Arnold Burlage, 66 jaar oud-journalist, adviseur

"Mijn leven is, achteraf gezien, ongelofelijk veel mooier geworden dan ik had verwacht. Van acht tot vijf werken, vervolgens met een biertje op de bank zakken en in de zomer een beetje in de tuin schoffelen - dat was het beeld dat ik er als jongen van kreeg. Dat moet anders kunnen, dacht ik, maar ik had geen idee hoe.

Toen ik een tiener was, gaf mijn moeder me het boek 'Een journalist zwerft over de wereld'. Het was van Alfred van Sprang, die ik in 1956 op de radio hoorde toen hij vanuit zijn hotelkamer de Russische inval in Hongarije versloeg. Overweldigend vond ik het dat iemand je in een keuken in Rhenen op de hoogte brengt van wat er elders in de wereld gebeurt. Toen ik wegens wel slim maar niet gedisciplineerd achtereenvolgens van de hbs, de hts en de kweekschool werd gestuurd, ben ik bij de Rhenens Betuwse Courant binnengestapt met de mededeling dat ik journalist wilde worden. Die beslissing nam ik na de live-uitzending van de Elfstedentocht, toen Reinier Paping won. Voor mijn eerste artikel interviewde ik de plaatselijke postbode die lange afstanden wandelde. Mijn eerste buitenlandse reis maakte ik voor het Algemeen Dagblad. Ik vloog naar Senegal om de droogte in de Sahel te verslaan. Diep onder de indruk was ik van al die stervende mensen. Toen ik naar de krant belde om een stuk door te geven, werd het gesprek onderbroken door adjunct-hoofdredacteur Jacques den Boer. Of ik wel wist wat zo'n telefoongesprek kostte. Ik was enorm teleurgesteld: meer dan tienduizend doden, en dan zeuren over geld. Vliegtuigkapingen, de Jom Kipoer-oorlog, het junglecommando van Brunswijk, de zaak-Menten - ik was overal bij en ik vond het geweldig.

In 1973 nam hoofdredacteur Henri Goeman Borgesius me aan bij De Telegraaf. 'Burlage, als je meer vrienden maakt dan vijanden, donder ik je eruit', zei hij. 'En andersom trouwens ook.'

Mijn eerste vrouw Anneke, met wie ik een dochter heb, klaagde nooit dat ik zelden thuis was. Ze heeft eens een casetterecordertje meegenomen naar een kerstviering op school. Kon ik het achteraf toch nog een beetje meemaken. Spijt hebben heeft geen zin, je verandert er niets mee. Een 'papadag', parttime werken - het bestond niet in die tijd. Bovendien: een vliegtuigkaping houdt niet op als jij de kinderen uit school moet halen. Met kleindochter Daantje doe ik het nu een beetje over.

Vijfentwintig jaar was ik luchtvaartredacteur, minstens veertig keer per jaar stapte ik op het vliegtuig. Uiteindelijk leidde mijn baan toch tot een scheiding; ik werd verliefd op iemand van het werk. Een paar jaar geleden is die relatie, na achttien jaar, op de klippen gelopen. Laten we het erop houden dat de journalistiek veel verleidingen kent.

Dat ik twee jaar geleden met pensioen moest, vond ik vreselijk. Zeker een jaar lang kon ik het niet aan om mijn eigen krant te lezen. De Telegraaf, mijn familie, had me buiten gezet - zo voelde het. Ik hoef niet rond te komen van mijn pensioen. Als luchtvaartadviseur leid ik een prachtig leven. Toch heb ik minder lol. Al kreeg ik er geen cent voor - als ik terug zou kunnen, reed ik nú naar de redactie."

Anniek van den Brand

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden