Armageddon in New York

Je neemt als lezer de rol van redacteur aan die bedenkt hoe hij de schrijver gaat uitleggen dat hij de helft van de tekst moet schrappen

Een Amerikaanse Jood die worstelt met zichzelf, een huwelijk dat op de klippen loopt, een bar mitswa van een onwillige zoon, en de begrafenis van een oude grootvader die de Holocaust overleefde. Dat zijn enkele ingrediënten van Jonathan Safran Foers nieuwe roman 'Hier ben ik'. Gerommel aan het thuisfront dus. Het lijkt allemaal wat gewoontjes. Je hebt het genie en de bezetenheid van een schrijver als Philip Roth nodig om van al die alledaagsheid in een Joods milieu een opzienbarende roman te maken. Iedereen die diens 'Operation Shylock' en 'Portnoy's Complaint' gelezen heeft weet dat.

Foer is geen Roth. Zijn kracht ligt ergens anders. Hij is de man van vuurwerk, verrassing en spektakel. 'Extreem luid en ongelooflijk dichtbij' (2005) maakte een wereldster van hem. Het boek over de 9-jarige Oskar die op 9/11 zijn vader verliest, maar nieuwe vrienden en familie vindt, wordt nog steeds veel gelezen, ook op scholen. In de langverwachte opvolger van dit megasucces zorgt Foer ook voor een knal: halverwege 'Hier ben ik' begint in Israël de aarde te schudden. Het halve land ligt in puin en dreigt door aartsvijanden te worden overlopen. Zo probeert Foer het huiselijke leed van de familie Bloch - ze wonen in Washington, maar Israël is voor een Jood altijd dichtbij - te verknopen met een grote wereldgebeurtenis. Eigenlijk zoals hij ook deed in zijn eerdere twee romans, alleen is de ellende ditmaal door de schrijver zelf bedacht. De vraag is: werkt het?

"Toen de verwoesting van Israël begon, twijfelde Isaac Bloch of hij zelfmoord zou plegen of naar het Joods Tehuis verhuizen." De eerste zin laat die verstrengeling van wereldleed en persoonlijke sores direct zien. Foer klinkt in die eerste zin meteen al een stuk somberder en venijniger dan in zijn eerdere romans - een toon die hij de eerste pagina's goed weet vol te houden. Van de stokoude Isaac verschuift het perspectief naar diens kleinzoon Jacob, een tobbende veertiger, scriptschrijver en typische vertegenwoordiger van de links-liberale Joodse elite in Amerika. Hij wordt met zijn vrouw Julia op het matje geroepen bij de rabbijn omdat zoon Sam in de sjoel schuttingwoorden op een blaadje gekalkt heeft in plaats van zijn verzen te leren. Nu komt de aanstaande bar mitswa van zoonlief in gevaar. Vervelend, maar er broeit een veel groter probleem: het huwelijk van Jacob en Julia bloedt dood en beide echtgenoten zijn onmachtig er iets aan te doen.

Foer is in dit eerste deel van het boek op zijn best. Met kleine, onschuldig lijkende zinnetjes legt hij een open zenuw bloot. "Dat zullen dan wel heel kleine slokjes geweest zijn", zegt Julia spottend als Jacob na vier uur uit de kroeg komt en beweert maar één biertje te hebben gedronken. Jacob verlegt het gesprek snel naar het gelazer met hun zoon. "Van alle beschikbare conflicten was dat het minst angstaanjagende." Breekpunt in de relatie is Julia's ontdekking van een reeks schunnige sms'jes die Jacob stuurde aan een collega, maar het point of no return is dan allang bereikt.

Het is duidelijk, dit is een serieus, volwassen boek. De jongensachtige en tegelijk iets te wereldwijze toon van 'Extreem luid en ongelooflijk dichtbij' heeft plaats gemaakt voor een uiterst persoonlijke, licht cynische stijl. Toch is het geen goed boek geworden. Foer verzuipt gaandeweg haast in zijn eigen wijdlopigheid, en de lezer spartelt mee. De oeverloze dialogen, quasi diepzinnige paradoxen ('teleurstelling hoeft niet teleurstellend te zijn'), domweg rare zinnen ('Hij kon niet leven zonder haar leven zonder haar'), en onwaarschijnlijkheden als een twaalfjarige jongen die mijmert over zijn 'esoterische specificaties' en 'besef van objectpermanentie': zelfs de grootste fans van Foer kunnen wel wat vergevingsgezindheid gebruiken. Je neemt als lezer op een goed moment de rol van redacteur aan die bedenkt hoe hij de sympathieke schrijver gaat uitleggen dat de helft van de tekst geschrapt moet worden.

Ondertussen zit je te wachten op de in de openingszin aangekondigde verwoesting van Israël. Als het eindelijk zover is, op pagina 289, slaak je bijna een zucht van verlichting. Er zijn tienduizenden doden, speeches van premiers en ayatollahs, er is een oorlog live op televisie. Het hele Midden-Oostendiscours, inclusief de overbekende retoriek van Arabieren en Joden, passeert de revue. Het is een enorme toestand maar het heeft geen impact. Gelukkig verspil je er als lezer weinig medeleven aan, want het armageddon blijkt uiteindelijk niet veel meer te zijn dan een episode in het solipsistisch universum van Jacob Bloch. Het drama ontvouwt zich in zijn keuken, en niet in het geplaagde Jeruzalem. Door de toevoeging van dit verhaalelement vond ik Foer lijken op de buurjongen die zijn brommer wil opvoeren, dagenlang zwoegt, zaagt en vijlt, en uiteindelijk langs je huis knettert op een ding dat geen steek harder gaat, maar wel veel meer kabaal maakt.

De titel 'Hier ben ik' verwijst naar de woorden die Abraham spreekt als God hem roept. Het bijbelverhaal van het offer van Izaäk speelt verder geen rol in het boek, maar dat 'hier ben ik' blijft wel hangen. Met koeieletters staan de woorden op het omslag, de naam van de auteur eronder in even grote letters. Je ontkomt niet aan de gedachte dat het een autobiografisch boek is, dat Foer zich blootgeeft in deze roman. Het maakt de roman ondanks alle tekortkomingen in ieder geval wel heel authentiek. Steeds denk je: wacht, dit boek gaat niet over Jacob Bloch, maar over Jonathan Safran Foer. Foer die graag een goede vader wil zijn maar niet weet hoe, Foer die tegen beter weten in zoekt naar een (Joodse) identiteit, en boven alles Foer die zich vertwijfeld afvraagt wat er mis is gegaan in zijn huwelijk (hij scheidde in 2014 van schrijfster Nicole Krauss), die de liefde van zijn leven uit zijn handen heeft laten glippen: "Ik heb maar één mens de kans gegeven me te leren kennen."

'Hier ben ik' zegt de schrijver in dit eerlijke maar veel te breedsprakige boek. De oprechtheid en de breuk met zijn op spektakel en sentiment leunende vroegere werk zijn te prijzen. Het is alleen wel te hopen dat hij in een volgende roman kernachtiger wordt en zich verre houdt van de slagschaduw van Philip Roth.

Jonathan Safran Foer: Hier ben ik (Here I am)

Vert. Gerda Baardman en Tjadine Stheeman. Ambo Anthos; 639 blz. euro 24

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden