Aristocratische elegantie

Het corps de ballet van het Mariinsky wordt geprezen voor zijn uniformiteit, zoals hier in ¿Het zwanenmeer¿. (Trouw)

Het wereldberoemde Mariinsky Ballet doet Nederland aan. In Carré speelt het Russische gezelschap klassiekers als ’Het zwanenmeer’ en ’De schone slaapster’.

Volgens Alastair Macaulay, de gezaghebbende balletcriticus van de New York Times, kun je het Mariinsky Ballet (in de Sovjet-tijd Kirov Ballet genoemd) het beste vergelijken met een spiegelzaal die de balletgeschiedenis in alle mogelijke facetten opbreekt. Die analogie is niet zo vreemd, want alles wat wij nu beschouwen als ’ballet’ is in hoge mate door het Kirov bepaald. De Grote Drie balletklassiekers – ’Het zwanenmeer’, ’De schone slaapster’ en ’Notenkraker’ – kwamen bij Kirov tot stand en iedere danser die beroemd genoeg werd om zich in ons collectieve culturele geheugen te nestelen (Anna Pavlova, Roedolf Noerejev, Natalia Makarova, Michail Barysjnikov), werd er gevormd en startte er zijn of haar carrière. Net zoals de meer recente topdansers Oeliana Lopatkina, Diana Visjneva en Igor Zelenski. Zo is de spiegelzaal tegelijk een hal der prominenten.

Het Mariinsky Ballet staat al ruim 270 jaar voor aristocratische elegantie, subtiel ingeleefde emotie en een loepzuivere stijl. Een wereldwijde standaard, die ondanks inzinkingen na de Russische Revolutie en de Tweede Wereldoorlog gehandhaafd bleef en onder leiding van maestro Valery Gergjev millenniumproof is gemaakt. Gergjev zwaait sinds 1988 de scepter over het Mariinsky Theater in Sint-Petersburg, waaronder het balletgezelschap ressorteert. De maestro, in ons land bekend als voormalig chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (1995-2008) en naamgever van het Gergjev Festival, heeft met een beleid dat enerzijds gebaseerd is op het bewaken van het erfgoed, anderzijds op vernieuwing van het repertoire, van het Mariinsky een goedgeolied en -geoutilleerd balletgezelschap van 212 dansers gemaakt.

De komende weken opent Koninklijk Theater Carré zijn deuren voor wat volgens velen als een van de beste balletgezelschappen ter wereld kan worden beschouwd – in elk geval sinds enige tijd als de meerdere van dat ándere Russische topgezelschap: het Bolsjoi Ballet, dat verleden jaar de hoofdstad aandeed. Maar hoewel het verleidelijk is om een titanenstrijd met het ’neefje’ uit Moskou aan te gaan, maakt Gergjev in interviews respectvol duidelijk: „Bolsjoi en Mariinsky zijn de beide armen van de Russische cultuur.”

Waar de Bolsjoi-’arm’ explosief en acrobatisch is (zo is de Bolsjoi-ballerino te herkennen aan zijn bol gespierde ledematen), wordt de Kirov-’arm’ gracieus door keizerlijke grandeur bewogen (de Mariinsky-ballerina beweegt haar armen in lange, ronde lijnen). Het corps de ballet wordt geprezen voor zijn uniformiteit – alle benen gaan met ijzeren discipline tegelijk de lucht in – terwijl de solisten emotie en virtuositeit zonder zichtbare moeite op één lijn weten te brengen. Kirov staat ook voor lekkere ’bling’, met tiara’s en glittertutu’s die in vergelijk met collega-gezelschappen altijd nét even helderder fonkelen. Geen wonder ook, als je bedenkt dat het Russische ballet ooit begon als entertainment voor het tsaristische hof.

Nadat tsarina Anna Ivanova in 1738 de Keizerlijke Balletschool oprichtte om het ballet – de ’verhevene’ onder de kunsten – op professionele basis aan het Russische hof in Sint-Petersburg te consolideren, stichtte Catharina de Grote in 1783 het Keizerlijk Ballet. De evolutie van het Russische ballet werd vanaf het begin door Fransen en Italianen bepaald, met balletmeesters als Franz Gilferding, Gasparo Angiolini, Giuseppe Canziani en Charles le Picqué. In 1869 werd Marius Petipa – een andere Fransman – als eerste balletmeester aangesteld. Samen met zijn rechterhand Lev Ivanov produceerde hij grote klassieke balletwerken (waaronder de eerder genoemde Grote Drie, in tweespan met Tsjaikovski), die vanaf 1885 in het Mariinsky Theater werden opgevoerd.

Het is aan de bloei van het ballet in Rusland – lees: het Mariinsky – te danken dat de Europese kunstvorm ballet niet geheel verstoft in een voetnoot van de kunstannalen is beland. Aan het einde van de Romantiek bevond het ballet zich overal buiten Rusland in beduimelde staat – een ballerina stond zo’n beetje gelijk aan een courtisane – maar door de legendarische ’Saisons Russes’, ofwel door de tsaar gesponsorde optredens van Mariinsky-dansers in Parijs, kon Europa kennismaken met een nieuw ballet-elan. Met ongebreidelde muzikale virtuositeit namen dansers als Anna Pavlova, Olga Preobrazjenskaja en Vaslav Nijinski bezit van de podia – als de eerste echte celebrity’s.

Impresario Serge Diaghilev besloot in 1909 zonder de steun van het hof de Parijse voorstellingen voort te zetten en nam op vernieuwing beluste sterdansers als Nijinski en pionierende meesterchoreograaf Michel Fokine met zich mee: het resulteerde in de oprichting van Les Ballets Russes. Analoog aan de dansrevolutie die Diaghilev met zijn groep ontketende, onder andere door als springplank te dienen voor de latere balletvernieuwer George Balanchine, zorgde de Russische Revolutie voor leegloop bij het Mariinsky Ballet. De naam van het Mariinsky Theater, en dus ook die van het balletgezelschap, werd in 1917 veranderd in Academisch Staatstheater en in 1935 werd het nog een keertje omgedoopt tot Kirov Theater, als ereblijk aan de toenmalige burgemeester van Leningrad, zoals Sint-Petersburg inmiddels naar communistische hervormingsdrift was gaan heten.

In de jaren vijftig was het Mariinsky volledig overvleugeld door het Moskouse Bolsjoi. Moskou, het nieuwe politieke centrum van het land, moest binnen het sovjetregime ook in cultureel opzicht toonaangevend zijn. Zo werd de overstap van Kirov-talent naar het Bolsjoi van staatswege gestimuleerd.

Maar in het westen was het vooral de Kirov-ster die blonk, niet in de laatste plaats door de glamoureuze schandalen rond de ’vlucht’ naar het westen van Noerejev, Makarova en Barysjnikov. De artistieke bagage die zij meenamen is een ongekende vitamineshot voor het Europese en Amerikaanse ballet gebleken.

Die bagage werd gevormd aan de beroemde Vaganova Balletacademie, de balletschool die uit Anna Ivanova’s Keizerlijke Balletschool is geëvolueerd en al die tijd aan het gezelschap bleef gelieerd. Het instituut bleek door de niet aflatende pedagogische bezieling van naamgeefster Agrippina Vaganova altijd een vaste rots in de branding: hier werd tenslotte talent opgeleid dat zorgde voor vers gezelschapsbloed. De Vaganovastijl, een mix van het beste uit de Europese ballettradities – de Italiaanse, de Franse en de Deense Bournonville – en dubbel gezouten met die typisch Russische zielsexpressie, wordt nog immer in Sint-Petersburg gedoceerd aan jaarlijks driehonderd studenten tussen 9 en 19 jaar, waarvan ongeveer een derde doorstroomt naar het gezelschap.

Pas in 1989 presenteerde Mariinsky voor het eerst werk van George Balanchine, de ’verloren zoon’ die naar de Verenigde Staten emigreerde en zich daar ontwikkelde als godfather van het neo-klassieke ballet. Het heeft tot het aantreden van Valery Gergjev moeten duren om de gehele extended family uit Sint-Petersburg een plaats op het repertoire te geven; reconstructies van sleutelstukken van Les Ballets Russes, nieuw werk van neo-classicus Alexander Ratmanski, tot postmodern werk van William Forsythe vinden tegenwoordig hun weg naar het Mariinsky-podium.

Ondanks het recent vernieuwde repertoire komt het Mariinsky Ballet toch met ’gouwe ouwe’ balletklassiekers naar Carré. Maar de premières worden wel gedanst met een compleet nieuwe lichting solisten. En dat is eigenlijk wel zo ’Mariinski’; de bloedlijn wordt bepaald door het verleden, maar het gezelschap dient zich wel steeds een nieuwe transfusie toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden