ARIANE-5

De toekomst van een miljardenindustrie wordt morgen bepaald in de regenwouden van Frans Guyana. Als de Ariane-502 raket volgens draaiboek de volle 43 minuten blijft werken, vieren de Europese raketbouwers triomfen. In de meeste andere scenario's wordt hun ondergang voorspeld.

Zelden is de lancering van een raket vanaf de basis Kourou, aan de kust van Frans Guyana, met zoveel angstzweet tegemoet gezien als die van de Ariane-5. Voor de tweede maal. Op 4 juni vorig jaar knalde het gevaarte 37 seconden na de start uit elkaar. Mét de raket sneuvelde de lading, vier niet-verzekerde astronomische satellieten.

Een misschien nog wel gewichtiger slachtoffer was het prestige van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De Ariane-5 is de beoogde troonopvolger van de Ariane-4, het zeer succesvolle werkpaard van de Europese raketindustrie.

Dankzij de Ariane-4 is Europa uitgegroeid tot wereldleider in de lucratieve markt voor het lanceren van commerciële satellieten. Die markt vraagt om zwaardere raketten om met name de steeds krachtiger communicatiesatellieten te kunnen lanceren.

En dus bouwde de Europese industrie de Ariane-5. Nummer één explodeerde. Nummer twee mág niet exploderen, anders is op termijn wellicht een derde knal hoorbaar: die van de uiteenspattende raketindustrie in Europa. Gevolgd door een salvo van knallende champagnekurken bij de concurrentie in de Verenigde Staten, Rusland en China.

Het móet dus goed gaan, morgen in Frans Guyana. En er is werkelijk alles aan gedaan om de schande van 4 juni 1996 te doen vergeten, zo verzekeren de ESA en Arianespace, de Franse exploitant van de raket. Direct na de catastrofe met de Ariane-501 werd een commissie ingesteld die de oorzaak van het falen onderzocht.

Na zes weken luidde de conclusie: de Ariane was door een wel érg knullige fout de mist in gegaan. De beide software-pakketten die de raket tijdens de lanceerfase op koers moesten houden, waren niet getest onder de nagebootste condities van een Ariane-5 lancering.

De software was wel jarenlang zonder problemen gebruikt bij starts van de Ariane-4, maar had nooit zomaar worden ingebouwd bij diens grotere broer. Die volgt tijdens de lancering niet alleen een ander traject ten opzichte van de grond, maar is bovenal beduidend forser en veel sneller dan zijn voorganger.

In het geval van de opstijgende Ariane-501 vertaalde dit zich in een onsamenhangende informatiestroom naar de hoofdcomputer van de raket, die prompt uit koers raakte en explodeerde.

De Franse fabrikant van de software, Sextant avionique, kreeg achteraf de meeste beschuldigende vingers op zich gewezen. Maar behalve die kleine onderaannemer hadden ook grotere firma's, die verantwoordelijk waren voor de raketonderdelen waarbinnen de software was ondergebracht, fouten gemaakt.

Schuldig

Een belangrijke: de Franse ruimtevaartorganisatie CNES, namens de ESA hoofdaannemer van de raket, had wegens geldgebrek de bouw van een testopstelling geschrapt waarop de stabilisatie-software beproefd had kunnen worden. Later zou de bestuursvoorzitter van de grootste Ariane-firma, Aerospatiale, beweren dat de groeiende invloed van niet-Franse bedrijven in het project had bijgedragen aan het ongeluk.

“We zijn allemaal schuldig. De verantwoordelijke ministers kunnen ook mij voor het vuurpeloton zetten”, verklaarde de toenmalige ESA-directeur-generaal Jean-Marie Luton bij de presentatie van het onderzoeksrapport. Zo ver zou het niet komen. Wel werden de procedures voor de beoordeling van software in de raket compleet herzien. Voortaan zouden de computerprogrammeurs even veel aandacht krijgen van het management als de instrumentenbouwers.

Nog voor de verschijning van het onderzoeksrapport had François Fillon, de Franse minister van posterijen, telecommunicatie en ruimtevaart, verklaard dat de industrie - en dus niet de Europese overheden - voor de kosten van het herstelprogramma van de Ariane-5 zou opdraaien. Fillon ging er toen nog vanuit dat eind 1996 een nieuwe lanceerpoging gedaan kon worden.

Maar dat bleek van te veel optimisme te getuigen. Het jaar verstreek zonder lancering, en in november werd duidelijk dat een nieuwe start pas op zijn vroegst in april 1997 te verwachten was - en ook dat was uiterst ongewis. Al snel werd juli als nieuwe lanceermaand genoemd.

De kosten van de opkrabbel-operatie, zo vernamen de lidstaten van de ESA in het najaar tot hun grote schrik, zouden maar liefst 366 miljoen dollar gaan bedragen. Enkele maanden later was het bedrag opgelopen tot 375 miljoen en vervolgens tot 391 miljoen. Bij de prijs was een nieuwe raket inbegrepen.

Veel van het benodigde geld werd inderdaad bij de industrie weggehaald. De ESA vertraagde en schrapte investeringen in activiteiten van de Ariane-firma's en snoeide in plannen om de eenmaal operationele Ariane-5 te moderniseren.

Over geld gesproken: in de nasleep van de catastrofe met de Ariane-501 was er kritiek op het besluit om bij die allereerste proeflancering maar meteen vier belangrijke astronomische satellieten te lanceren. Die Cluster-kunstmanen kostten samen 500 miljoen dollar en liggen nu in gruzelementen op de bodem van de Atlantische Oceaan.

Wat zich onder de neuskegel van de tweede Ariane-5 bevindt, vertegenwoordigt aanzienlijk minder waarde. In feite zijn het twee dummy-satellieten, Maqsat-B en Maqsat-H. 'H' wordt in een baan om de aarde geplaatst, 'B' blijft bevestigd aan de raket en zal in de oceaan neerkomen.

Beide 'kunstmanen' hebben als voornaamste doel het registeren en doorseinen van de krachten die er vrijkomen tijdens een Ariane-5 lancering. Onderop Maqsat-H bevinden zich vijf kleine experimenten van enkele Europese universiteiten (waaronder de TU Delft) en van Estec, het technologisch en onderzoekscentrum van de ESA in Noordwijk.

Smeerolie

De Ariane-502 missie dient dus geen ander doel dan de missie zelf. 43 minuten na de start zit die erop, als de laatste restjes brandstof uit de bovenste rakettrap zijn geloosd. Het zijn vermoedelijk de duurste 43 minuten in de geschiedenis van de Europese ruimtevaart, en misschien ook wel de belangrijkste. De betrokken organisaties en bedrijven zijn zich daarvan zéér bewust.

Dat is ook wel gebleken: in de loop van 1997 verschoof de lanceerdatum, aanvankelijk gepland voor juli, steeds verder naar achteren. In maart werd een start medio september mogelijk geacht. Later werd het eind september.

Uit computersimulaties bleek toen dat het draaimechanisme van de hoofdmotor te veel smeerolie verbruikte. Het werd medio oktober. De stevigheid van enkele titanium bouten in de motor moest worden gecontroleerd. Waardoor het 30 oktober werd, 's middags tussen twee en vijf, Nederlandse tijd.

Niet alleen vanuit het Zuid-Amerikaanse regenwoud zal de opstijgende raket met argusogen worden gevolgd. Medewerkers van Fokker space, de grootste Nederlandse leverancier van de Ariane-5, verzamelen zich morgen in het bezoekerscentrum van Estec. Daar wordt de lancering op een groot videoscherm getoond.

Vorig jaar werd het hele Fokker-personeel nog opgetrommeld voor een ware happening met drankjes, taart en een nog veel groter videoscherm in de hal van het Leidse hoofdkantoor. Mét de neerstortende Ariane viel ook het feestje in het water.

Mede omdat de ESA erop aandrong is deze keer besloten tot een wat ingetogener manifestatie, zegt manager business unit launchers Michiel Meijer. Zelf gaat hij kijken in het ESA-hoofdkwartier in Parijs, de directeur van Fokker space en wat direct betrokkenen gaan naar Noordwijk. De rest van het personeel kan de lancering in Leiden op monitors bekijken.

Meijer toont zich niet bezorgd over het functioneren van zíjn bijdrage aan de Ariane: het motorframe van de raket en het parachutesysteem. Door de explosie kreeg het frame niet de kans zich onder de maximale druk te bewijzen - en de parachutes natuurlijk helemáál niet - maar Meijer zegt dat er in heel Europa in het voorbije jaar “berehard” is gewerkt om de boel op orde te krijgen.

“We hebben niet veel aanpassingen hoeven verrichten. Wel kregen we veelvuldig kleine wijzigingen voorgesteld, waarvan we de effecten op het motorframe moesten doorrekenen. Even zag het er naar uit dat het frame met een speciale kap moest worden gestroomlijnd om ongewenste luchtwervelingen tegen te gaan, maar dat bleek uiteindelijk niet nodig.”

Meijer heeft er alle vertrouwen in. Gaat het onverhoopt níet goed, dan zal het Ariane-5 programma volgens waarnemers een vertraging oplopen die waarschijnlijk onbetaalbaar wordt voor de betrokken Europese bedrijven en overheden. Beëindiging van het project, dat inmiddels circa 9 miljard dollar heeft gekost, is dan een reële optie. Om eventuele tegenslagen met de Ariane-5 op te vangen is overigens al een nieuwe voorraad Ariane-4's besteld.

Overigens zegt Meijer van Fokker space niet te geloven dat het project wordt afgeblazen als de tweede lancering mislukt. “De behoefte aan een zware draagraket in Europa blijft bestaan. Ik kan niet geloven dat zo'n programma met één pennenstreek kan worden gestopt.”

Laadvermogen

Gaat het wél goed, dan moet de Ariane-4 in de loop van de komende jaren geleidelijk worden vervangen door zijn krachtiger opvolger. En ook die behoeft op termijn een oppepper. Nu al is duidelijk dat het laadvermogen van de Ariane-5 op den duur tekortschiet. De raket kan maximaal twee satellieten met een gezamenlijk gewicht van 6 000 kilo in de ruimte brengen.

Dat moet rond het jaar 2003 zijn opgevoerd tot minstens 7 400 om met de zware lanceerraketten uit de VS, Rusland en China te kunnen concurreren. Maar 2003 is nog érg ver weg voor de technici in Frans Guyana die morgen hun blik hemelwaarts richten om de nieuwe Europese troef in de kosmos na te kijken. Met dwingende ogen. En met een gezonde spanning, aldus Michiel Meijer van Fokker. “Inderdaad, een gezonde spanning. En misschien nog wel ietsje meer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden