Weblog

Arm Bagdad

Rook omringt het Iraakse gebouw van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De bomaanslagen hadden voornamelijk overheids- en commerciële gebouwen als doelwit. (AP) Beeld
Rook omringt het Iraakse gebouw van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De bomaanslagen hadden voornamelijk overheids- en commerciële gebouwen als doelwit. (AP)

Een enorme knal. Het is of de ramen naar binnen blazen. Glas breekt. De receptionist schiet naar achteren, ik duik weg achter het muurtje aan het einde van de balie. Vrouwen gillen, mannen bevelen, mensen rennen. Buiten is een bom ontploft.

Is het voor het hotel waar ik de afgelopen vier dagen getraind heb? Stof en rook stuiven naar binnen, mensen rennen weg van de deur. Een veiligheidsman ziet me en gebaart me dat ik weg moet van de ingang van het hotel. We rennen naar de liften, waar hij me met zijn lichaam beschermt. Als er een lift komt, duwt hij me erin, zonder me aan te raken. Ook in noodsituaties blijven Irakezen zich bewust van de normen.

Boven op de zesde verdieping wacht het onthutste personeel van de ngo waarmee ik in Bagdad werk. Allemaal aan de telefoon, en allemaal last van overbelaste lijnen. Ik stap het balkon op als een van hen me wil wijzen waar de explosie was: bij het hoge gebouw van het ministerie van buitenlandse zaken een paar honderd meter verderop. Grote rookpluimen vertellen hun verhaal. Uit de gebouwen in de omgeving zijn de ramen verdwenen. Er rijden kleine open vrachtauto’s met gewonden door de straat beneden.

De veiligheidsman beveelt ons naar binnen. Te gevaarlijk vanwege het glas dat ons zal verwonden bij een nieuwe explosie. Dan begrijp ik dat dit al de tweede bom is; de eerste heb ik niet gehoord omdat ik in de lift naar beneden stond. Of het was de eerste, en heb ik de tweede niet gehoord in de lift omhoog? Hoe dan ook, we moeten weg van de ramen. Op de gang proberen we vergeefs vrienden te bereiken, en het thuisfront. Hoe is het met Kassim, die me zou ophalen en naar het vliegveld brengen? Hij was toch niet... De lijnen zijn overbelast, of wellicht geblokkeerd om nieuwe aanslagen te voorkomen. Eindelijk krijg ik hem te pakken. ,,Ga alsjeblieft naar huis’’, smeek ik hem, ,,zorg dat je veilig bent.’’

De geruchten beginnen. Nog een bom, en nog een. En ook daar nog een. Sommige berichten blijken achteraf te kloppen, maar urenlang is er onzekerheid hoeveel er precies zijn ontploft.

Dan komen de directeur en de manager van de organisatie binnen. Bezweet, in shock. Die ochtend hebben ze me op een Iraaks afscheidsontbijt getracteerd. Daarna zijn ze naar een vergadering in het Rashid Hotel vertrokken – het veiligste hotel in Irak, in de Groene Zone. Het is geraakt door brokstukken van een van de explosies toen ze daar zaten. Toen ze terug wilden keren kwamen ze niet ver met de auto; de wegen waren inmiddels afgesloten. Dus moesten ze lopen, hoewel het buiten zeker 45 graden was. Langs de plaats des onheils. ,,We hebben menselijke resten gezien’’, vertelt de een. Haar telefoon toont een foto met iets geblakends dat op een deel van een arm lijkt.

De verslagenheid is groot. De dag ervoor hadden we nog met elkaar besproken dat ik meer trainingen voor ze in Bagdad zou gaan geven en regelen. Ze waren hoopvol, het geweld leek bijna verleden tijd. Nu is het weer helemaal terug, en daarmee de angst.

Mijn co-trainer van de afgelopen dagen belt. Ze was bij het ministerie van Financien en heeft alles zien gebeuren. Ze is ongedeerd, maar klinkt geheel over haar toeren. Een van de medewerkers van de ngo komt verslagen van beneden. De ramen in de trainingsruimte zijn naar binnen geblazen. Als dit een dag eerder was gebeurd, waren we allemaal gewond geraakt.

De tijd dat ik kan inchecken verstrijkt. De wegen zijn dicht en het is te gevaarlijk. Mijn vliegtuig vertrekt uiteindelijk uren te laat, zo hoor ik later. En zonder de geboekte passagiers. Maar met politici die Bagdad te heet onder de voeten is geworden. Deze arme stad, die steeds weer doelwit is, en waar de schuld voor de aanslagen naar politici wordt geschoven, die elkaar de tent uitvechten voor de verkiezingen van januari. Waar chaos tegen premier Al-Maliki zou moeten werken, die immers bij de provinciale verkiezingen eerder dit jaar flinke winst boekte omdat hij het geweld zo goed had weten terug te dringen. Zo goed dat hij van plan was binnenkort de hoge betonnen muren die het geweld uit de wijken hebben gehouden en het tij hebben gekeerd, te verwijderen.

Dat zal nu wel niet doorgaan. Een nieuwe spiraal van geweld ligt op de loer. Die arme stad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden