Arme landen lossen niet af

De Westafrikaanse staat Ivoorkust is het tweede land dat er niet in slaagt de rente op de zogeheten Brady-bonds af te dragen. Vorig jaar verzaakte het vrijwel failliete land Ecuador al aan zijn verplichtingen te voldoen.

redactie economie

De Brady-bonds zijn obligaties die elf jaar geleden door de toenmalige Amerikaanse minister van financiën Nicholas Brady in het leven zijn geroepen om arme landen toch toegang tot de kapitaalmarkt te geven.

De obligaties hebben een extra rugdekking in de vorm van een onderpand. Dat zijn meestal Amerikaanse schatkistpapieren. Mocht een lenend land in gebreke blijven, dan kunnen bij de Verenigde Staten de onderpanden, meestal dertig-jaarsobligaties, worden opgevraagd. Veel commerciële banken wilden aan het begin van de jaren negentig ontwikkelingslanden alleen geld lenen als er een onderpand aanwezig was.

Tot Ecuador in de fout ging, golden de zogeheten Brady-bonds als een betrouwbaar en veilig middel om arme landen aan geld te helpen. Argentinië, Brazilië, Bulgarije, Costa Rica, Polen en Marokko werden ook op die manier geholpen. Nu ook Ivoorkust in ieder geval één keer 20 miljoen dollar aan rente niet heeft betaald, komt de waarde van de Brady-bond ter discussie te staan.

Met Ecuador heeft Ivoorkust gemeen dat het land zeer afhankelijk is van de export van één product. Ecuador moet de inkomsten halen uit de export van bananen, Het land Ivoorkust exporteert cacaobonen. Dalen de prijzen, en dat gold vorig jaar voor bananen én voor cacao, dan komen er onvoldoende dollars het land in om de rente op de Brady-bonds te kunnen betalen.

Er is ook een belangrijk verschil in de situatie waarin de twee landen verkeren. Ecuador betaalde aanvankelijk de rente op de leningen mét onderpand niet en die op leningen zonder onderpand wel. Ivoorkust betaalt de rente op zowel de Brady-bonds als die op in Franse franken genoteerde leningen niet. In totaal gaat het om leningen met een nominale waarde van bijna 2 miljard dollar.

Dat Ecuador een onderscheid maakte tussen de leningen zonder én met onderpand vinden Nanne Brunia en Bert Scholtens van de vakgroep financiering van de Rijksuniversiteit Groningen opmerkelijk. Zij concluderen uit het dossier Ecuador dat een lening met een onderpand blijkbaar eerder tot niet-nakoming van verplichtingen leidt dan een lening zonder die garantie.

,,Het onderpand bij de Brady-bonds heeft de bankiers in slaap gesust'', zo stellen de onderzoekers in het jongste nummer van Economisch statistische berichten (ESB). De regering van Ecuador maakte bij het betalen van rente blijkbaar een onderscheid tussen kredietverschaffers die via een onderpand schadeloos werden gesteld en zij die die mogelijkheid niet hadden. Het onderpand blijkt zo geen garantie te zijn, maar eerder een extra risico te worden. Terwijl Brady het instrument juist inzette om kredietverstrekkers aan te trekken die uit waren op minder risico.

Nanne Brunia en Bert Scholten concluderen dat het gebruik van een extern onderpand, de Amerikaanse schatkistpapieren, niet automatisch leidt tot de voorkoming van wanbetaling. Bij het oplossen van de schuldenproblematiek van de arme landen dient in hun ogen ook een intern onderpand, een onderpand in het lenende land, te worden betrokken.

Deze wijziging in de manier waarop schulden worden aangegaan, zal vooral van toepassing moeten zijn op landen die niet tot de veertig armste landen van de wereld behoren. IMF en Wereldbank hebben al besloten dat die landen feitelijk alleen nog voor giften in aanmerking komen als hun schulden zijn kwijtgescholden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden