Armoede is grootste moordenaar

Met militairen alleen help je Afghanistan er niet bovenop. Vooral jongeren moeten perspectief krijgen op een betere toekomst.

Het zal moeten blijken of het met Obama’s plan om 30.000 man extra Amerikaanse troepen naar Afghanistan te sturen, zal lukken te voorkomen dat Al-Kaida voet aan de grond krijgt, en het tij keert tegen de rebellie. Nu de nadruk zo wordt gelegd op de militaire kant van het verhaal, is het belangrijk om niet te vergeten dat de grootste moordenaar in Afghanistan niet Al-Kaida of de Taliban is. Armoede veroorzaakt jaarlijks het grootste aantal doden onder Afghaanse burgers, meer dan alle bermbommen en zelfmoordaanslagen bij elkaar opgeteld.

Afgelopen september heb ik de kans gekregen om met ‘gewone’ Afghanen over dit probleem te praten. Ik ben teruggegaan naar Kaboel met de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, en ik heb in en buiten de stad met ontheemde mensen en voormalig vluchtelingen gesproken. Er zijn ongeveer 5 miljoen Afghanen die sinds 2002 zijn teruggekeerd, in de hoop een nieuw leven te beginnen en mee te kunnen helpen aan de heropbouw van hun land.

In mijn gesprekken met hen werd duidelijk dat, hoewel ze als grootste wens vrede en veiligheid hadden, hun grootste zorgen zich richtten op het overleven van de twintig graden onder nul die deze winter hen brengt. Zonder uitzondering wezen ze op het gebrek aan onderdak, banen, scholen, klinieken en schoon drinkwater.

Misschien wekt het dan ook niet veel verbazing dat er nog 2,6 miljoen Afghanen in ballingschap leven in Iran en Pakistan. Tachtig procent van hen wonen daar al meer dan twee decennia, de helft van hen is daar geboren. Na dertig jaar ballingschap worden de problemen om terug te keren en te reïntegreren ieder jaar groter.

Armoede is uiteraard geen nieuw verschijnsel in Afghanistan. Het land was al voordat het werd verscheurd door dertig jaar burgeroorlog een van de armste landen van de wereld. Vandaag de dag sterven jaarlijks meer dan 25.000 Afghaanse vrouwen tijdens de zwangerschap, de bevalling of vlak erna.

De gemiddelde levensverwachting is 44 jaar. üén op de vier kinderen sterft voor het zesde levensjaar. Zeventig procent van het land heeft geen toegang tot schoon drinkwater, de helft van de bevolking moet leven van minder dan één dollar per dag.

Het tegengaan van armoede op deze schaal is geen simpele opgave. Het zal tijd en geld kosten. Geen land in onze moderne geschiedenis heeft het voor elkaar gekregen binnen een paar jaar een sterke en goed functionerende economie op te zetten.

Maar is het zinvol om dat gevecht met de armoede aan te gaan juist nu de strijd op het slagveld steeds heviger worden? De Afghanen zelf voeren een moreel argument aan. Ze wijzen op de enorme opofferingen die zij tijdens de oorlog tegen de Sovjets hebben moeten doen. Het laatste hoofdstuk van de Koude Oorlog is volgens hen met Afghaans bloed geschreven. Het Westen heeft, zo zeggen zij, de morele plicht om het land te helpen met de wederopbouw.

Dit argument zal in Washington misschien weinig losmaken. Maar overweeg het volgende: De armoede voedt de opstand. Het is waar dat sommige jonge Afghanen de opstand steunen omdat zij zich tegen het regime in Kaboel keren, of vanwege religieuze ambities, of omdat ze de buitenlandse troepen als bezetter zien. Maar veel meer van hen steunen de opstand, door het ontbreken van andere opties en gebrek aan mogelijkheden. De opstandelingen hebben baat bij de betreurenswaardige socio-economische situatie in Afghanistan.

Als mensen een dak boven hun hoofd hebben, er eten op tafel staat en er een school is om de kinderen naartoe te sturen, zijn zij minder kwetsbaar voor uitbuiting door extremistische groepen. Afghaanse jongeren verdienen een betere optie dan alleen die van strijder, en wij zouden er goed aan doen hen die optie te geven.

Natuurlijk kunnen de Verenigde Staten dit niet alleen. De Afghanen zullen hun steentje bij moeten dragen. Dit is immers hún land. Veel Afghanen vinden dat de regering hen heeft teleurgesteld. Afghaanse leiders moeten onderkennen dat het volk méér van hen verwacht. Ze zullen hard moeten werken om het vertouwen van het volk in de Afghaanse overheid en instituties te herstellen. Ze zullen leiderschap, visie en meer inzet voor het verbeteren van de levens van hun eigen mensen moeten vertonen. De gewone Afghaan wil niets meer en niets minder dan wat andere mensen in ontwikkelingslanden willen.

De Afghanen zijn vindingrijke en hardwerkende mensen, en als in de basisbehoeften kan worden voorzien – onderdak, onderwijs, gezondheidszorg en economische kansen – dan kan er misschien een nieuw hoofdstuk van hoop en geluk voor de Afghaanse bevolking beginnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden