Armstrong, Verbruggen en Franse frustraties

Tien minuten voor de start van de veertiende etappe stapt een Fransman op Hein Verbruggen af. ,,Ik heb het voorrecht Uw chauffeur te zijn'', zegt hij tegen de voorzitter van de UCI. Verbruggen geeft hem geroutineerd beleefd een hand. Zoveel gemeende warmte heeft de Nederlander de laatste tijd op Franse bodem niet gevoeld.

Johan Woldendorp

De voorman van de internationale wielerbond had de Ronde van Frankrijk gedurende twee weken op enige afstand gevolgd. ,,Hij is zeker in de buurt op vakantie'', sneerden Franse kranten, toen ze hem ineens in het vip-dorp ontwaarden. ,,Het is een mooie Tour'', sprak hij en werd daarin gesteund door rondedirecteur Jean-Marie Leblanc.

Er staat veel volk langs de weg, de mensen zijn enthousiast, de Tour de France is ondanks alles ongebroken. Als man boven de partijen kan Verbruggen daarnaast moeilijk zeggen dat het mede een mooie Tour is omdat de Franse wielrenners niets presteren.

De komst van Verbruggen was voor de toonaangevende krant L'Equipe weer eens een mooie aanleiding de man op de pijnbank te leggen. Het sportblad acht de UCI, en dan in het bijzonder de Nederlandse preses, er verantwoordelijk voor dat de dopingcontroles van zijn unie geen gelijke tred houden met de in hun ogen veel strengere medische onderzoeken van de Franse nationale bond.

Dat zou leiden tot het wielrennen met twee snelheden. Een vraag in die richting pareerde Verbruggen met: ,,De Nederlandse wielrenners hebben in deze Tour ook nog niets gewonnen.'' Waarna de krant in zijn slotwoord fijntjes opmerkt: Verbruggen heeft op alles een antwoord. Eerlijk is eerlijk: vriend en vijand zullen dat niet tegenspreken.

Verbruggen deed gisterochtend voorkomen dat hij het artikel nog niet had gelezen. ,,Ik vind het wel grappig'', reageert hij ontspannen, alsof hij daadwerkelijk op vakantie is. ,,Het mooie van dit alles vind ik vooral dat L'Equipe hard op weg is een karikatuur van zichzelf te worden. De krant is al maanden bezig om het volk op te fokken door te suggereren dat er een groot dopingprobleem is in het wielrennen en dat wij er niets tegen doen.''

,,Nu staan die jounalisten op het punt dat ze niet meer terug kunnen. Ze hebben Leblanc voluit gesteund in zijn strijd tegen Virenque. Toen onze arbitragecommissie besliste dat hij op grond van een vormfout toch moest starten, was de UCI uiteraard nog meer dan daarvoor de gebeten hond. Maar het is natuurlijk wel duidelijk geworden dat wij de baas zijn in het cyclisme en niet die mannen van L'Equipe.''

Frankrijk heeft wel vaker magere jaren gekend en al die keren was de reactie voorspelbaar. Er moesten hoe dan ook zondebokken over de landsgrenzen worden gevonden. Nu zijn dat Verbruggen en Lance Armstrong. Het laatste is kwalijker dan het eerste, want vooralsnog niet gebaseerd op feiten.

Het uitblijven van eigen resultaten is een bron van frustraties, maar ook een mooi wapen in de strijd tegen een aanstaande kampioen, die twee weken geleden nog in de armen werd gesloten omdat hij als proloogwinnaar de ideale man was om de schone Tour, waarnaar 'iedereen' verlangde, te belichamen.

In 1993 was het voor het laatst dat er na veertien etappes nog geen Franse winnaar op het podium had gestaan. Het kan trouwens nog erger. In 1966 duurde het tot de zestiende rit, eer een Fransman (Poulidor) zich voor één dag beter toonde dan de rest. Het diepterecord staat op naam van Delisle. Die won in 1969 als eerste renner van Franse origine pas op wedstrijddag 19 een etappe.

Het is de geschiedenis van de Tour nog nooit voorgekomen dat het gastland helemaal van een ritzege verstoken bleef. Dat ligt niet aan het vermeende wielrennen met twee snelheden. En als de Fransen door een tweetal onverkwikkelijke dopingaffaires (Festina en Lavelot/Sainz) een stap terug moeten, hebben ze in het recente verleden wellicht een te zwaar verzet getrapt.

Mede door de afkeer tegen Verbruggen is Michael Boogerd ineens onderwerp van polemieken geworden. Het is voor buitenlanders een complexe materie de enorme terugval na een glanzend voorjaar te verklaren. Datzelfde geldt in Nederlandse ogen waarschijnlijk voor Rinero, met dat verschil dat de beste klimmer van vorig jaar ook in het voorjaar niets presteerde.

Zoals 'iedere' Nederlanbder vrijdag ineens uit zijn dak ging voor de achtste plaats van Marc Lotz, zo worstelen de Fransen zich ook met sprankjes hoop door de zomer. Gisteren was winnaar Dimitri Konisjev allang binnen, toen de Franse tv-commentator zich ineens schor schreeuwde van blijdschap. Bij nader inzien juichte hij om het feit dat Lefevre de sprint om de 135e plaats had gewonnen.

De blijdschap bij Rabo over zoveel strijdlust (Lotz) verstomde het afgelopen weekeinde snel. In de ploeg van De Rooy was de uitgemergelde broer van schraalhans weer keukenmeester.

De brug tussen de Alpen en de Pyreneeën werd geslagen door monsterontsnappingen van bijna de gehele lengte van de etappe, maar Nederlanders deden er niet aan mee. Zaterdag helemaal niet, gisteren werd een achtervolgingspoging van Dekker door een lekke band in de kiem gesmoord.

Zaterdag kraaide Italië victorie (nationaal kampioen Commesso, Serpellini, Piccoli en Lanfranchi op de plaatsen één tot en met vier), gisteren klopte de Rus Konisjev de Italianen Faresin en Lelli in de spurt. Voor de Rus was het de vierde etappezege in de Tour. De laatste dateerde overigens al van 1991 (Parijs). Het peloton kwam beide dagen op grote achterstand binnen. Armstrong werd, aan de vooravond van twee Pyreneeënritten, niet moe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden