Arsène Lupin was Frans en slim

Uitgeverij Oevers herdrukt twee detectiveromans rond de klassieke gentleman-inbreker Arsène Lupin, voorloper van Danny Ocean

Arsène Lupin is terug! Eh, wie? Arsène Lupin, gentleman-inbreker, de Robin Hood van de belle époque. De man die steelt van de superrijken, niet omdat het moet maar omdat het kan. Of liever: omdat híj het kan. En omdat hij er gewoon schik in heeft. Nu heeft de Franse meesteroplichter de afgelopen eeuw al vaker een bescheiden comeback gemaakt, in stripvorm, film en tv-series, maar nog niet in een goede Nederlandse vertaling. Mooi nieuws dus voor de liefhebbers. Alleen, zijn er nog liefhebbers? En is Arsène Lupin in staat nieuwe fans voor zich winnen? Twee boeken die nu zijn vertaald moeten op die laatste vraag een antwoord geven. Het gaat om een bundeling verhalen getiteld 'Arsène Lupin, gentleman-inbreker' (oorspronkelijk uit 1907) en het langere avontuur 'Arsène Lupin versus Herlock Sholmes' (1908). In Frankrijk waren het grote hits. Maar ja, wel ruim honderd jaar geleden.

Het leuke aan het personage Arsène Lupin is dat je hem kent, ook al heb je nooit een Lupinverhaal gelezen. De gentleman-inbreker is een archetype geworden. Of dat de verdienste van zijn schepper Maurice Leblanc is, is twijfelachtig, maar diens personage is onmiskenbaar terug te vinden in de populaire cultuur van de twintigste eeuw. Denk aan Simon Templar, alias The Saint, de gentleman die het kwaad bestrijdt, maar het daarbij niet zo nauw neemt met de wet. En natuurlijk Danny Ocean, de gentleman-dief uit 'Ocean's Eleven' gespeeld door George Clooney. De voortdurende gedaanteverwisselingen doen denken aan 'Mission Impossible', het gecultiveerde gedrag aan James Bond, en de voorliefde voor het spel van verwachting, afleiding, show en illusie aan Hans Klok en Victor Mids van het populaire tv-programma Mindf*ck.

Maar Arsène Lupin zelf komt ook niet uit het niets. Maurice Leblanc (1864-1941) baseerde zijn personage op Marius Jacob, een meesterdief en anarchist die stal van de rijken om de armen te helpen. Leblanc woonde diens proces bij in 1905 en besloot daarna een aantal verhalen te schrijven over de gentleman-inbreker Arsène Lupin, vol ingrediënten uit de toen al razend populaire Sherlock Holmesserie - codes, briefjes, fatale vrouwen, geheime gangen, mysteries, puzzels en illusies. Arsène Lupin is toch vooral de Franse tegenpool van de wereldster Holmes. Dat Leblanc koos voor de kant van de slechterik is weer terug te voeren op het personage A. J. Raffles, de meesterdief uit London, gecreëerd door E. W. Hornung. Net als deze Raffles doet Lupin ook goede daden, maar niet uit een morele overtuiging, eerder omdat het hem amuseert. Hij heeft plezier in al zijn stunts. Die lichte toets, dat zoete savoir-faire, maakt hem leuk en origineel. En Frans.

Maar hoe zijn de verhalen? De bundel 'Arsène Lupin, gentleman-inbreker' begint in ieder geval goed. Lupin wordt gearresteerd door de oude politieman Ganimard die al jaren verbeten achter hem aan jaagt. Scriptschrijvers van nu zouden zich niet schamen voor deze brutale opening. De schrijver heeft nog een kaart in de mouw zitten: in het verhaal is lang onduidelijk wie Arsène Lupin is. Hij houdt zich schuil, heeft een andere identiteit, misleidt niet alleen de passagiers op de cruise, maar ook de lezer. Vervolgens vraagt de lezer zich ieder volgend verhaal af wie Arsène Lupin ditmaal is, en wanneer hij zichzelf bekend zal maken.

In het fraaie tweede verhaal stuurt Lupin een rijke baron per brief het verzoek enkele schilderijen, meubels en juwelen uit zijn kasteel in te pakken en bij hem te bezorgen. Als hij dit niet doet, komt Lupin de voorwerpen de volgende nacht halen - en dan zal hij nog wat extra dingen meenemen. Het kasteel ligt op een kale rots in de Seine, en Arsène Lupin.... zit in de gevangenis! Een klassiek inbraakmysterie.

In het derde verhaal ontsnapt Lupin uit de gevangenis. Die ontsnapping is zo'n krankzinnige stunt dat ik het verhaal opnieuw moest lezen, waarna ik nog steeds niet helemaal begreep hoe hij het flikt. In het vierde verhaal wordt Lupin zelf beroofd in een trein, maar natuurlijk neemt hij elegant wraak.

Daarna komt de klad er een beetje in, al kan het ook zijn dat ik wat overvoerd raakte. Het is natuurlijk ook pulpliteratuur, in de goede zin van het woord: de verhalen zijn bedoeld als maandelijks feuilleton in een tijdschrift, en je kan je voorstellen dat men reikhalzend uitkeek naar de volgende aflevering. In het slotverhaal heeft de schrijver nog een verrassing in petto: hij voert Sherlock Holmes op. Omdat diens geestelijk vader Sir Arthur Conan Doyle protesteerde tegen het gebruik van de naam van zijn held, verplaatste Leblanc één letter in zijn naam. Het bezwaar van Conan Doyle is overigens te begrijpen want het is duidelijk dat zijn wereldberoemde detective het in Leblancs boek zal moeten afleggen tegen de steeds net slimmere Fransoos. Leblanc maakt er geen geheim van: hij is jaloers op het succes van Sherlock Holmes. In zijn zucht naar erkenning adresseert hij de minderwaardigheidsgevoelens van een hele natie: "Arsène Lupin versus Herlock Sholmes... Frankrijk versus Engeland... Eindelijk wraak voor Trafalgar!" Wraak voor een zeeslag uit 1805. Smullen waarschijnlijk voor patriottische Franse lezers anno 1908, maar ik kon een gaap niet onderdrukken.

Over het andere boek, 'Arsène Lupin versus Herlock Sholmes', kan ik kort zijn: laat het liggen. Is één kort verhaal over een krachtmeting tussen twee masterminds nog wel te pruimen, een heel boek is echt te veel van het goede. Zelf kon ik al moeilijk over de flauwe verhaspeling van Holmes' naam heenstappen - in de Donald Duck vind je wekelijks betere persiflages. Maar buiten dat, de meligheid en slapstick die men in dit boek voor de kiezen krijgt, maakte mij haast wanhopig van verveling.

Het gaat dus te ver om de avonturen van Arsène Lupin een belangwekkende herontdekking in het detective-genre te noemen. Wel is de verhalenbundel 'Arsène Lupin, gentleman-inbreker' charmant, geestig en vooral in de eerste vier verhalen verrassend - zelfs voor lezers die al jaren bekend zijn met de stunts van The Saint, Batman, Bond, The Shadow, Robert Redford en Paul Newman in The Sting, Harry Houdini, en de hele parade aan dieven, speurders, oplichters, illusionisten en andere cultfiguren uit de vorige eeuw. Allemaal zijn ze Arsène Lupin in een andere vermomming. Je vergeet hem niet licht, deze gentleman-inbreker.

Maurice Leblanc: Arsène Lupin, gentleman-inbreker Vert. Lidewij van den Berg. Oevers; 240 blz euro16, 50

Maurice Leblanc: Arsène Lupin versus Herlock Sholmes Vert. Katrien Vandenberghe. Oevers; 272 blz euro16,50

Eerste vier verhalen over Lupin zijn charmant, geestig, verrassend. Tweede deel melig en saai.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden