meer slachtoffers. Alle tekenen wijzen daarop. In 20 van de 64 districten waarin ons land is verdeeld, zijn bij mensen ernstige aandoeningen gevonden als gevolg van arsenicum. Zestig procent van ons drinkwater bevat arsenicum, in hogere of lagere concentraties.''

Rahman is daarom bang dat in de zwaar getroffen gebieden op den duur minstens één op de tien mensen aan de vergiftiging zal overlijden. ,,Dan heb je het al gauw over een paar miljoen doden. De enige remedie is dat we ons oppervlaktewater beter, dat wil zeggen hygiënischer, gaan benutten. Het slaan van diepere putten, zoals sommige ngo's voorstaan, houdt arsenicum niet in alle gevallen tegen. En het water koken leidt tot een nog giftiger verbinding.''

Professor Rahman is niet de eerste de beste. Hij behoort tot degenen die al in een vroeg stadium aan de bel trokken. ,,Maar de regering én de VN noemden ons paniekzaaiers.'' In een zaaltje van het sober maar efficiënt ogende ziekenhuis vertelt Rahman: ,,In 1982 werden artsen in West-Bengalen (India) geconfronteerd met patiënten die leden aan vreemde huidaandoeningen en infecties. Het was daar een arts van de School voor Tropische Ziekten die als eerste het verband legde met arsenicum in het drinkwater. Een dermatoloog van ons ziekenhuis deed hetzelfde. In de daaropvolgende acht jaren bevestigde Dipankar Chakrabort, hoofd milieustudies aan de Jadavpur Universiteit in Calcutta, deze suggesties na onderzoek in een groot aantal West-Bengalese dorpen.''

,,Jadavpur en wij hebben toen gezamenlijk onderzoek gedaan in Samta, een dorp in Bangladesh aan de grens met India, waar zich ook veel rare aandoeningen voordeden. Uit dat onderzoek bleek dat 91 procent van alle drinkwater zeer ernstig met arsenicum was vervuild. Metingen in andere delen van het land bevestigden de ernst van de situatie. Een jaar later, in 1997, waren we zo zeker van onze zaak dat we topwetenschappers uit de hele wereld uitnodigden kennis te nemen van onze bevindingen. Pas daarna riep Unicef een grote conferentie bijeen, waarin werd verklaard dat er sprake was van een echte ramp.''

Rahman: ,,Het wordt misschien nog veel erger. Doordat onze bevolking -nu 140 miljoen- blijft groeien hebben we drie oogsten per jaar nodig om al die monden te kunnen voeden. Daartoe moeten we steeds meer grondwater oppompen om de gewassen te bevloeien, waardoor de bodem verder inklinkt. Ik sluit daarom niet uit dat er in 2050 zoveel arsenicum in de grond zit, dat grote gebieden onleefbaar zullen zijn.''

Professor Rahman vindt dat Unicef, westerse experts en buitenlandse hulporganisaties hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor de goedbedoelde miskleun. ,,Ze dienen de arsenicumslachtoffers financieel te compenseren. Er heerst hier terecht woede over het feit dat dit niet is gebeurd.''

Op de tweede verdieping van een krakkemikkig pand in een volkswijk van Jhenida, een stadje in het zuidwesten van Bangladesh, huist een gezondheidscentrum dat door USKS is opgericht en door Simavi wordt gefinancieerd. In deze duistere entourage, waar het drukke verkeer normaal spreken moeilijk maakt, geeft de jonge arts Rahat bin Kazol eerstelijnszorg. Samen met een vrouwelijke collega. De meesten van zijn patiënten lijden aan arsenicosis. Terwijl hij een van hen onderzoekt legt hij uit: ,,Je kunt de aanwezigheid van arsenicum al in een vroeg stadium aantonen via bloed- en/of urineonderzoek. Is het proces verder voortgeschreden dan zit het ook in huid, haren en nagels.''

Kazol voelt zich regelmatig machteloos. ,,Je bent arts om mensen te genezen en nu moet ik me vaak beperken tot symptoombestrijding. Patiënten die in een gevorderd stadium verkeren -en dat zijn er heel wat- kan ik alleen doorverwijzen naar de algemene ziekenhuizen. In het besef dat daar de zorg slecht is. Alleen aan hen die in een vroeg stadium van de aandoening hier aankloppen, heb ik wat te bieden. Door vitaminepreparaten toe te dienen en ervoor te zorgen dat ze gezond voedsel krijgen kan een groot gedeelte van de symptomen worden teruggedrongen. Vooropgezet dat men nog alleen schoon water drinkt. En dat is in grote delen van Bangladesh ook nu niet gegarandeerd. Het is trouwens nooit zeker dat iemand niet alsnog kanker krijgt.''

Dokter Kazol ziet het aantal lijders aan arsenicosis snel stijgen. ,,Nu komen er hier nog zes à zeven per dag, maar als het er in de toekomst meer dan twintig worden heb ik geen tijd meer om verantwoorde diagnoses te stellen. Er is dringend behoefte aan meer artsen. Maar onze regering spant zich daarvoor amper in.''

Dat ervaren ook de inwoners van het eerdergenoemde Samta. Ze genieten de belangstelling van de wetenschappelijke wereld, maar schieten daar geen snars mee op. Vier jaar geleden kreeg het dorp een schone pomp. Goed nieuws voor de jongsten, al zullen die voor hun twaalfde wees zijn.

Anders dan hun lotgenoten in Achintar Nagar beseft men in Samta dat hun een rampzalig einde wacht. Dat inzicht maakt opstandig. ,,Wat komen jullie hier doen als je ons toch niets te bieden hebt'', snauwt een kleine, donkere vrouw. Man en schoonmoeder zijn aan arsenicosis gestorven en haar wacht hetzelfde lot. Een buurvrouw, in sluiers gewikkeld, knikt instemmend. Haar hoofdhuid is door kanker aangetast, waardoor er geen haar meer wil groeien. Verderop zit een man koortsig voor zich uit te staren, te zwak om iets te doen. Hij beantwoordt de groet met een vaag gebaar.

Het lijkt een teken aan de wand. Nu is Samta nog een redelijk welvarend dorp, maar als in de komende jaren de arsenicosis harder toeslaat zullen er steeds minder mensen in staat zijn om te werken en zal de relatieve welvaart snel verdwijnen. De duivel zit erachter, denkt menige inwoner, maar zelfs de meest verstokte bijgelovige weet dat dit keer niemand satan zal kunnen uitdrijven. In Dhaka zegt professor Rahman somber: ,,Geloof me, Bangladesh staat een nachtmerrie te wachten.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden