Arjan Erkel

Arjan Erkel (Rotterdam, 1970) is antropoloog. Hij werkte voor Artsen Zonder Grenzen (AzG) in Dagestan waar hij, op 12 augustus 2002, werd ontvoerd. In november van dat jaar zetten de Russen het onderzoek naar zijn ontvoering stil. De familie van Arjan en AzG werden hiervan een half jaar later op de hoogte gesteld. In juni wordt losgeld geëist. De familie van Arjan Erkel demonstreert in Moskou. Petities worden getekend, posters worden verspreid. Balkenende spreekt met Poetin. Bush, Lubbers, Berlusconi, Schröder: iedereen lijkt zich met de zaak te bemoeien. Uiteindelijk is het bondscoach Henk Gemser die, via een bevriende schaatser, met de juiste mensen in contact komt. Een Russische Veteranenclub weet de ontvoerders te vinden en op eerste paasdag 2004 wordt Arjan Erkel vrijgelaten.

1.Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

,,Tot mijn vijftiende, zestiende heb ik echt in God geloofd. Daarna was er een tijdje helemaal niets. Tijdens mijn studie hield ik me helemaal niet bezig met levensbeschouwelijke zaken. Pas toen ik was uitgeraasd, zo rond mijn vijfentwintigste, kwamen die gedachten terug: er moet toch iemand zijn die ons beschermt? Bepalen wij ons leven zelf? Ik stelde mij God voor als de wind die er voor zorgt dat allerlei keuzes ons komen aanwaaien. Wij denken zelf te kiezen - en dat doen we in zekere zin ook wel - maar uiteindelijk wordt toch voor ons bepaald waaruit we mogen kiezen. Ja, ik kan die wind net zo goed God of Allah noemen, maar als ik zeg dat God degene is die alles in gang heeft gezet, moet ik mij dan ook niet afvragen waar God vandaan komt? Ik ben, tijdens mijn gevangenschap, weer veel over dit soort vragen gaan nadenken. Het leek een oorlogsreligie, maar ik merk dat ik er, ook nu, in vrijheid, nog over doordenk. Er is een zoektocht ingezet. Ik denk dat ik, diep van binnen, geloviger ben geworden. Ik heb mijn vrijlating niet voor niets een wedergeboorte genoemd. Uit het donker, uit een kelder, een nieuw leven tegemoet. Was het toeval dat ik met Pasen werd vrijgelaten? Was het een teken? Een boodschap? Ik weet het niet. Misschien zal ik het antwoord op die vraag nooit vinden.''

2.Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Ik heb me wel eens afgevraagd of er, op de dag van mijn vrijlating, wel iemand zou staan om mij op te halen. Of ze me zouden herkennen. Twintig maanden lang is mijn hoofd overal te zien geweest - gelukkig had mijn zus de beste foto uitgezocht - en ik heb er helemaal niets van geweten. Nu kom ik er pas achter hoezeer er met mij en mijn familie is meegeleefd. Ik geniet van alle aandacht. Ik vind het leuk als mensen mij op straat aanspreken, brieven, kaartjes, tekeningen of bloemen sturen. Een fabrikant stuurde mij kleren, ik kreeg kaartjes voor het EK Voetbal, journalisten willen me spreken, sommige vrouwen hebben opvallend veel aandacht voor me.. Ik wil het geen hysterie noemen, maar toch: ik ben een man van het volk geworden. Een zoon van Nederland, zei iemand laatst. Dat is gek, maar wel leuk. Ik heb niets toegevoegd aan de maatschappij; ik ben een maatschappelijk iets geworden. Het enige wat ik heb gedaan is overleven.''

3.Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Ja, ik heb God een keer vervloekt om wat mij was overkomen, maar daar had ik vrijwel onmiddellijk spijt van. Stel dat Hij wel bestaat, dan kan ik Hem maar beter te vriend houden. Eerst vroeg ik Hem vergeving voor het feit dat ik nooit helemaal in Hem had kunnen geloven. Ik wilde in het reine komen, voor het geval ze me zouden doodschieten. Toen de gijzeling voortduurde, dacht ik daar steeds minder aan. Ik bad voor vrede in de wereld, ik bad voor het einde van de hongersnood. Ik bad dat Hij iedereen die het moeilijk had kracht zou geven. Dat was dus ook een beetje voor mezelf. Ik kon alle hulp gebruiken.''

4.Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Het was niet moeilijk om de dagen bij te houden. Ik had toch niets anders te doen. Vandaag is het de dertiende, morgen is het de veertiende... Ik had geen rituelen, voor mij waren alle dagen hetzelfde. Twee keer eten, daarna slapen. Ik probeerde zo lang mogelijk te blijven liggen, zodat de dag weer snel voorbij zou gaan. Heel langzaam eten, heel langzaam lezen, heen en weer lopen, denken: misschien wordt het morgen beter. Ik kreeg een backgammonspel en damstenen. Ik speelde tegen mezelf, zwart tegen wit. Meestal eenentwintig partijen zodat er aan het eind van de dag altijd een winnaar was. Ik ging de winst in percentages bijhouden. Wit: 50,4 procent, zwart: 49,6... Soms deed ik aan sport, maar dan dacht ik weer: wat moet ik met een goede gezondheid als ik toch nooit meer naar huis ga? De eerste zes maanden werd ik 's avonds nog gelucht, maar daarna heb ik zestien maanden lang vrijwel geen daglicht gezien.

Af en toe kwamen mijn bewaarders met mij praten, of mocht ik even bij hen in de keuken zitten. Ze noemden zichzelf fundamentalistische moslims en ze hielden zich streng aan de wetten. Iedere vrijdag, hun 'zondag', lazen ze elkaar tijdens het middaggebed voor over de heldendaden van de profeet. We spraken wel veel over het geloof met elkaar. Gek is dat eigenlijk: ik heb onbewust allerlei overlevingsstrategieën toegepast. De enige tip die we meekregen, voor het geval we ooit zouden worden ontvoerd, was: praat nooit over politiek of religie. En dat waren nou precies de onderwerpen die altijd ter sprake kwamen. Ze gaven mij een islamitisch boekje te lezen, 'De Wonderen van Allah', waarin bijvoorbeeld staat dat je in de koran dingen kunt lezen die pas eeuwen later door westerse onderzoekers zouden worden ontdekt. Dat heeft me wel aan het denken gezet: kennelijk is de koran toch een belangrijker boek dan ik had gedacht. Ik ben meer over de islam te weten komen. De God van mijn ontvoerders is niet mijn vijand geworden.''

5.Eer uw vader en uw moeder

,,Ik ben heel bezorgd geweest. Hoe hebben mijn ouders het nieuws verwerkt? Gaan ze de hele dag thuis zitten, of pakken ze de draad weer op? Zouden ze denken dat ik word mishandeld? Ik had ze zo graag willen zeggen dat het, relatief, goed met mij ging. Er zijn videoboodschappen opgenomen, maar uiteindelijk is er slechts een brief aangekomen waarin ik iets over mijn omstandigheden vertel. Ik wist dat mijn familie mij zou proberen vrij te krijgen, maar ik heb me toch nog verbaasd over de manier waarop ze zich in die zaak hebben vastgebeten. 'Je hoeft ons niet te bedanken,' zegt mijn vader steeds, 'iedere ouder zou hetzelfde hebben gedaan.' Dat is misschien wel zo, maar toch... Het is ook ingewikkeld. Ik merk dat de familie hechter is geworden; zij hebben dit samen meegemaakt. Ik weet dat het niet terecht is, maar soms voel ik me schuldig over wat ik hen heb aangedaan. Voor hen heeft het leven ook twintig maanden stilgestaan. Ik merk dat ik geneigd ben mijn gevoelens te onderdrukken. Vroeger had ik wel eens ruzie. Nu stel ik me bescheiden op, durf geen nee te zeggen, praat ze naar de mond. Ik heb in de afgelopen tijd geleerd dat het beter is mensen niet tegen je in het harnas te jagen. Toch is het de bedoeling dat ik weer mezelf word, dat de verhoudingen zich weer herstellen. Gelukkig had ik een paar dagen geleden nog een conflict met mijn ouders. Dus het gaat de goede kant op.''

6.Gij zult niet doodslaan

,,Tot twee keer toe heb ik de mogelijkheid gehad een pistool, dat onbeheerd op tafel lag, op te pakken en te gebruiken. De tweede keer had ik zelfs een paar minuten de tijd. Er flitste van alles door mijn hoofd: zal mijn situatie verbeteren als ik deze jongens neerknal? Wie kan ik buiten dit huis vertrouwen? Hoe werkt zo'n ding eigenlijk? Moet ik eerst doorladen? Zitten er wel kogels in? Straks doet-ie het niet... Ben ik laf, of juist verstandig? Maar de belangrijkste vraag was toch: wil ik deze mensen vermoorden? Kan ik verder leven met zoiets op mijn geweten? Zij hadden mij niet ontvoerd, ze waren slechts mijn bewaarders. Ze hebben me goed behandeld, geprobeerd mijn leven iets te veraangenamen. Met sommige bewaarders kon ik goed opschieten. Ik heb me wel eens afgevraagd of ik hier, thuis, ook met die jongens om zou kunnen gaan. Het klinkt misschien vreemd, maar ik denk dat ik best een biertje met ze zou kunnen drinken. Ik weet het: ze waren ook mijn beulen. In het begin heb ik hun leider, die ik de Generaal noemde, gevraagd wie mij dood zou schieten als daarvoor van hogerhand het commando zou worden gegeven. Hij pakte zijn pistool, schoot vlak boven het hoofd van een van de bewaarders en zei: 'Ik'. Toen heb ik hem gevraagd mij, als het zover was, door het voorhoofd te schieten. Ik geloof dat ik met die reactie respect heb afgedwongen. Het is me gelukt met hem en een paar van die jongens een relatie op te bouwen. Ik kon zelfs, heel voorzichtig, kritiek hebben. Ik heb gezegd dat ik hun religie respecteerde, maar hun idealen niet. Het is misschien best aardig om een moslim-kalifaatje te stichten, maar doe dat dan in het Midden-Oosten, waar de islam een veel grotere rol speelt, met mensen die het met je eens zijn. Ik heb ook gezegd dat ik het laf vond om een onschuldige te ontvoeren. Een van de ontvoerders had mij, terwijl ik al vastgebonden op de grond lag, nog geslagen. Hoewel zij met de ontvoering zelf niets te maken hadden, schaamden zij zich daar toch voor. Ik geloof dat ze zich geen helden voelden. De Generaal heeft steeds gezegd dat het zijn bedoeling was om mij in leven te houden. Zodra er losgeld was betaald, zou ik weer worden vrijgelaten. Het speet hem oprecht dat de onderhandelingen steeds spaak liepen.

Ik heb altijd gezegd: overal waar ik ben, kan ik me thuis voelen. Ik ben antropoloog van huis uit, heb veel gereisd en weet dus hoe ik mij moet aanpassen en sociale contacten kan leggen. Ja, zelfs met mensen die altijd een bivakmuts dragen. Ik kon hun ogen toch zien? En ik had, door hen tegen elkaar uit te spelen, ook ontdekt wie ik kon vertrouwen en wie niet. Het waren geen slechte jongens. Hoe kon ik mensen die mij goed behandelden kwaad doen? Ze zijn toch, op een of andere manier, tot mijn kennissenkring gaan behoren, begrijp je wat ik bedoel? Ik vind het moeilijk uit te leggen. Er zijn vast woorden voor, maar ik heb ze nog niet gevonden.

Ik denk wel vaak aan wat mij is overkomen, maar ik ben nog nooit badend in het zweet wakker geworden. Het is goed te doen. Ik verkeer nog in een toestand van euforie. Misschien loop ik mezelf voorbij, of hou ik me met zoveel dingen bezig om maar niet alleen met mijn enge gedachtes te hoeven zijn. Ik weet het niet. Ik herinner me de angst wel. Toen het gerucht ging dat de Russen vlakbij waren bijvoorbeeld. Ik wist dat ik in een schotenwisseling het eerste slachtoffer zou zijn. Ik kon niets doen. Ik heb heel stil op mijn bed gelegen, gewacht tot het over was. Nu kan ik het je zo vertellen, misschien krijg ik er over dertig jaar pas last van.''

7.Gij zult niet echtbreken

,,Twintig maanden lang heb ik nagedacht over een toekomst samen mijn vriendin. Huis opknappen, meubels kopen, trouwen, kinderen krijgen. Zij werd een soort anker, een hoofdprijs die mij te wachten stond. En nu ik vrij ben, weet ik het ineens niet meer. Is zij de ware wel? Zou het niet beter zijn als we ieder onze eigen weg vervolgden?

Ik merk dat ik, op dat gebied, weer de oude Arjan ben. Die ideeën over vastigheid ontwikkelde ik altijd in het buitenland. Straks zal ik mijn huis opknappen, een gewone baan zoeken, een gezin gaan stichten. Maar het komt er steeds niet van... Ik weet niet hoe dat komt. Ik heb zoveel geleerd; ik ben rustiger geworden, heb gemerkt hoeveel ik kan doorstaan, maak me over veel dingen niet meer druk... maar wat mijn relaties met vrouwen betreft ben ik, helaas, nog niets veranderd.''

8.Gij zult niet stelen

,,Ik heb gestolen, ik heb gelogen, ik ben niet altijd trouw geweest - ik heb al mijn zonden op een rijtje gezet en er vergeving voor gevraagd. Ik geloof niet dat ik me zo erg had misdragen dat God me had willen straffen, maar ik vond het wel belangrijk alles eerlijk op te biechten voor ik Zijn hulp zou inroepen.''

9.Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Is er losgeld betaald? Zo ja, door wie? Welke rol speelden die Russische veteranen in de onderhandeling? Zijn het eigenlijk wel veteranen? Waarom heeft het lang geduurd voordat ik vrijkwam? Was het stille diplomatie of toch iets anders? Waarom heeft Artsen Zonder Grenzen mij daar niet eerder weggehaald? Ik weet het: ik ben vrij, waarom zou ik me over deze vragen druk maken? Ik krijg er die twintig maanden niet mee terug. En toch ga ik het uitzoeken. Ik wil de waarheid weten. Nu word ik voorgelogen, voor de gek gehouden. Ik weet zeker dat sommige mensen iets te verbergen hebben, waarom zouden ze anders zo zenuwachtig reageren? Ze zeggen dat ik provoceer of dingen insinueer... Maar goed, je begrijpt dat ik je er niet meer over wil vertellen. Des te meer ik nu zeg, des te hardnekkiger zij straks zullen zwijgen.''

10.Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Mijn grootste begeerte is kennis. Ik wil gewoon veel weten. Over het Roomse keizerrijk, de piramides, de islam, noem maar op. Maar ik begin met lezen van de kranten die in de afgelopen twintig maanden zijn verschenen. Hoe is die oorlog in Irak eigenlijk begonnen? Wie won Idols vorig jaar? Wat zijn de gevolgen van de invoering van de euro? Straks, als ik weer op de hoogte ben, als ik voldoende ben uitgerust, zal ik weer gaan werken. Het liefst een baan waarbij ik mensen in nood kan helpen. Er dreigt een hongersnood in West Soedan. Misschien dat ik daar... Ja, het klinkt misschien wel heel verheven, maar ik vind het nuttiger om mijn leven te besteden aan mensen dan aan materie. Ik hoop dat ik niet bang zal zijn om naar gevaarlijke gebieden te gaan. Als dat zo is, heb ik er toch iets aan overgehouden. Ik zou mijn karakter moeten analyseren, maar na al de ellende die ik heb meegemaakt, zit ik eerlijk gezegd niet op zo'n zelfstudie te wachten. Ik ben veranderd, maar houden die veranderingen stand? Ben ik rustiger in het verkeer omdat ik conflicten uit de weg wil gaan? Vroeger, als ik naar een voetbalwedstrijd ging, kon ik heel wat achterover keilen, nu ben ik al na een paar biertjes moe. Blijft dat zo? Ik word elke ochtend om zeven uur wakker. Is dat omdat ik ten volle van mijn nieuwe leven wil genieten? Waarom blijf ik dan toch liggen? Ik heb altijd graag naar televisie gekeken, nu denk ik bij ieder programma: wat steek ik hier eigenlijk van op? Al die dingen, samen met een gevoel van onoverwinnelijkheid, zou je de meerwaarde van mijn ontvoering kunnen noemen. Maar het valt in het niet bij de keerzijde: van mijn vrijheid te zijn beroofd. Dat is toch het grootste genoegen; dat ik zelf kan bepalen wat ik doe. Ik hoef niet meer op de deur te kloppen. Of ik naar het toilet mag. Of ik wat water kan krijgen. Of ik even naar buiten mag.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden