Aria van Verdi met daaronder een beat

Hij zou graag een aria van Verdi zingen, met een stevige beat er onder. ,,Desnoods trek ik daarmee langs disco's om jongeren enthousiast te maken voor operamuziek.'' Operazanger Anthony Heidweiller is de drijvende kracht achter het internationaal Jeugdoperafestival dat deze week in Utrecht wordt gehouden.

Als we kinderen en jongeren bij opera willen betrekken, kunnen we niet eeuwig 'La Traviata' in een ander jasje steken.''

Operazanger Anthony Heidweiller toont zich een man met een missie. ,,De opera moet zoeken naar een eigen invulling, met nieuwe teksten, dramatische lijnen en muziek van deze tijd. We moeten opera een plek geven in de belevingswereld van kinderen.''

Volgens Heidweiller is dat dé uitdaging voor jeugdoperamakers: het grote gebaar en de grote emotie van het belcanto op een geloofwaardige manier overbrengen op kinderen. ,,Om zo geloofwaardig te zingen, dat het kinderen raakt en kinderen het bijna kunnen aanraken.''

Al op jonge leeftijd ervoer Heidweiller zelf hoe belangrijk muziek kan zijn voor de ontwikkeling. ,,Ik ben op zangles gegaan omdat ik stotterde. 'Die jongen moet gaan zingen, dan kan zijn adem eindelijk doorstromen', zei de logopedist tegen mijn ouders.''

Via een omweg vond hij later zijn levensvervulling in zingen. ,,Na de middelbare school ging ik sociologie studeren om het vakbondswerk in te gaan.'' Hij staat op en maakt de gebaren van een stakingsleider, die tot strijd op roept. ,,Ja, dat leek me wel wat'', zegt hij lachend. ,,Maar uiteindelijk voelde ik me daar toch niet op mijn plek.''

Op het Utrechtse conservatorium was hij echter als een vis in het water. ,,Wat me zo fascineert in opera is het ambacht, de techniek en de discipline. Het geeft je een stem die bloeit, die vol en open is. Als je zo'n last hebt gehad met praten is dat de ultieme vrijheid.''

Van zijn spraakgebrek is nu niets meer te bespeuren. De druk gebarende bariton lijkt eerder een spontane spraakwaterval. Maar Heitweiler nuanceert dit beeld: ,,Als je stottert leer je jezelf trucs aan. Je voelt het aankomen wanneer een klinker fout dreigt te gaan en dan zoek je snel een ander woord om het te camoufleren.''

Na zijn opleiding aan het conservatorium ging Heidweiller freelancen bij het koor van de Nederlandse Opera. ,,Het is een ongelofelijk ervaring om op dat gigantische podium te staan, tussen die fantastische zangers.'' Maar anders dan het merendeel van zijn collega's, streefde hij niet in de eerste plaats een carrière na als solist. Zijn fascinatie lag in het maken van nieuw repertoire en die ambitie kon hij goed kwijt in de opera voor een jong publiek. Met zijn gezelschap Buffo Operamakers baarde hij al snel opzien met nieuwe opera's voor jongeren. In 'trash'-opera's als 'De Basketbalopera' en 'Patatje Oorlog', mengt hij muziekstijlen uit de jongerencultuur met opera. ,,Ik houd van anarchie en experimenteren'', zegt hij. ,,Maar ik waardeer de traditie van de opera, de schoonheid van het belcanto.''

Wat trekt hem als zanger aan in een jong publiek? ,,Ik zing veel liever voor kinderen dan voor volwassenen, omdat een jong publiek je dwingt om stil te staan bij de vraag waarom je zingt. Ik kan niet denken 'ik zing prachtig en dat is genoeg'. Je moet er iets extra's in steken.'' Nadenkend: ,,Je bent gedwongen om contact met het publiek te zoeken. Zo is de sfeer in het publiek op het moment dat we opkomen met de Buffo Operamakers, heel belangrijk. Je moet de energie van het zingen als het ware aan hen geven. Je moet open en doorzichtig op het speelvlak staan. Als je een rol in Tosca of Macbeth zingt voor operakenners, heeft het publiek bewust aandacht voor de techniek en ze vergelijken het met andere interpretaties. Maar jongeren zeggen niet 'Die aria van Verdi is zo mooi!'. Je moet ze emotioneel weten te raken. Of ze houden van je of ze willen je niet, er is geen tussenweg.''

Toch zijn kinderen volgens hem net zo kritisch als operakenners. ,,Als je tijdens een schoolvoorstelling om tien uur 's morgens een hoge toon niet haalt, voelen ze intuïtief aan dat je geen kwaliteit levert en hen niet serieus neemt. In de opera 'Patatje Oorlog' komt aan het begin van de voorstelling een taxichauffeur op. Hij zingt over een vechtpartij met dodelijke afloop, met een aria die enorm lang aan houdt.'' Hij zingt het voor: ,,Zèèèstig steeeken!'' ,,Daarmee moet je de jongeren aan het begin van de opera direct plat krijgen. In de opera komen allemaal types bij elkaar die hevig op zoek zijn naar de liefde. Een hoer, een taxichauffeur, het verhaal speelt zich af aan de zelfkant van onze samenleving. Het is een zap-opera, die een enorme puinhoop laat zien. Zo staat er tijdens een scène aan de ene kant van het podium iemand te kotsen, terwijl verderop een klant van de snackbar ketchup om zich heen spuit.''

Is het een gevecht om de aandacht van jongeren vast te houden? ,,Nee, ik heb eerder het gevoel dat ik moet vechten tegen kritiek op onze 'concessies aan de jongerencultuur'. Maar jongeren zitten niet te wachten op esthetiek, ze willen avontuur. Opera moet voor hen circus zijn, met zangers die heen en weer rennen over het podium en tegelijkertijd een aria zingen.''

In essentie gaat het Heidweiller niet om het spektakel, maar om het overbrengen van de liefde voor muziek. ,,De kracht van opera ligt in de muziek. Het draait om de taal van de muziek en de vraag 'wat zegt de muziek mij?'. De muzikale intuïtie die kinderen zo sterk hebben, moet je koesteren. Dat gebeurt veel te weinig in de opvoeding van kinderen. Als je beseft wat baby's met hun stem kunnen, is dat ongelofelijk. Ze kunnen uren huilen en krijgen geen last van hun adem of stem. Maar als ze wat groter zijn, zeggen volwassen al snel 'Ssst, niet zo hard praten, je stoort de andere mensen!' Daarmee begint het inperken van het spontane gebruik van de stem al. Terwijl je buiten op een schoolplein de mooiste opera's van kinderstemmen kunt horen. Als kinderen de kans krijgen naar operamuziek te luisteren kunnen ze direct horen of het vrolijke, droevige of gevaarlijke muziek is. De zeggingskracht van opera schuilt in het overbrengen van grote emoties.''

Met zijn Jeugdoperafestival wil de zanger alle schijnwerpers zetten op het nieuwe operarepertoire voor een jong publiek. Heidweiller: ,,De jeugdopera heeft een eigen plek nodig om tot ontwikkeling te komen, net als de jeugdfilm, de jeugdliteratuur en het jeugdtheater. Bij de grote internationale operahuizen is die ruimte niet te vinden. Er is weliswaar een groeiende aandacht voor de jeugd, maar de meeste intendanten staan te huiverig tegenover het experiment. In de eerste plaats willen ze het publiek opvoeden in hun traditie. Het draait in de operawereld te sterk om het repertoire uit de negentiende eeuw.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden