Arita Baaijens: de kunst is te leven op de rand van het mysterie

Arita Baaijens: 'Spijt is een zinloze emotie, het leven is gewoon wat het is, maar ik geloof wel dat het allemaal ietsje makkelijker had gekund'. Beeld Mark Kohn

Arita Baaijens (Ede, 1956) is ontdekkingsreizigster, schrijfster en bioloog. Ze zwierf jaren door woestijnen. In 2013 zocht ze in Siberië naar het mythische Shambhala. Haar boek 'Zoektocht naar het paradijs' verschijnt volgende week.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Er was geen directe aanleiding... ja, misschien speelde mee dat het al jaren rommelde in het huwelijk van mijn ouders, dat hypocriete gedoe - ik zag mijn vader op zondag twee keer naar de kerk gaan terwijl hij ondertussen het zevende gebod bij voortdurend overtrad - maar er ontstonden steeds meer scheuren en op een dag was er geen houden meer aan: ik viel van mijn geloof.

"Het gebeurde in de soos, de sociëteit van de gereformeerde kerk. Ik was vijftien, had net gedanst, stond bij de kapstok naar mijn jas te zoeken toen het plotseling, in volle omvang, tot mij doordrong: God bestaat helemaal niet. Ik voel de tranen nu wéér komen, weet je dat? Het was een cruciaal moment in mijn leven. Ik zag die onmetelijke afgrond, ik voelde een diepe eenzaamheid en ik wist: dit is de menselijke conditie, niemand kan ons helpen... De overtuiging dat alles uiteindelijk nog goed zou komen was in één klap verdwenen."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Dit gebod gaat over het mysterie dat zich niet laat vangen - omdat het niet te vangen is. Zodra je er een beeld van snijdt, wordt het een object, iets heel gewoons. De vraag waartoe wij hier op aarde zijn is een filosofische vraag; een vraag waarop geen eenduidig antwoord mogelijk is."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Ik vind het niet chique om grof te zijn, maar ik kan, als iets mij werkelijk diep raakt, behoorlijk kwaad worden. Tijdens mijn reizen heb ik geleerd om mee te buigen, me in te leven, dingen vanuit verschillende posities te bezien, maar er komt een moment waarop ik er genoeg van heb: en nu gebeurt het zoals ik het wil! Klaar!

"Niet dat ik gewelddadig word of zoiets, maar hee, don't mess around with me. Dan ben ik een vulkaan die plotseling tot uitbarsting komt. Dan ga ik als een razende tekeer en raakt iedereen in mijn omgeving totaal overstuur. Je denkt misschien dat het verstand regeert, maar dat is helemaal niet zo. Ik kan mezelf observeren. O, daar gaat ze weer! Als ik mezelf eenmaal zie spuwen denk ik: geniet er maar van, want het is zo weer over. Ik val dus niet samen met mijn woede en dat lijkt me heel gezond. Bekijk jezelf met een glimlach. Ik ben ernstig, maar ik houd ook heel erg van die twinkel. Wie niet twinkelt heeft geen leven."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Er zijn haast geen vluchtheuvels meer, geen sabbatsdagen waarop je niks hoeft, niet te consumeren, jezelf niet te promoten - Twitter, Facebook, hier ben ik! Zie mij, hoor mij! - en je de tijd kan besteden zoals je dat het liefst doet.

"Ik vind die momenten van rust in het lege landschap, in de woestijn of in de bergen en valleien van Siberië, waar alles wat ik doe eenvoudig en begrijpelijk is, waar ik mij niet bezig hoef te houden met het downloaden van de zoveelste software-update, niet in de clinch hoef te liggen met de telefoonmaatschappij over een verlopen abonnement en dat soort ge-eikel over niets.

"Ik hoef niet altijd dáár te zijn. Ik ben een kluizenaar, maar ook een sociaal mens, met een bijzondere, dierbare vriendenkring, een Nederlander, een Amsterdammer, altijd blij om thuis te komen. Het is vooral zo heerlijk om van de ene in de andere film te kunnen stappen. Ik ben een reiziger, een bard, een handelaar in verhalen. Het is een verrukkelijk bestaan. Met rafelrandjes, uiteraard.

"Ik heb geen pensioen, geen financiële zekerheid. Af en toe kan de paniek mij aanvliegen en dan spreek ik mezelf ernstig toe: 'Heb je een dak boven je hoofd? Ja. Ligt er eten in de koelkast? Ja. Oké, dus op dit moment is alles in orde. Vertrouw er maar op dat het morgen nog steeds zo is.' En mócht het toch mislopen, dan ga ik gewoon met een tasje foto's - een verzameling herinneringen aan mijn leuke, ingewikkelde leven - ergens in de woestijn zitten om daar langzaam maar zeker op te drogen en in een mummie te veranderen."

V Eer uw vader en uw moeder
"Mijn vader was een mooie man, een mannelijke man, hij was stoer, kon plezier maken en nam ons mee voor lange wandelingen in de bossen. Tegelijkertijd herinner ik me hem als iemand die vanaf mijn tiende niet meer echt aanwezig was. Rond die tijd is dat gedoe met die andere dame begonnen... Ik heb geen zin om in dit interview uit te leggen wat er precies gebeurde, behalve dan dat hij zijn gezin - mijn moeder, mijn tweeënhalf jaar oudere broer en mij - in een idiote positie heeft gebracht.

"Hij beloofde thuis te blijven tot mijn broer en ik op eigen benen konden staan. Mijn ouders voerden een koude oorlog, maar ik denk dat mijn moeder nooit heeft willen geloven dat mijn vader op een dag echt weg zou gaan. In die eerste jaren bad ik regelmatig dat alles goed zou komen. 'Als U daarvoor zorgt, ben ik bereid een jaar minder te leven.'

"Toen er niets veranderde dreef ik de prijs op: 'Lieve Heer, als mijn ouders voortaan weer van elkaar houden, mag U mij twee jaar eerder hebben.' 'Drie jaar dan!' Uiteindelijk heb ik het maar opgegeven. Zo rond mijn zeventiende kondigde mijn vader zijn vertrek aan: 'Morgen ga ik naar Amerika.' Dat was het dan. Ik heb hem nog een vraag gesteld. Ik weet niet precies meer wat ik heb gevraagd, behalve dat er maar één eerlijk antwoord op mogelijk was en dat antwoord kreeg ik niet.

"De relatie heeft zich later verbeterd. Ik kwam meer te weten over zijn armoedige jeugd, over de jaren die hij als soldaat in Indonesië had doorgebracht, over de spagaat waarin hij tijdens zijn huwelijk moet hebben gezeten - maar ik heb mijn vader er niet mee teruggekregen. Hij is altijd een soort oom gebleven. Een verre oom.

"Mijn moeder was een optimistische vrouw, iemand met een ongelooflijk guitige kijk op het leven. Ze hield van practical jokes, autoriteit deed haar niks. Bij haar was iedereen welkom, ze vond het heel gewoon om alles met iedereen te delen. Ze heeft mij van jongs af aan het vertrouwen meegegeven dat alles mogelijk was, dat het goed zou komen - wat ik ook ondernam. Ik zie altijd de sprankel in haar ogen als ik aan haar denk. Maar ik herinner mij ook de paniek en, later, de bitterheid over wat haar was aangedaan. Dat zou mij niet gebeuren. Ik werd geen bittere vrouw.

"De familie vond dat ik in Utrecht moest gaan studeren, zodat ik gewoon bij mijn moeder in Ede kon blijven wonen, maar ik heb een brief gestuurd naar de Vrije Universiteit in Amsterdam en gezegd dat ik vanwege mijn geloof en hun protestants christelijke grondslag, ondanks de loting, bij hen aangenomen hoopte te worden. Dat was een leugen, natuurlijk. Het enige wat ik dacht was: als ik hier maar pleite ben! Ik dacht dat ik mij helemaal van haar losmaakte, maar de waarheid is dat je altijd door een onzichtbaar lijntje blijft verbonden en misschien is het zelfs zo dat ik mijn moeders verdriet heb geleefd door dáár steeds aan te denken in mijn verlangen om het allemaal anders te doen.

"Mijn reactie op die toestand thuis was: geen man zal mij ooit op die manier behandelen. Ik heb liefde heel lang aangezien voor macht. En controle. Mannen zijn niet te vertrouwen. Zorg ervoor dat je zelf in charge bent! Destijds dacht ik nog: fijn dat ik dit zo snel heb geleerd, dat ik niet tot mijn veertigste hoef te wachten om bedrogen uit te komen. Voor mij geen huwelijk, geen gezin.

"Ik voelde me superieur boven al die vrouwen met hun mannen en hun kinderen. Als ik een schoolgenote voorbij zag fietsen, met een kleuter in zo'n stoeltje op het stuur, voelde ik een diep, diep medelijden... Tot ik, na jaren, begon in te zien dat die houding zich tegen mij keerde; dat het niet alleen mijn kracht maar ook mijn handicap was geweest.

"Ik had, op die manier gewapend, de verkeerde mannen aangetrokken. En ik had het niemand gegund om zo'n speciale plek in mijn leven in te nemen. Spijt is een zinloze emotie, het leven is gewoon wat het is, maar ik geloof wel dat het allemaal ietsje makkelijker had gekund - alhoewel ik in dat geval, met mijn karakter, waarschijnlijk wel weer een andere molen had gezocht om te bestrijden.

"Het is interessant om te zien hoe ouders voortleven in hun kinderen, toch? Je denkt dat je uit vrije wil tot allerlei besluiten komt, maar dat is gewoon niet zo. Je wordt gestuurd door je verleden. Ouders zijn belangrijk, hoe je opgroeit is belangrijk voor de manier waarop je later in het leven komt te staan.

"Ik heb achttien jaar lang deel uitgemaakt van een woongroep waar kinderen zijn geboren en opgegroeid, waar crises gezamenlijk werden opgevangen. We leven veel te individueel, het gezin is een te smalle basis. Het klinkt misschien gek uit de mond van iemand die niet eens met iemand wil samenwonen, maar in een groep gedij ik volkomen. Dat is mijn natuurlijke habitat."

VI Gij zult niet doodslaan
"We gingen op berenjacht, dat wil zeggen: ik zou zijn meegegaan als ik niet zo'n batterij mensen om mij heen had gehad en een expeditie af moest maken. Niet dat ik zelf de trekker zou hebben overgehaald, maar de man met wie ik mee zou gaan heeft uiteindelijk wel een beer geschoten. Daar had ik getuige van willen zijn, vooral omdat de overgang van dood naar leven mij zo fascineert. Ik heb het in de Arabische wereld gezien, als er schapen voor mijn ogen werden geslacht: wanneer is het echt, helemaal, afgelopen?

"Ik heb drie dagen aan mijn moeders sterfbed gezeten. Ik keek naar haar handen. De handen die truien hadden gebreid, de handen die mij hadden aangeraakt. Nu koud, en levenloos. Mijn moeder was overleden, maar nog niet vertrokken. Ik zag het in die dagen gebeuren: dat wat mijn moeder mijn moeder maakte, haar verschijningsvorm, begon langzaam te verdwijnen, maar al het andere bleef bestaan. Ik geloof dat dood en leven twee kanten van dezelfde medaille zijn. Het is het niets wat alles is."

VII Gij zult niet echtbreken
"Vrouwen zoals ik komen weinig leuke mannen tegen. Als ze er wel zijn, zit er vaak een sticker op: 'Deze Is Van Mij, Afblijven'. Ik begrijp dat niet zo goed. Niet dat ik iemand wil afpakken, maar ik zou hier toch graag willen pleiten voor een vrijere opvatting van wat liefde is: Gij zult delen."

VIII Gij zult niet stelen
"Ooit heeft iemand mij financieel ongelooflijk benadeeld. Ik zei tegen die vrouw: 'Besef je wel dat ik, doordat jij je belofte hebt gebroken, nog drie jaar lang iedere zaterdag moet werken om mijn schuld af te lossen?' 'Ja', zei ze, 'maar er is niets meer aan te doen: ik heb van dat geld een auto gekocht.'

"Afijn, ik was rázend en ik heb heel even overwogen om een paar bussen verf te kopen en die hele auto onder te spuiten, maar ik bedacht gelukkig op tijd dat ik mij daarmee tot haar niveau zou verlagen en dat die actie mij tot in lengte van dagen zou achtervolgen. Het is een beetje een omweg, maar volgens mij is dát de betekenis van dit gebod: het gaat niet zozeer over het beschermen van het bezit van een ander, maar over het beschermen van jezelf tegen je voornemen om iets te doen wat van jou beslist geen leuker mens zal maken."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Dat wat wij hier liegen noemen, is in Egypte niets anders dan: niet precies vertellen hoe het zit. Als je het zo ziet, krijg je, met behoud van gezicht en goede verhoudingen, de ruimte om een beetje te manoeuvreren. Ik heb eens met een vriend onderhandeld over een stel kamelen en ik wíst dat hij me zakelijk probeerde te belazeren, maar het was een spel, een schaakspel, het verzetten van stukken zonder te vertellen wat je van plan bent. Voor degene die wint, kun je in zo'n geval alleen maar bewondering hebben."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Verlangen is in mijn leven heel belangrijk, ook al is het een verlangen dat ik niet altijd kan duiden. Mijn zoektocht naar het paradijs is daar het sterkste voorbeeld van. Het paradijs zoeken gaat over een gemis, een verlangen naar iets wat de mens ooit bezat en is kwijtgeraakt. De betovering van de woestijn, de plek waar ik zo lang had rondgereisd, was ineens verbroken.

"Na een paar jaar vond ik mijn nieuwe landschap: het Siberische Altajgebergte. Dat is het paradijs waarmee ik het gat heb gevuld. Ik heb gevonden, maar ik blijf zoeken, met opzet verdwalen. Die staat van verdwaald zijn is het grootste goed. Zeker weten is een doodlopend straatje. In mijn boek beschrijf ik het zo: de kunst is te leven op de rand van het mysterie, waar vragen niet op antwoorden wachten maar richting geven aan de zoektocht die nooit ten einde komt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden