Arminius en zijn nazaten

Museum Catharijneconvent en dagblad Trouw presenteren deze week ’Prachtig Remonstrant’ – portretten van remonstranten. Het museum toont vanaf 14 januari de vier hierbij afgedrukte foto's plus drie andere portretten, naast prenten uit het remonstrantse verleden.

Remonstranten mogen best meer kinderen krijgen, adviseert Christiane Berkvens in de glossy Arminius. Met 84 pagina’s glim, glimlach en vuurwerk viert de Remonstrantse Broederschap het vierde eeuwfeest. Klein is dit kerkgenootschap van vrijheidslievende christenen. Terwijl ze toch zo tolerant zijn, en vol goede moed en dito bedoelingen. Arminius, de voorvader der remonstranten, was allesbehalve iemand die alles eigenlijk wel goed vond. Hij stond pal voor zijn principe dat de mens wel degelijk zelf iets te willen heeft. Anders dan Calvijn, dus. Maar wel even streng.

Remonstranten herdenken aanstaande donderdag dat het 400 jaar geleden is dat de ’Remonstrantie’ werd ondertekend. Dat verzoekschrift – met daarin opvattingen van Arminius die in 1609 was overleden – ging over een lopend debat over de predestinatieleer en was gericht aan de Staten van Holland.

Vier eeuwen later blijkt het lastig, om een principe van vrijheid en tolerantie breed aan de man te brengen. Zoveel persoonlijke vrijheid is er nu, dat er eerder behoefte lijkt aan grenzen. Precies daar ligt de uitdaging voor de remonstranten van nu. Gedreven, in de geest van Arminius, verdedigen ze nog altijd de vrije wil. Als geen ander ervaart de remonstrant dat er grenzen zijn aan vrijheid, en vooral, waar die liggen.

In Arminius komen zeven remonstranten aan het woord over principes, over de grenzen van de vrije wil. Trouw werkte mee aan de totstandkoming van de glossy en laat vandaag vier van hen aan het woord over remonstranten in de 21ste eeuw.

„Zo’n stoel timmeren is helemaal niet moeilijk. De twee die ik hier heb staan, heb ik in mijn studententijd gemaakt. Ze zijn naar het voorbeeld van Gerrit Rietveld. Ik kan zo de maten geven van de planken die ervoor nodig zijn. De kast hier in de kamer heb ik ook gemaakt, maar het is flanswerk hoor, het stelt niet veel voor. Ik heb er wel eens op zondagmiddag hier op de stoep aan gezaagd. ’Eindelijk een dominee die aan de weg timmert’, zei de buurman.

Mijn vader was ook predikant. Hij was heel vrijzinnig, en ook heel vroom, maar dat vrome bleek vooral uit zijn preken. Bidden aan tafel, dat deden wij nooit. We gaven elkaar een hand en zongen dan: Gezegende maaltijd. Als vriendjes kwamen spelen, merkten ze er niets van dat mijn vader dominee was. Ik ben net zo. Bidden, dat is iets voor de binnenkamer. Dat is wel erg remonstrants, denk ik, dat we rituelen bewaren voor echt belangrijke momenten. We zijn zo bang voor vaste riedels, voor automatismen, dat we van de weeromstuit helemaal niets doen. Terwijl geloof toch van dierbaarheden aan elkaar hangt. Een remonstrants ritueel is wel het zingen van een bepaald antwoordlied. Als dat niet klinkt, mist er voor sommige kerkgangers iets essentieels.

Zo’n ritueel is voor mij dat ik bij bijzondere gelegenheden deze ring draag, de trouwring van Simon Episcopius. Deze ring is voor de hoogleraar van het remonstrants seminarium, de predikantenopleiding. Episcopius, vanaf 1634 de eerste hoogleraar ervan, schreef de eerste remonstrantse belijdenis.

De boodschap die ik vooral wil uitdragen, is dat er voor de moderne mens veel waardevols zit in het goede, oude christelijke geloof.”

„Ik was achttien, zat in mijn eindexamenjaar. Helemaal happydepeppy.

Samen met een jongerengroep uit onze kerk trokken we een week op met Joegoslavische jongeren die in Crailo in een asielzoekerscentrum zaten.

Het was tijdens de Joegoslaviëoorlog. Best heftig, om met Serven, Bosnische moslims en katholieke Kroaten samen dat project te doen. Bridges of tolerance, heette het. We zongen samen een lied over tolerantie en we bouwden een echte brug. Met sommigen heb ik jaren contact gehouden.

Er waren meer internationale contacten via de kerk. Mijn zus ging op haar zestiende voor een uitwisseling naar Zambia, mijn ouders hebben nog steeds contact met mensen uit de voormalige DDR.

Ik ben bezig aan mijn laatste dagen als voorzitter van jongerengemeente Arminius. Ik wist eerst niet veel van de persoon Arminius, maar zie nu dat hij voorvechter was van de vrije wil. Nu zouden we hem hopeloos ouderwets vinden. Hij durfde wel twijfel toe te laten. Dat heeft hem veel gekost, hij is verstoten. Als je je zo radicaal opstelt, en verstoten wordt, kun je je bevrijd voelen, maar ook bedreigd.

Ik werk nu, sinds een paar maanden, voor de mensenrechtenorganisatie Peace Brigades international. PBI zorgt voor fysieke begeleiding door vrijwilligers, van mensenrechtenactivisten in landen als Colombia en Indonesië, zodat die hun werk kunnen doen.

Mijn tip aan de remonstranten? We mogen best wat duidelijker aangeven waar we voor staan. Jongeren willen graag een ijkpunt. Voor mij is het remonstrants zijn vooral een levensstijl, waarbij ik uitga van tolerantie, naastenliefde en mijn eigen inbreng.”

„Op zondagochtend zit ik in de skiff, of roei ik in de acht. Ik ben niet zo’n kerkganger. Ik voel geen enkele verplichting. Noem mezelf hoogstens remonstrants georiënteerd.

Ik mocht als directeur-generaal Ien Dales dienen, toen minister. Zij kerkte in de Dom. Zij vond het allemaal heel vrijblijvend, het remonstrantse geloof. Dat vond ik niet. Je staat ergens voor.

Ik hecht, zeker als liberaal, sterk aan de keuze voor de vrije wil. Politiek gezien is die vrijheid wel verbonden met verantwoordelijkheid.

Democratie betekent ook: grenzen trekken. Je moet staan voor je vrijheid. Ook voor de vrijheid van godsdienst. Ik ga me niet bemoeien met welke godsdienst mensen hebben. Voor mij is het ook niet belangrijk waar mensen vandaan komen. Het gaat erom, mensen de kans te geven hun talenten aan te boren.

Privé hanteer ik een ijzeren ring. Mijn gezin en mijn beste vrienden zitten daarbinnen. Ik ken veel mensen, maar dat zijn niet allemaal vrienden. Als iemand me erin luist, dan is er voor mij een grens. Ze merken het misschien niet, maar het wordt dan niets meer.

Dat ik na de moord op Pim Fortuyn als burgemeester van Rotterdam besloot, het stadhuis open te stellen voor een condoleance, was niet bewust geïnspireerd door kerkelijke traditie. Het was een intuïtief besluit, en ik heb daar een gelukkige hand in gehad. Het bleek deëscalerend te werken, de spanning ging eraf.

Het dalen van het ledental mag geen reden zijn om iets te veranderen bij de Broederschap. Het is geen bedrijf en geen politiek, waarbij even de verkiezingen gewonnen moeten worden. Zo’n aanpak kan niet bij een geloof.”

„Het zilveren vaatwerk van de gemeente in Rotterdam heb ik nog niet gebruikt. Ik ben daar sinds 1 september voorganger. Vele remonstranten vieren het avondmaal maar twee keer per jaar. Waarom dat is...

Het wordt beleefd als zwaar, als iets dat meer met de dood te maken heeft dan met delen. Er is soms schroom om aan het avondmaal te gaan. Niet uit een gevoel van zondigheid, maar juist door het ontbreken van dogma’s rond de sacramenten. Het is meer een kerk van het woord dan van het teken. Ondanks die schroom wel heel gastvrij. Iedereen mag aan het avondmaal, gedoopt of niet gedoopt.

Na mijn vertrek uit de rooms-katholieke kerk heb ik een jaar vrijgenomen om rond te kijken. Bij de remonstrantse broederschap vond ik warmte, vrijheid en de afwezigheid van dogma’s.

Ik zie het als mijn taak, ook mensen buiten de kerk de instrumenten aan te bieden die we hebben. Die instrumenten, zoals rituelen voor doop, huwelijk en uitvaart, daar moet je als kerk niet op gaan zitten.

Wat remonstranten moeten doen om te blijven bestaan? Meer kindertjes krijgen, zou ik zeggen. Nee, we zullen naar een structuur moeten met een aantal grote gemeenten die de zorg dragen voor kleinere kerken, zoals huisgemeenten. In de Nederlandse cultuur zullen mensen altijd bij elkaar komen rond een boek of een discussiepunt.

Ons erfgoed, vrijheid en verdraagzaamheid, verdient het doorgegeven te worden. We moeten de algemene verrechtsing tegengaan. Er zijn niet veel horzels nodig om een paard te laten lopen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden