Ari van Buuren: 'Kerken kunnen nog veel leren van geestelijk verzorgers'

Niet alleen de inhoudelijke kant van zijn professie boeit Ari van Buuren, ook de ontwikkelingen van de beroepsvereniging, de landelijke Vereniging van geestelijk verzorgers in zorginstellingen (VGVZ), hebben zijn hart. Hij is vice-voorzitter van de VGVZ en voorzitter van de protestantse sector van deze vereniging, die volgend jaar 25 jaar bestaat. De VGVZ telt een joodse, rooms-katholieke, protestantse en humanistische sector. Van Buuren voorziet dat daar binnen afzienbare termijn een hindoe- en moslimsector bijkomen.

Een aantal jaren terug leefde onder de geestelijk verzorgers de vrees dat de zorgverzekeraars op den duur de geestelijke verzorging misschien uit het verzekeringspakket zouden werken en/of dat de zorginstellingen na de invoering van het budgetsysteem niet meer automatisch een deel van hun budget zouden willen bestemmen voor de financiering van de geestelijke verzorging. Van die angst, zegt Van Buuren, is weinig tot niets meer over. “Wel zijn door bezuinigingen hier en daar de afdelingen geestelijke verzorging kleiner geworden, maar daar is het bij gebleven.”

Volgens hem is dat mede te danken aan de VGVZ, die zich de laatste jaren bewuster is geworden van de noodzaak een actief beleid te voeren en tijdig op ontwikkelingen te reageren. Na een periode van emancipatie en professionalisering is de VGVZ nu vooral bezig met profilering naar buiten toe. “We richten ons nu veel meer dan vroeger op de vijf marktpartijen: de landelijke overheid, de kerkgenootschappen + het Humanistisch Verbond, de zorginstellingen, de zorgverzekeraars en de patiëntenorganisaties. In het contact met die partijen profileren we ons zo goed mogelijk. Onderdeel daarvan is het ontwikkelen van een concept-beroepsprofiel dat volgend jaar klaar komt.”

Van Buuren vindt het opvallend, hoe positief de vijf marktpartijen staan ten opzichte van de geestelijke verzorging. “Ook de meeste politieke partijen laten zich in het zorgdebat positief uit over de geestelijke verzorging.”

Naar buiten toe, maar ook op de 'werkplek' profileren de geestelijk verzorgers zich. Ze moeten kunnen aangeven wat voor produkt ze leveren, welke kwaliteit. “Op steeds meer plaatsen geven we verantwoording van wat we doen. Hoeveel patiënt-contacten per jaar we hebben, welke gespreksonderwerpen enzovoorts. In algemene ziekenhuizen participeren we in het multidisciplinair overleg. Alle aspecten van het menszijn komen daarin aan bod. Ook nemen we deel aan de medisch-ethische commissies. Daar worden medische protocollen besproken maar ook direct patiëntgerichte kwesties, zoals stervensbegeleiding, neonatologie en euthanasie.”

Van Buuren ziet nog heel wat taken in het verschiet liggen voor de ruim 650 geestelijk verzorgers in Nederlandse zorginstellingen. “De brugfunctie die wij hebben tussen de gezondheidszorg, de maatschappij en de kerk zullen wij in de toekomst verder moeten uitwerken. Als geestelijk verzorgers verkeren we in de marge èn in de voorhoede van de samenleving en daarvan zouden de kerken veel meer dan tot nu toe kunnen leren.”

Ter gelegenheid van het jubileum van de VGVZ verschijnt volgend jaar juni bij uitgeverij Kok/Kampen een Handboek Geestelijke Verzorging, waaraan ook Ari van Buuren een bijdrage levert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden