Armoedebeleid Klijnsma nog te vaag

Overheid moet terughoudend zijn als schuldeiser, vinden organisaties. 'Schuldhulpverlening is een ramp.'

Meedoen is het allerbelangrijkste, als dat niet lukt wordt het leven heel verdrietig, zegt Jetta Klijnsma tegen een zaal vol moeders op de Nelson Mandelaschool in Rotterdam-Zuid. Precies dat overkomt mensen die niet meer uit de schulden raken. En Klijnsma slaagt er als staatssecretaris van sociale zaken en werkgelegenheid nog niet in om de schuldhulpverlening te vereenvoudigen.

De overheid zou als een van de grootste schuldeisers geen uitzonderingspositie moeten innemen, stelden vier maatschappelijke organisaties vorige week in een pamflet, waarmee ze reageerden op de rijksincassovisie van Klijnsma.

Die wil dat Belastingsdienst, Centraal Justitieel Incasso Bureau, UWV, Sociale Verzekeringsbank en gemeentelijke diensten gaan samenwerken bij het terugvorderen van schulden, om te voorkomen dat de schulden verder oplopen. Overheidsdiensten moeten volgens haar aanhaken bij het digitaal beslagregister voor gerechtsdeurwaarders, dat vanaf dit jaar is ingesteld om invordering van schulden beter op elkaar af te stemmen.

Maar dat is te weinig concreet, vinden VNG, Divosa, NVVK en MO-groep. "De verschillende overheidsinstanties mogen eigen beleid blijven voeren", klaagt Joke de Kock van de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening NVVK. "Het stelsel voor schuldhulpverlening is een ramp", klaagt voorzitter Marijke Vos van de MO-groep, brancheorganisatie voor sociaal werk. "De overheid moet als schuldeiser niet meer het maximale willen terugeisen", zegt voorzitter René Paas van de vereniging van sociaal leidinggevenden Divosa.

Klijnsma tornt echter niet aan de voorrang voor de rijksoverheid boven andere schuldeisers. "Iedere Nederlander moet belasting betalen." Wel hoopt ze nog dit jaar de beslagvrije voet te vereenvoudigen. "Dat is het bedrag waarop door schuldeisers geen beslag kan worden gelegd, zodat mensen nog genoeg geld overhouden om van te leven. Om dat te berekenen moeten mensen zelf gegevens aandragen, maar dat blijkt vaak lastig als je al in de problemen zit." Ook wil ze nog dit jaar een moratorium mogelijk maken, zodat schuldeisers even pas op de plaats maken wanneer mensen met hun schulden bij de gemeente aankloppen.

Schuldhulpverlening is sinds vorig jaar een taak van de gemeenten, die dat op hun eigen manier invullen. Ook daarop komt kritiek. Zo zei Han Noten, voorzitter van de commissie die de decentralisatie van taken naar de gemeenten in de gaten houdt, dat de wijkteams die veel gemeenten inzetten de deskundigheid voor schuldhulpverlening missen. Klijnsma komt voor de zomer met een evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Op de Nelson Mandelaschool in Rotterdam prijst ze de moeders voor hun betrokkenheid. "Je kunt je kind het beste helpen als je weet wat er op school gebeurt."

De school werkt samen met het wijkteam om schulden en andere sociale problemen te signaleren. Een moeder vraagt waarom alles zo duur is en zo ingewikkeld. "Het is ingewikkeld omdat je eigenlijk per mens maatregelen wilt nemen, maar regels moeten voor iedereen gelden", antwoordt Klijnsma.

Bij haar vertrek vertrouwt een moeder de staatssecretaris toe dat veel van haar buurtgenoten niet naar de huisarts gaan wegens de hoge verzekeringskosten. Huisarts Marieke Out en wijkverpleegkundige Geraldine Wigboldus leggen even later uit dat de patiëntenpopulatie in de wijk Bloemhof kampt met typische armoedeziektes, zoals overgewicht en psychische klachten. De eigen bijdrage voor medicijnen en het eigen risico in de zorgverzekering zijn redenen om zorg te mijden. Met de wijkteams gaat het steeds beter, zegt Wigboldus. Soms gaan ze samen op huisbezoek. "Maar de mensen met problemen blijven moeilijk te bereiken en het zijn er zoveel", vult Out aan.

Beter rekenen

Slecht kunnen lezen en rekenen bevorderen de opbouw van schulden. "Wie niet goed kan rekenen begrijpt simpelweg niet dat kopen op afbetaling duurder is of dat een gratis telefoon nooit echt gratis is", zegt directeur Merel Heimens Visser van de Stichting Lezen & Schrijven. Na de Taalmeter, die laaggeletterdheid helpt aantonen, presenteerde zij gisteren de Rekenmeter. Deelnemers maken enkele opgaven met rekensommen uit het dagelijks leven. "Het is een indicatie, zoals de blaastest", zegt Heimens Visser. "Het geeft aan of er wat aan het rekenen te verbeteren valt." Nederland telt 1,3 miljoen laaggeletterden, ze hebben vaak onzekere banen met weinig inkomen. Ze leven vaak onder de armoedegrens, blijkt uit onderzoek van de stichting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden