Interview

Armoede, een probleem voor de bühne

Frans Cronje Beeld Bram Lammers

Zuid-Afrika kent nog steeds een grote kloof tussen arm en rijk. Nieuw is dat veel rijken zwart zijn. Dat is een verdienste van het ANC, maar die partij doet veel te weinig voor de armen, legt analist Frans Cronje uit.

Frans Cronje, directeur van het Zuid-Afrikaanse Institute of Race Relations, is stellig: "Wie uitspraken doet over ongelijkheid in Zuid-Afrika, moet voorzichtig zijn." Natuurlijk, zijn land was met zijn racistische apartheidsregime tot 1994 het wereldwijde toonbeeld van politieke ongelijkheid. En het land kent nagenoeg de meest ongelijke inkomensverdeling ter wereld. Maar er bestaan ook nogal wat mythes over het Zuid-Afrika van na de apartheid. Bijvoorbeeld dat regeringspartij ANC er niet in geslaagd is de levensstandaard van de armen te verbeteren. En dat de na 1994 groeiende inkomensongelijkheid per definitie betekent dat alles in Zuid-Afrika de verkeerde kant op gaat.

Wacht even: groeiende inkomensongelijkheid is geen slecht teken?
"Nee. Zuid-Afrika is economisch inderdaad alleen maar ongelijker geworden na de afschaffing van de apartheid. Dat komt echter vooral doordat er na 1994 een zwarte middenklasse en elite is ontstaan. Dat is op zich een positieve ontwikkeling, maar die vergroot wel de inkomensongelijkheid. Want de verschillen tussen de nieuwe zwarte rijken en zwarte armen zijn groter dan die tussen blank en zwart. Veroordeel je de toegenomen ongelijkheid in Zuid-Afrika, dan veroordeel je dus dat op zijn minst een klein deel van de zwarte Zuid-Afrikanen recent economisch heeft kunnen opklimmen."

Daarbij komt, voert Cronje aan, dat de middenklasse in absolute getallen harder is gegroeid dan wanneer zij wordt uitgedrukt als percentage van de eveneens gegroeide bevolking. Volgens Cronje leeft nog altijd 90 procent van de Zuid-Afrikanen in 'verschillende gradaties van armoede'.

De nieuwe middenklasse zag haar inkomen stijgen als gevolg van de economische groei de afgelopen twintig jaar. De onderklasse bleef echter onverminderd worstelen met het vinden van een baantje; het werkloosheidspercentage steeg sinds 1994. Dus nam de ongelijkheid toe. Maar de middenklasse van na de apartheid bestaat wel uit zwarten en blanken: een stap voorwaarts.

Toch laakt de bekende econoom Thomas Piketty juist de groeiende kloof tussen rijk en arm.
"Piketty bekritiseert de situatie in rijke landen waar al een grote middenklasse en relatief weinig werkloosheid bestaat. Daar worden de allerrijksten, via hun kapitaal en de markten, steeds rijker ten opzichte van de middenklasse. Zuid-Afrika is nog niet zo ver dat het zich daarover druk kan maken. Hier heeft nog altijd maar 10 procent van de bevolking toegang tot financiële diensten - hypotheken, beleggingsfondsen - om rijkdom op te bouwen. Zuid-Afrika moet dus eerst een omvangrijke middenklasse creëren. De wortel van onze ongelijkheid ligt niet in de kapitaalkloof die Piketty beschrijft, maar in de ongelijkheid op gebied van onderwijs en kansen op de arbeidsmarkt."

De oplossingen van Piketty zouden dus niet werken in Zuid-Afrika?
"Nee, de enige oplossing is: banen. Maar dat drijft economische ongelijkheid in eerste instantie dus op. Pas over dertig jaar, als kinderen van de nieuwe middenklassers aan het werk gaan en de groei van die klasse stabiliseert, kan de ongelijkheid afnemen. Er komen dan immers vanzelf ook meer banen voor lageropgeleiden: meer kantoren moeten worden schoongemaakt, extra wegen aangelegd, vliegvelden uitgebreid.

Het gevaar is alleen dat de huidige situatie een nieuwe status-quo wordt, dat de middenklasse niet verder groeit, dat er voor de veelal werkloze onderklasse geen nieuwe banen bij komen. In dat geval zal ook in Zuid-Afrika slechts de kleine groep rijken alleen nog maar rijker worden. Dan krijgen wij opeens wèl een Piketty-probleem en wordt Zuid-Afrika écht het economisch meest ongelijke land ter wereld."

Dat gevaar is reëel, meent Cronje. De blanke economische elite en de zwarte politieke elite van na 1994 werken samen om de huidige situatie te behouden. Het middel dat ze inzetten heet Black Economic Empowerment (BEE), een vorm van positieve discriminatie. Cronje: "Niemand begrijpt precies hoe BEE werkt, op wat gespecialiseerde accountants na. Waar het grotendeels op neerkomt is dat blanke bedrijven vanaf 1994 een deel van hun aandelen in

zwarte handen moesten laten komen. Het systeem werd bedacht door de blanke elite tijdens het overleg met het ANC over de afschaffing van de apartheid begin jaren negentig. De blanke economische elite wilde via BEE een kleine zwarte politieke elite laten delen in haar rijkdom, en zo de nieuwe zwarte politieke leiders overhalen om de oude blanke economische belangen te verdedigen."

En die tactiek bleek effectief?
"Ja, uitzonderlijk succesvol. Aanvankelijk maar goed ook. Want daardoor schrapte Nelson Mandela de marxistische en Afro-socialistische elementen uit de plannen van het ANC. Toen die partij in 1994 aan de macht kwam, koos ze een fiscaal solide, minder links-radicale koers dan verwacht. Zuid-Afrika ontliep zo de economische ineenstorting die veel andere Afrikaanse landen trof na de dekolonisatie.

Maar BEE was niet bedoeld om het leven van arme zwarten te verbeteren, het zorgt slechts voor extreme verrijking van de zwarte politieke elite. Die kreeg zo belangen in grote bedrijven. De huidige vicepresident, Cyril Ramaphosa, werd zo een van de rijkste Zuid-Afrikanen. Hij had ook een BEE-belang in de Lonmin-mijnen. Toen politieagenten twee jaar geleden 34 stakende mijnwerkers bij Marikana doodschoten, vloog de mijn hem direct in. Door iemand uit de ANC-top via BEE een belang in het bedrijf te geven, had de mijn politieke bescherming ingekocht. BEE riekt door verstrengeling van politieke en economische macht naar corruptie."

Beeld Bram Lammers

Liever geen BEE dus. Maar hoe los je de armoede en ongelijkheid in Zuid-Afrika dan op?
"Via beter onderwijs. We hebben een jeugdwerkloosheid van ruim 50 procent, doordat veel matige scholen niet aansluiten op onze economie, die zich steeds meer richt op hooggeschoolde arbeid. Tussen scholen - zeker tussen private en publieke - bestaat bovendien een enorm kwaliteitsverschil. Al krijgen alle scholen tegenwoordig allemaal ongeveer evenveel overheidssteun, in tegenstelling tot onder de apartheid, toen blanke scholen meer ontvingen dan zwarte.

Deze gelijktrekking is echter geen afdoende middel gebleken om de historische kwaliteitsverschillen uit te wissen. Leerlingen (blank en zwart) op voorheen blanke scholen hebben nog steeds een grote kans om hun eindexamen te halen; leerlingen op ooit zwarte scholen een kleine. En nog steeds maakt meer dan de helft van alle zwarte leerlingen de middelbare school niet af. En zonder diploma heb je geen kans op een baan."

Heeft het ANC dus gefaald?
"In het maken van banen en het verbeteren van het onderwijs wel. Maar het vaak gehoorde verwijt dat het ANC geen van zijn ambitieuze verkiezingsbeloftes uit 1994 is nagekomen, is onjuist. Er heeft wel degelijk een enorme herverdeling van welvaart plaatsgevonden. Alleen niet via nieuwe werkgelegenheid, maar via uitkeringen en subsidies; 60 procent van de begroting gaat op aan subsidiëring van zaken als woningen, water en elektriciteit, en aan sociale uitkeringen. De armen zijn de afgelopen twintig jaar minder arm geworden.

Voor ieder krot dat sinds 1994 in het land verrees, zijn tien huizen gebouwd. Sinds de inauguratie van Mandela als president zijn elke dag duizend huishoudens op het water- of elektriciteitsnet aangesloten. Maar dat de armen minder arm worden, betekent niet automatisch dat de economische ongelijkheid ook afneemt."

Ondanks die successen van het ANC is Cronje somber. De 16 miljoen overheidsuitkeringen in het land worden, gezien het hoge begrotingstekort, binnenkort onbetaalbaar. Terwijl de verwachtingen onder de bevolking al sinds 1994 onrealistisch hoog zijn.
"Het ANC gaat ten onder aan zijn eigen succes", legt Cronje uit. "Als je de levensstandaard van mensen verhoogt, gaan zij alleen maar meer verwachten." Extra banen zijn de enige oplossing, en die moeten komen van nieuwe industrie. Maar die kan alleen opkomen als Zuid-Afrika zich een internationaal concurrentievoordeel aanmeet: lonen moeten omlaag. "Ik denk dat Zuid-Afrika de komende tien jaar eerst economisch moet krimpen", zegt Cronje. "Dan nemen armoede en economische ongelijkheid helaas toe, net als de frustratie onder de bevolking. Maar pas daarna kunnen we - met realistischer verwachtingen - weer proberen de economie op te bouwen."

Dat klinkt als een doemscenario. Is daar niets meer aan te doen?

"In theorie wel. Maar essentiële veranderingen zijn lastig door te voeren door de symbiose van de oude blanke en nieuwe zwarte elite, die hun gezamenlijke rijkdom willen afschermen. Wie denkt dat Zuid-Afrika na 1994 een land is geworden met een progressieve en zorgzame bovenklasse die er alles aan doet om de aanhoudende ongelijkheid op te lossen, heeft het mis. Daarover wordt voor de bühne een hoop gepraat, maar het is niet werkelijk een probleem waarvan de elite wakker ligt."

Neemt dan op zijn minst de niet-economische ongelijkheid in Zuid-Afrika af?

"Ja. We zijn weliswaar nog altijd een verdeelde samenleving, maar als je onze apartheidshistorie in aanmerking neemt, zijn rassenrelaties in Zuid-Afrika nu opvallend goed. Veel blanke en zwarte Zuid-Afrikanen wonen nog vrij gescheiden van elkaar, maar overdag werken ze samen, blanke en zwarte middenklassers shoppen in dezelfde winkelcentra en gaan naar dezelfde restaurants. Ze zitten daar vaak nog aan verschillende tafels, maar wel in hetzelfde restaurant. Dat was dertig jaar geleden nog volstrekt onmogelijk; toch een teken dat het de goede kant opgaat.

Racistische incidenten zul je altijd houden, maar daarin is Zuid-Afrika niet uniek. Een rassenoorlog zal in dit land niet meer uitbreken, al bestaat de bejubelde 'regenboognatie' natuurlijk ook niet echt. Nergens trouwens."

Kan Europa, dat worstelt met zijn multiculturele samenlevingen, iets opsteken van Zuid- Afrika?
"Ik denk niet dat je de situaties kunt vergelijken. Daarvoor wijkt de geschiedenis van Zuid-Afrika te zeer af. Jullie multiculturele probleem draait sterk om religie. In Zuid-Afrika gaat het om ras. Dat laatste is makkelijker op te lossen. Verbeter de economische situatie, en racisme wordt al snel wat draaglijker en minder agressief.

Economische ongelijkheid langs raciale scheidslijnen, zoals in Zuid-Afrika nog sterk het geval is, kan natuurlijk makkelijk worden uitgebuit door radicaal links én rechts. Dat is gevaarlijk. Maar wij weten op zijn minst hoe we ons probleem moeten oplossen. Religieus fundamentalisme staat vrij los van de economie: de kwestie van Israël speelt mee, en een afkeer van westerse waarden.

Hoe je dat oplost? Geen idee. Geloof me, in dit opzicht zijn jullie problemen echt veel ingewikkelder dan die van ons."

Wie is Frans Cronje?

Frans Cronje (1977) is directeur van de denktank South African Institute of Race Relations en geldt als één van de belangrijkste sociaal-economische en politieke analisten van Zuid-Afrika. Hij promoveerde aan de Zuid-Afrikaanse North West Universiteit in scenarioplanning.

Cronje adviseerde talloze bedrijven, ministeries, buitenlandse overheden en politieke partijen met behulp van zijn economische en politieke toekomstscenario's voor Zuid-Afrika.

Ook schreef hij het boek 'A Time Traveller's Guide To Our Next Ten Years', waarin hij vier verschillende routes uitstippelt waarlangs Zuid-Afrika zich de komende tien jaar zou kunnen ontwikkelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden